ECLI:NL:RBNNE:2025:5453

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
18.072156.24
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor ernstige verkeersdelicten met zwaar lichamelijk letsel als gevolg

Op 23 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan meerdere ernstige verkeersdelicten. De verdachte, geboren in 2001, was op 20 augustus 2023 als bestuurder van een personenauto betrokken bij een verkeersongeval in Groningen. Hij had geen geldig rijbewijs omdat deze was geschorst en verkeerde onder invloed van alcohol. Door roekeloos rijgedrag veroorzaakte hij een aanrijding met een fietser, die daarbij zwaar lichamelijk letsel opliep. Na het ongeval verliet de verdachte de plaats van het ongeval en liet het slachtoffer in hulpeloze toestand achter. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan het rijden onder invloed, het verlaten van de plaats van het ongeval en het rijden zonder geldig rijbewijs. De rechtbank achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen en legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren. Daarnaast werd de verdachte voor 3 jaren de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen ontzegd. De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, de gevolgen voor het slachtoffer en de eerdere veroordelingen van de verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18.072156.24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 23 december 2025 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 december 2025. Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. L.J. van der Heide.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 20 augustus 2023 te Groningen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, [adres] en/of [adres] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, als beginnend bestuurder, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs was geschorst,
  • te rijden onder invloed van een hoeveelheid alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik de rijvaardigheid kon verminderen, en/of
  • op het kruispunt [adres] / [adres] niet zo veel mogelijk rechts te houden, als gevolg waarvan hij in botsing is gekomen met een fietser, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten (een)
  • ribfracturen,
  • wond in de hals,
  • wond op het hoofd, en/of
  • bloeding in de hersenen,
of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 20 augustus 2023 te Groningen als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende op de weg, [adres] en/of [adres] , als beginnend bestuurder, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs was geschorst,
  • heeft gereden onder invloed van een hoeveelheid alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik de rijvaardigheid kon verminderen, en/of
  • op het kruispunt [adres] / [adres] niet zo veel mogelijk rechts heeft gehouden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;
2.
hij op of omstreeks 20 augustus 2023 te Groningen, als degene die al dan niet als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval op [adres] en/of [adres] , de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander, te weten [slachtoffer] , letsel en/of schade was toegebracht, en/of terwijl daardoor, naar hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden, die [slachtoffer] , aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten;
3.
hij op of omstreeks 20 augustus 2023 te Groningen als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist of redelijkerwijs moest weten, dat het gebruik daarvan - al dan niet in combinatie met het gebruik van een andere stof - de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;
4.
hij op of omstreeks 20 augustus 2023 te Groningen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst, gedurende de tijd dat die schorsing van kracht was, op een weg, [adres] , [adres] en/of [adres] , een motorrijtuig (personenauto), van de categorie of categorieën, waarop de schorsing betrekking had, heeft bestuurd.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feit 1 primair (in de zin van zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag), alsmede voor de feiten 2, 3 en 4.
De officier van justitie acht deze feiten te bewijzen op grond van de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen waaronder de deels bekennende verklaring van verdachte.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank past ten aanzien van de feiten 1 primair, 2, 3 en 4 de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 31 augustus 2023, opgenomen op p. 60 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer PL0100-2023223229
d.d. 11 januari 2024, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op zondag 20 augustus 2023, omstreeks 09.30 uur, kregen wij een melding omtrent een ongeval met letsel op [adres] te Groningen.
Ter plaatse zag ik een man (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) liggen. De man lag op zijn linkerzijde voor het pand van " [bedrijf] ". Ik zag dat de man bloed had verloren ten gevolge van zijn verwondingen. Ik zag dat deze verwondingen bestonden uit een wond bovenop zijn hoofd en in zijn nek.
Ik zag dat de man zijn ogen opende en mij aankeek. Ik zag dat de man vervolgens het bewustzijn weer verloor. Dit herhaalde zich hierna nog twee of drie maal. Ik zag dat de wonden van de man nog steeds aan het bloeden waren.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal FO Verkeer (forensisch onderzoek plaats delict)
d.d. 3 oktober 2023, opgenomen op p. 22 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Aanleiding onderzoek
Op zondag 20 augustus 2023, omstreeks 09.25 uur, had op de kruising van [adres] en [adres] in de gemeente Groningen het verkeersongeval plaatsgevonden.
