ECLI:NL:RBNNE:2025:5449

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/18/28244 / FT RK 25/1007
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot omzetting van faillissement naar wettelijke schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw en onvoldoende medewerking

In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 17 november 2025 uitspraak gedaan in het verzoek van een schuldenaar om zijn faillissement om te zetten naar de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp). De verzoeker, die in oktober 2022 in staat van faillissement was verklaard, heeft op 16 september 2025 een verzoek ingediend tot opheffing van zijn faillissement en toelating tot de Wsnp. De curator heeft negatief geadviseerd over dit verzoek, omdat de verzoeker zijn verplichtingen tijdens het faillissement niet naar behoren is nagekomen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verzoeker een totale schuldenlast van € 243.331,00 heeft, met aanzienlijke schulden aan Heineken Sligro Foot Group Nederland B.V. en het CJIB. De rechtbank oordeelt dat de verzoeker niet te goeder trouw is geweest ten aanzien van het ontstaan van zijn schulden en dat hij onvoldoende heeft meegewerkt aan de afwikkeling van zijn faillissement. De rechtbank wijst het verzoek af, met de aanbeveling aan de verzoeker om zijn huidige stabiele situatie vast te houden en contact op te nemen met gemeentelijke schuldhulpverlening voor een nieuwe start.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/28244 / FT RK 25/1007

vonnis van 17 november 2025

in de zaak van:
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1988 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
voorheen handelend onder de naam [bedrijfsnaam 1] , [bedrijfsnaam 2] , [bedrijfsnaam 3] en [bedrijfsnaam 4] , gevestigd te [adres] , KvK nummer [nummer] ,
hierna te noemen verzoeker.

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 11 oktober 2022 is de verzoeker in staat van faillissement verklaard met benoeming van mr. N.A. Baarsma tot rechter-commissaris en aanstelling van mr. G.W. Breuker tot curator.
Verzoeker heeft op 16 september 2025 een verzoek ingediend tot opheffing van zijn faillissement onder het gelijktijdig uitspreken van de wettelijke schuldsaneringsregeling (hierna: Wsnp).
De curator heeft op een advies uitgebracht over het omzettingsverzoek.
De rechter-commissaris heeft bovenvermeld faillissement op 18 september 2025 voorgedragen voor opheffing.
Het verzoekschrift is behandeld ter zitting van 3 november 2025. Verzoeker en de curator zijn ter zitting verschenen.
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