Aangetroffen situatie
Wij zagen bij aanvang van ons onderzoek op de plaats van het verkeersongeval dat de bestuurder van het betrokken voertuig en het voertuig niet meer op de plaats van het verkeersongeval aanwezig waren. Enige tijd later die dag werd een Volkswagen Passat aangetroffen die stond geparkeerd in [adres] te Groningen. Bij dit voertuig lag een beschadigde fiets.
Op de linker voorzijde van de voorbumper troffen wij recente krassporen aan. In deze krassporen zagen wij rode afwrijving. De kleur van deze rode afwrijving kwam overeen met de kleur van de randen van het opschrift "Cortina" op de fiets. Voorts zagen wij in de voorruit een stervormige beschadiging. De botsplaats bevond zich nabij het verlengde van de voorsorteervakken voor verkeer op [adres] en de aansluiting met [adres] .
Toedracht van het ongeval
De bestuurder van de Volkswagen (de rechtbank begrijpt: verdachte) reed over [adres] te Groningen. Hij kwam uit de richting van de N370 en naderde de kruising met [adres] . De fietser (de rechtbank begrijpt: [slachtoffer] ) naderde deze kruising, zeer waarschijnlijk rijdende over [adres] , komende uit de richting van [adres] . Tussen hen ontstond een aanrijding waarbij de linker voorzijde van de Volkswagen, de linkerzijde van de fiets raakte.
Oorzaak van het ongeval
De bestuurder van de Volkswagen hield op de kruising niet zoveel mogelijk rechts. De botsplaats bevond zich, gezien vanuit de rijrichting van de Volkswagen in de binnenbocht.
Gevolg van het ongeval
De bestuurder van de fiets liep zwaar lichamelijk letsel op. De bestuurder van de Volkswagen verliet de plaats van het ongeval terwijl de fiets nog onder het voertuig aanwezig was.
3. Een geneeskundige verklaring, op 13 oktober 2023 opgemaakt en ondertekend door dr. [traumachirurg] , traumachirurg, en opgenomen op p. 133 van voornoemd dossier, voor zover inhoudend,
als zijn verklaring:
Medische informatie betreffende [slachtoffer]
Datum waarop voornoemde persoon werd onderzocht: 20/08/2023
Uitwendig waargenomen letsel: Fracturen 3, 7, 8 links (ribben). 6 rechts. Wond hals links. Wond hoofdhuid. Op CT scan: bloeding in hersenen
Storingen in het bewustzijn? Ja
Geschatte duur van genezing: 3-6 maanden.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 21 augustus 2023, opgenomen op p. 114 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 1] :
Afgelopen weekend, in de nacht van zaterdag op zondag 19 op 20 augustus 2023, had ik [verdachte] (de rechtbank begrijpt: verdachte) zien lopen in het centrum van de stad Groningen. Dat was in een café aan [adres] . Ik was daar zelf ook binnen. Ik zag dat [verdachte] op dat moment dronken was. Ik herkende dat hij dronken was, omdat hij vervelend aanwezig was. Ik weet dat hij iets voor sluitingstijd daar binnen kwam. Sluitingstijd is vaak rond een uur of 05:00 uur in de vroege ochtend.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige d.d. 20 augustus 2023, opgenomen op p. 108 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [getuige 2] :
Op zondag 20 augustus omstreeks 09.25 uur bevond ik mij in mijn woning aan [adres] . Ik hoorde op een gegeven moment buiten op straat een schrapend geluid. Ik zag een grijze auto. Ik zag dat deze auto ging inparkeren. Ik zag dat voor de auto op de grond een fiets lag. Ik zag dat de man naar de fiets liep en vanachter de fiets een kentekenplaat haalde. Ik zag dat hij daarmee wegliep in de richting van [adres] .
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 augustus 2023, opgenomen op p. 95 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op zondag 20 augustus 2023 te 12:03 uur belde NN man met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] met het telefoonnummer [telefoonnummer 2] . Het telefoonnummer [telefoonnummer 1] bleek na onderzoek in de politiesystemen in gebruikt te zijn bij verdachte [verdachte] . Het telefoonnummer [telefoonnummer 2] bleek na onderzoek in de politiesystemen te zijn gekoppeld aan [vader verdachte] , zijnde de vader van verdachte (NN).
(p. 96) NN: Ja je moet er heen gaan toch anders gaan ze vragen waarom blijf jij weg. Snap je. VE: Ja
NN: Maar je moet wel nuchter zijn anders moet je niet gaan anders gaan ze gelijk uhhh.
(p. 97) VE: Als ik zeg ik heb die auto die die die mijn auto is kwijt wat moet ik doen ik mag niet eens, ik heb geen rijbewijs, ik mag niet rijden, dus ik heb niet gereden, hoe kan ik rijden als ik geen rijbewijs heb.
VE: Moet ik gelijk naar de politie gaan?
O: Op de achtergrond is een vrouwenstem te horen die zegt: “Gelijk ja doe maar gelijk gewoon gelijk VE: Maar ik ben nu toch nog een beetje dronken nog.
NN: Dan ga je morgenvroeg klaar.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 22 augustus 2023, opgenomen op p. 156 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:
(p. 160) V: U mocht ook niet rijden natuurlijk? A: Nee, dat klopt.
V: Hoe ver was het met het CBR?
A: Ik moest nog twee betalingen doen en daarna moet ik nog een cursus en onderzoeken doen. Ik wil wel graag mijn rijbewijs terug.
(p. 163) V: Had u het hele afgelopen weekend alcohol genuttigd tijdens het uitgaan? A: Ja, dat wel.
V: Voelde u zich ook aangeschoten die avonden? A: Alle drie de avonden.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor d.d. 23 augustus 2023, opgenomen op p. 183 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van verdachte:
V: Wat kun je ons allemaal vertellen over het ongeval?
A: Ik stond voor het stoplicht. Ik zag niemand en reed op. Toen reed ik per ongeluk die fietser aan. Het is mijn fout. Ik hoorde daar niet te rijden en ik mocht ook niet rijden. Voor mij kwam die fietser uit het niets.
Mijn voorraam was opeens stuk. Ik ben eerst doorgereden en toen ik de auto parkeerde zag ik een fiets aan de voorkant van mijn auto. Ik begreep dat ik dan iemand moest hebben aangereden.
V: Wat heeft u vervolgens gedaan? A: Ik ben weggelopen.
A: Ik kwam vanaf [adres] en ging linksaf [adres] op. Ik kwam vanaf de spoorweg [adres] op. Dat is uit noordelijke richting zeg maar.
V: Weet u ook nog wat u tegen uw vader heeft gezegd in het door ons getapte telefoongesprek? A: Dat ik had gedronken.
V: Had u gelijk na het ongeval andere mensen gezien op [adres] die hulp konden bieden aan de fietser?
A: Nee.
V: Hoe heeft u zich er ervan verzekerd dat er hulp was voor de fietser nadat u begreep dat u een ongeval had gehad?
A: Heb ik niet.
9. Een schriftelijk bescheid, te weten een uitdraai van de Rijksdienst voor het Wegverkeer d.d. 4 januari 2023 betreffende de rijbewijsgegevens van verdachte, opgenomen op pagina 193 e.v. van voornoemd dossier, voor zover inhoudend:
Identiteit [verdachte]
Geboren [geboortedatum] 2001 (22) te [geboorteplaats] Beginnend bestuurder Ja
VORDERING
Schorsing periode vanaf 17-03-2023 t/m 20-09-2023 Ingeleverd bij Cbr Divisie Vordering
Feitelijke inleverdatum schorsing 29-03-2023

Bewijsoverwegingen

Feit 1 primair
Bij beantwoording van de vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 komt het volgens vaste jurisprudentie aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de overtreding en de overige omstandigheden van het geval.
Op grond van de bewijsmiddelen stelt de rechtbank het volgende vast.
Op 20 augustus 2023 reed verdachte als bestuurder van een personenauto over [adres] te Groningen. Hij kwam uit de richting van de N370 en naderde de kruising met [adres] . Verdachte sloeg op deze kruising linksaf waarbij hij niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden. Daardoor heeft verdachte [slachtoffer] (verder: [slachtoffer] ), die op [adres] richting [adres] fietste, aangereden.