Op grond van artikel 288, eerste lid, aanhef en onder b faillissementswet (Fw) wordt een
verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling slechts toegewezen als voldoende
aannemelijk is dat
a. de schuldenaar niet zal kunnen voortgaan met het betalen van zijn
schulden;
b. dat de schuldenaar ten aanzien van het ontstaan of onbetaald laten van zijn schulden in de drie jaar voorafgaand aan de dag waarop het verzoek is ingediend, te goeder trouw is geweest;
c. dat de schuldenaar de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen naar behoren zal nakomen en zich zal inspannen zoveel mogelijk baten voor de boedel te verwerven.
Verzoeker heeft een totale schuldenlast van € 243.331,00. Deze schulden komen met name voort uit de failliete onderneming van verzoeker. Onder de schulden is een schuld aan Heineken Sligro Foot Group Nederland B.V. ter hoogte van € 74.237,40. Dit betreft de aankoop van (grotendeels) sterke drank en sigaretten in augustus en september 2022, derhalve vlak voor faillietverklaring. Daarnaast heeft verzoeker een forse schuld bij het CJIB ter hoogte van € 10.673,31. Dit betreft met name snelheidsovertredingen.
De curator heeft negatief geadviseerd ten aanzien van het verzoek om toelating van de schuldenaar tot de Wsnp. De curator heeft aangegeven dat verzoeker zijn verplichtingen in het faillissement niet behoorlijk is nagekomen. Zo heeft verzoeker in eerste instantie ontkend dat hij vlak voor faillissement een grote hoeveelheid sigaretten en drank heeft besteld. Uit de door de curator opgevraagde bewakingsbeelden van Sligro Drachten blijkt echter dat verzoeker daar vlak voor faillissement drank en sigaretten heeft opgehaald. Tijdens een verhoor door de rechter-commissaris op 11 januari 2023 heeft verzoeker alsnog toegegeven een grote hoeveelheid drank te hebben besteld en deze na sluiting van het café te hebben verkocht. Hij heeft verklaard met de opbrengst onder meer de huur te hebben betaald en hiervan luxe te hebben geleefd. Verzoeker heeft verder aangegeven van de sigaretten niets af te weten. De rechter-commissaris heeft vervolgens bevolen om verzoeker in verzekerde bewaring te stellen, teneinde hem te bewegen tot medewerking.
Verzoeker is op 18 juni 2024 in verzekerde bewaring gesteld. Bij het bezoek van de curator aan het cellencomplex heeft verzoeker alsnog erkend dat hij sterke drank én de sigaretten heeft besteld, opgehaald en doorverkocht. De opbrengst heeft hij gebruikt om te gokken en om een schuld aan zijn ouders terug te betalen. Aldaar blijkt ook dat verzoeker sinds
1 oktober 2023 aan het werk is in een cafetaria. Verzoeker heeft dit niet aan de curator gemeld en heeft evenmin (een deel van) zijn inkomsten afgedragen aan de boedel. De inbewaringstelling is vervolgens op 1 juni 2024 opgeheven.
De curator heeft een berekening gemaakt van het vrij te laten bedrag, waaruit volgt dat er een forse achterstand in de boedelafdracht is ontstaan. Met behulp van zijn moeder heeft verzoeker een deel van de achterstand aan de boedel voldaan.
Ter zitting heeft de curator verklaard dat verzoeker lange tijd geen medewerking heeft verleend aan de afwikkeling van het faillissement. Hierdoor heeft de curator veel extra werkzaamheden moeten verrichten en heeft de afwikkeling onnodig lang geduurd. Het boedelactief is onvoldoende om de kosten van de curator volledig te kunnen voldoen. Verzoeker is ten aanzien van het ontstaan van de een deel van zijn schulden, met name de schuld aan Heineken en het CJIB, volgens de curator niet te goeder trouw. Mocht verzoeker worden toegelaten, dan zal de schuldsaneringsregeling in ieder geval 18 maanden moeten duren.
Verzoeker heeft ter zitting verklaard dat zich realiseert dat hij fouten heeft gemaakt en dat hij daarvan heeft geleerd. Verzoeker wil graag een nieuwe start maken. Sinds juli 2025 heeft hij een vast contract en werkt hij fulltime.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is verzoeker in ieder geval ten aanzien van het ontstaan van de vordering van Heineken en de vordering van het CJIB niet te goeder trouw. Hoewel deze schulden zijn ontstaan in de periode voorafgaand aan het faillissement en derhalve net buiten de in art 288 genoemde termijn van drie jaren vallen, rekent de rechtbank het verzoeker zwaar dat hij tijdens het faillissement lange tijd geen openheid van zaken heeft gegeven en hij niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan. Verzoeker heeft opzettelijk onjuiste verklaringen gegeven, zelfs tijdens het verhoor bij de rechter-commissaris, en de door curator vastgestelde feiten ontkend. Hierdoor is de afwikkeling van het faillissement vertraagd en zijn de faillissementskosten opgelopen. Daarnaast heeft verzoeker de curator niet op de hoogte gesteld dat hij aan het werk was en inkomsten lange tijd niet aan de boedel afgedragen. Pas nadat verzoeker in bewaring was gesteld heeft hij open kaart gespeeld. Naar het oordeel van de rechtbank is het niet voldoende aannemelijk dat verzoeker zich tijdens een Wsnp-traject wél adequaat zal inspannen om aan zijn verplichtingen te voldoen.
De rechtbank vindt het nu nog te vroeg om vanuit het faillissement aan het saneren van de schulden te beginnen.
Met de curator is de rechtbank van oordeel dat bovenomschreven omstandigheden aan toelating van verzoeker tot de schuldsanering in de weg staan. Bijzondere omstandigheden die aanleiding kunnen geven verzoeker niettemin tot de schuldsaneringsregeling toe te laten zijn niet aangevoerd of gebleken.
De rechtbank zal het verzoek dan ook afwijzen.
De rechtbank raadt verzoeker aan om de stabiele situatie die inmiddels is ontstaan vast te houden en zich maximaal in te spannen om zoveel mogelijk inkomen voor zijn schuldeisers te sparen en van daaruit te starten met de aflossing van zijn schulden. De rechtbank geeft verzoeker in overweging om daarna contact op te nemen met gemeentelijke schuldhulpverlening en een “frisse start” te maken met een gemeentelijk schuldhulpverleningstraject. Daarbij zal het van groot belang zijn dat verzoeker dan aantoont dat hij wel degelijk in staat is om de verplichtingen na te komen die horen bij een schuldsanering. Het staat verzoeker vrij om te zijner tijd opnieuw een verzoek tot toelating wsnp in te dienen.

BESLISSING

De rechtbank:
wijst het verzoek af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. van Gessel, en uitgesproken ter openbare zitting van
17 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.