De rechtbank stelt vast dat verdachte ten tijde van het ongeval onder invloed van alcohol verkeerde. Uit de verklaring van getuige [getuige 1] leidt de rechtbank af dat verdachte die dag om omstreeks 5.00 uur dronken was. Uit het WhatsAppgesprek tussen verdachte en zijn vader blijkt verder dat verdachte zichzelf omstreeks 12:03 uur nog steeds “een beetje dronken” vindt en er blijkbaar niet zeker van is of hij zich voor wat betreft het alcoholgehalte in zijn lichaam al veilig bij de politie kan melden. Tot slot blijkt uit de verklaring van verdachte bij de politie dat hij tijdens het uitgaan had gedronken en zich aangeschoten voelde.
Naar het oordeel van de rechtbank kan gelet hierop worden geconstateerd dat verdachte ten tijde van het ongeval, omstreeks 9.25 uur, onder invloed verkeerde van meer dan de wettelijke toegestane hoeveelheid alcohol, mede gelet op de omstandigheid dat verdachte een beginnend bestuurder is, waarvoor scherpere normen voor alcoholgebruik in het verkeer gelden.
De rechtbank overweegt dat het een feit van algemene bekendheid is dat het gebruik van alcohol het inschattings- en reactievermogen vermindert. Nu het ongeval heeft plaatsgevonden op klaarlichte dag, zonder dat sprake was van
zichtbeperkende (weers)omstandigheden1 is de rechtbank van oordeel dat het alcoholgebruik van verdachte heeft bijgedragen aan het feit dat hij [slachtoffer] over het hoofd heeft gezien, de bocht naar links teveel heeft afgesneden en [slachtoffer] heeft aangereden.
Verdachte was er daarbij tevens van op de hoogte dat zijn rijbewijs was geschorst en dat hij in het geheel niet als bestuurder van de personenauto had mogen optreden.
Gelet op het geheel van de gedragingen van verdachte en de aard en de ernst daarvan, en de overige omstandigheden van het geval zoals hiervoor overwogen beschouwt de rechtbank het verkeersgedrag van verdachte als zeer onvoorzichtig en onoplettend. Derhalve is sprake van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. De handelwijze van verdachte heeft geleid tot een ongeval waarbij [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. De rechtbank acht feit 1 primair dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Bijgevolg acht de rechtbank de feiten 3 (het rijden onder invloed van alcohol) en 4 (het rijden terwijl het rijbewijs is geschorst) ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2
Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte direct na de aanrijding de plaats van het ongeval heeft verlaten. Met een zwaar beschadigde voorruit en de fiets van [slachtoffer] onder zijn auto is verdachte doorgereden naar [adres] . Daar heeft hij de auto geparkeerd, de voorste kentekenplaat van de auto verwijderd en zich vervolgens uit de voeten gemaakt.
De rechtbank acht bewezen dat verdachte op het moment van de aanrijding had moeten weten dat hij een medeweggebruiker had aangereden. De verklaring van verdachte dat hij na de aanrijding eerst dacht dat hij een vogel had geraakt schuift de rechtbank als ongeloofwaardig terzijde. De klap van de aanrijding, waardoor er voor verdachte direct zichtbare schade aan zijn auto was ontstaan (immers een zwaar beschadigde voorruit) vond plaats midden op de rijbaan, een plaats waar zich andere weggebruikers kunnen bevinden. Als verdachte voorafgaand aan de klap niemand heeft gezien, dan had hij in ieder geval na de klap redelijkerwijs moeten vermoeden dat hij iemand had geraakt en had hij moeten stoppen om zich ervan te verzekeren dat dit niet het geval was. Dat heeft verdachte niet gedaan. Bovendien had verdachte na de klap een fiets onder zijn auto die hij over de straat meesleepte. Dat maakte dusdanig veel lawaai dat dat in de woning van getuige [getuige 2] te horen was. Verdachte hoorde dit geluid blijkens zijn verklaring ook. Reden temeer waarom verdachte had moeten stoppen om te bezien wat er was gebeurd.
Doordat verdachte dat niet heeft gedaan heeft hij zich schuldig gemaakt aan het verlaten van een plaats ongeval.
Maar ook in tweede instantie, toen verdachte in [adres] de fiets onder zijn auto zag liggen en, zoals hij zelf heeft verklaard, begreep dat hij dan iemand moest hebben aangereden, is verdachte niet tot inkeer gekomen en teruggegaan naar de plaats van het ongeval om uit te zoeken welke gevolgen de aanrijding voor een mogelijk slachtoffer hadden gehad. In plaats daarvan heeft verdachte zich kennelijk enkel om zichzelf bekommerd en heeft hij [slachtoffer] in hulpeloze toestand achtergelaten.
De rechtbank acht feit 2 dan ook wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht de feiten 1 primair, 2, 3 en 4 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1, primair
hij op 20 augustus 2023 te Groningen als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, [adres] en [adres] , zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer onvoorzichtig en onoplettend, als beginnend bestuurder, terwijl hij wist dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs was geschorst,
  • te rijden onder invloed van een hoeveelheid alcohol, waarvan hij wist dat het gebruik de rijvaardigheid kon verminderen, en
  • op het kruispunt [adres] / [adres] niet zo veel mogelijk rechts te houden, als gevolg waarvan hij in botsing is gekomen met een fietser, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten (een)
  • ribfracturen,
  • wond in de hals,
  • wond op het hoofd, en
  • bloeding in de hersenen,
werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994;
2.
hij op 20 augustus 2023 te Groningen, als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval op [adres] en [adres] , de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij wist aan een ander, te weten [slachtoffer] , letsel en/of schade was toegebracht, en terwijl daardoor, naar hij redelijkerwijs moest vermoeden, die [slachtoffer] , aan wie bij dat ongeval letsel was toegebracht, in hulpeloze toestand werd achtergelaten;
3.
hij op 20 augustus 2023 te Groningen als bestuurder van een voertuig, (personenauto), dit voertuig heeft bestuurd, terwijl hij verkeerde onder zodanige invloed van alcohol, waarvan hij wist dat het gebruik daarvan de rijvaardigheid kon verminderen, dat hij niet tot behoorlijk besturen in staat moest worden geacht;
4.
hij op 20 augustus 2023 te Groningen, terwijl hij wist dat de geldigheid van een op zijn naam gesteld rijbewijs ingevolge artikel 131, tweede lid, onderdeel a van de Wegenverkeerswet 1994, voor een of meer categorieën van motorrijtuigen was geschorst, gedurende de tijd dat die schorsing van kracht was, op een weg, [adres] , [adres] en [adres] , een motorrijtuig (personenauto), van de categorie of categorieën, waarop de schorsing betrekking had, heeft bestuurd.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
1, primair, 3 en 4: de eendaadse samenloop van:
overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het
een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl de schuldige verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994;
en
overtreding van artikel 8, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994;
en
overtreding van artikel 9, vijfde lid van de Wegenverkeerswet 1994;
2. overtreding van artikel 7, eerste lid, onderdeel a en c van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 primair, 2, 3 en 4 wordt veroordeeld tot:
  • een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, met daaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met een proeftijd van 3 jaren;
  • een ontzegging van de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 2 jaren.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsrapport en het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich als bestuurder van een personenauto schuldig gemaakt aan meerdere ernstige verkeersdelicten terwijl hij in het geheel geen auto mocht besturen omdat zijn rijbewijs was geschorst en terwijl hij stevig onder invloed van alcohol verkeerde.
Door zeer onvoorzichtig en onoplettend rijgedrag heeft verdachte een aan zijn schuld te wijten ongeval veroorzaakt waardoor het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Verdachte heeft zich na het ongeval in het geheel niet om het slachtoffer bekommerd. Sterker nog, hij heeft de plaats van het ongeval verlaten en het slachtoffer in hulpeloze toestand achtergelaten. Hiermee heeft verdachte zich onttrokken aan de verantwoordelijkheid die rust op een verkeersdeelnemer die een ongeluk veroorzaakt, namelijk het helpen van iemand die door het handelen van verdachte letsel heeft en hulp nodig heeft. Ook daarna heeft verdachte er op zeer berekende wijze alles aan gedaan om zijn verantwoordelijkheid voor het ongeval te ontlopen. Hij heeft bij de politie in de eerste drie verhoren volgehouden dat de betreffende auto ten tijde van het ongeval was gestolen. Hij heeft ook bewust gewacht met zich te melden bij de politie, totdat de alcohol weer uit zijn lichaam was verdwenen.
Blijkens de verklaring die namens het slachtoffer ter terechtzitting is voorgelezen heeft het ongeval een enorme negatieve impact op het slachtoffer gehad, zowel in fysieke als mentale zin. Ook voor het gezin van het slachtoffer zijn de gevolgen groot. Omdat de vrouw van het slachtoffer door chronische ziektes het huishouden niet zelfstandig kan doen en het slachtoffer nu ook zijn fysieke beperkingen heeft, moet hun dochter nu regelmatig langskomen om mantelzorg te verlenen.
Gezien de ernst van de feiten en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf en een langdurige ontzegging van de rijbevoegdheid.
In het nadeel van verdachte heeft de rechtbank verder gelet op het feit dat verdachte vorig jaar nog een strafbeschikking heeft gekregen voor het rijden zonder rijbewijs en dat hij in 2022 is veroordeeld voor het rijden onder invloed van alcohol. Verdachte was aldus een gewaarschuwd mens en heeft er toch wederom voor gekozen om te rijden terwijl zijn rijbewijs was geschorst en hij had gedronken, met alle ernstige gevolgen voor het slachtoffer van dien.
Verdachte is voorts zonder bericht van verhindering niet ter terechtzitting verschenen en heeft zich in zoverre niet bereid getoond om ter terechtzitting zijn verantwoordelijkheid voor zijn strafbare gedrag te nemen.
De rechtbank heeft ook gelet op het rapport van Reclassering Nederland van 1 oktober 2025.
De reclassering schat de kans op recidive in als gemiddeld tot hoog, mede gelet op eerdere veroordelingen en omdat verdachte naar de mening van de reclassering hoofdzakelijk rekening houdt met zijn eigen belangen en weinig tot geen berouw toont ten aanzien van de gepleegde delicten. Tevens zou verdachte in februari dit jaar wederom zijn aangehouden voor het rijden zonder rijbewijs waarbij hij mogelijk onder invloed was, zo heeft de politie aan de reclassering meegedeeld. De reclassering adviseert de oplegging van een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden die samengevat het volgende inhouden:
  • meldplicht bij reclassering;
  • gedragsinterventie cognitieve vaardigheden;
  • ambulante behandeling;
  • meewerken aan middelencontrole.
De rechtbank ziet reden de reclassering te volgen in het advies en zal aan verdachte conform de eis van de officier van justitie opleggen, een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden verbinden, zoals in het dictum nader uitgewerkt.
Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen ontzeggen. De rechtbank ziet reden om de ontzegging op te leggen voor een langere termijn dan de officier van justitie heeft gevorderd, te weten voor de duur van 3 jaar.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 55, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 7, 8, 9 en 175, 176 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1 primair, 2, 3 en 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Bepaalt dat van deze gevangenisstraf
een gedeelte, groot 4 maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
dat de veroordeelde zich na het ingaan van de proeftijd binnen vijf werkdagen zal melden bij Reclassering Nederland op het adres [adres] . Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. Hij volgt de aanwijzingen op die hem door of namens de reclassering gegeven worden voor zover in andere voorwaarden niet al benoemd. Binnen het toezicht worden (sub)doelen geformuleerd waarvoor veroordeelde zich in zal zetten deze te behalen;
dat de veroordeelde actief deelneemt aan de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden of een andere gedragsinterventie die gericht is op cognitieve vaardigheden. De reclassering bepaalt welke training het precies wordt. Veroordeelde houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer/begeleider;
dat de veroordeelde meewerkt aan diagnostiek en, indien geïndiceerd, een behandeling door De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling is gericht op zijn delictgedrag, en het niet/nauwelijks ervaren van berouw. De behandeling start na aanmelding vanuit de toezichthouder. De behandeling duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
dat de veroordeelde meewerkt aan controle van het gebruik van alcohol en/of drugs om het middelengebruik te beheersen. De reclassering kan urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest) gebruiken voor de controle. De reclassering bepaalt hoe vaak veroordeelde wordt gecontroleerd. Dit kunnen zowel aangekondigde als onaangekondigde controles betreffen.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.
Ten aanzien van feit 1 voorts:
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen-bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van 3 jaren.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Zwarts, voorzitter, mr. H.H. Kielman en mr. T.R. Bosker, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 december 2025.
1. Zie het proces-verbaal FO Verkeer (forensisch onderzoek plaats delict) d.d. 3 oktober 2023, pagina 34.