ECLI:NL:RBNNE:2025:5448

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 november 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
C/18/248725 / FT RK 25/1061 en C/18/248727 FT RK 25/1062
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing van een dwangakkoord in het kader van de Faillissementswet met betrekking tot een verzoeker die een nul-aanbod heeft gedaan aan zijn schuldeisers

Op 1 oktober 2025 heeft verzoeker een verzoekschrift ingediend bij de Rechtbank Noord-Nederland tot vaststelling van een dwangakkoord en toelating tot de schuldsaneringsregeling. Dit verzoek is behandeld op 3 november 2025, waarbij verzoeker en zijn schuldhulpverlener aanwezig waren. Verweerder, Stichting Avondzon, heeft het aanbod van verzoeker, dat een prognoseakkoord met een nul-aanbod inhoudt, afgewezen. Verweerder gaf aan geen finale kwijting te willen verlenen, maar wel open te staan voor een aflossingsregeling in de toekomst.

De rechtbank overweegt dat een schuldeiser in beginsel vrij is om zijn medewerking aan een schuldregeling te weigeren. Echter, in dit geval zijn de vooruitzichten voor verweerder bij aanvaarding van het akkoord gunstiger dan bij verwerping. De rechtbank stelt vast dat de overige schuldeisers, die samen meer dan 95% van de schulden vertegenwoordigen, het aanbod hebben aanvaard. Gezien de omstandigheden en de belangen van de schuldeisers, concludeert de rechtbank dat verweerder in redelijkheid niet tot weigering van instemming met het akkoord heeft kunnen komen.

Daarom wordt het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord toegewezen, en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt als ingetrokken beschouwd. De rechtbank beveelt verweerder om in te stemmen met de schuldregeling, en het vonnis is uitgesproken op 17 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummers: C/18/248725 / FT RK 25/1061 en C/18/248727 FT RK 25/1062

vonnis van 17 november 2025

in de zaak van:
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen: verzoeker,
tegen
Stichting Avondzon, gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: verweerder.

PROCESGANG

Op 1 oktober 2025 is ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift tot vaststelling van een dwangakkoord als bedoeld in artikel 287a Faillissementswet (Fw) en tot toelating tot de schuldsaneringsregeling (Wsnp) ontvangen. Beide verzoeken zijn ingediend door Kredietbank Midden Groningen (hierna te noemen: de Kredietbank).
Het verzoekschrift tot vaststelling van een dwangakkoord is behandeld ter zitting van
3 november 2025. Hierbij is verzoeker verschenen tezamen met zijn schuldhulpverlener, de heer [schuldhulpverlener] . Namens verweerder zijn verschenen de heer [naam 1] en de heer [naam 2] .
Ten slotte is vonnis bepaald op heden.

RECHTSOVERWEGINGEN

Verzoeker heeft op 8 augustus 2025 een schuldregeling aangeboden aan zijn schuldeisers. Deze schuldregeling betreft een prognoseakkoord, waarbij een zogenaamd nul-aanbod aan de schuldeisers is gedaan. Pas na afloop van de schuldbemiddeling van 18 maanden kan de worden vastgesteld of er voor de schuldeisers is gespaard en kan de definitieve afkoopsom worden vastgesteld.
De schuldregeling is door alle schuldeisers behalve verweerder aanvaard.
Verweerder heeft als reden voor zijn weigering bij de schuldhulpverlener opgegeven dat hij in principe wel instemt met een prognose akkoord, maar geen finale kwijting wil verlenen. Mochten er de komende tijd wel financiële mogelijkheden vrijkomen, dan ziet verweerder graag dat er alsnog aan de betalingsverplichtingen wordt voldaan.
Verzoeker heeft de rechtbank verzocht verweerder te bevelen in te stemmen met de aangeboden schuldregeling.
Blijkens het verzoekschrift is verzoeker op dit moment niet in staat om te werken. Hij is zelfstandig ondernemer geweest maar heeft zijn onderneming als gevolg van medische klachten moeten staken. Op dit moment ontvangt hij een uitkering op grond van de participatiewet. Er is een tijdelijke ontheffing van de arbeids- en inspanningsverplichting opgelegd wegens burn-out klachten. Deze klachten worden mede, al dan niet hoofzakelijk veroorzaakt door de penibele financiële situatie inclusief forse schuldenlast, waar verzoeker zich in bevindt. Niet uitgesloten is dat verzoeker tijdens de looptijd van de schuldregeling doorstroomt naar betaald werk en derhalve wel een afloscapaciteit ontstaat. Om die reden is gekozen voor een prognose akkoord. Uit de bij het verzoekschrift gevoegde vergelijkingstool volgt dat de schuldeisers op basis van de huidige inkomenssituatie geen uitkering tegemoet kunnen zien wanneer verzoeker zou worden toegelaten tot de Wsnp, vanwege de hogere kosten die aan deze wettelijke regeling zijn verbonden.
De schuldhulpverlener heeft ter zitting herhaald dat het aanbod het maximaal haalbare voor verzoeker is. Hij heeft hieraan nog toegevoegd dat de overige schuldeisers met de schuldregeling hebben ingestemd.
Verweerder heeft ter zitting verklaard dat hij geen finale kwijting wil verlenen. Verweerder wil graag met verzoeker een aflossingsregeling afspreken op het moment dat er wel weer afloscapaciteit is. Verweerder heeft naar eigen zeggen ook een verantwoordelijkheid naar de overige 73 huurders die wel allemaal netjes hun huur betalen.

BEOORDELING

De rechtbank stelt voorop dat het een schuldeiser in beginsel vrijstaat zijn medewerking aan een door de schuldenaar aangeboden schuldregeling – waarbij hij slechts een (beperkt) deel van zijn vordering betaald krijgt en voor het restant afstand moet doen van zijn recht op voldoening – te weigeren en dat bij toewijzing van een bevel tot instemming terughoudendheid geboden is. Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kan er plaats zijn voor een bevel tot instemming waarbij het in beginsel op de weg van de schuldenaar ligt de specifieke feiten en omstandigheden te stellen en, zo nodig, te bewijzen, waaruit kan worden afgeleid dat de schuldeiser in redelijkheid niet tot weigering van instemming met het akkoord heeft kunnen komen. Daarbij zal in aanmerking worden genomen de (on)evenredigheid tussen het belang dat de schuldeiser heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van de schuldenaar of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad.
Bij de beoordeling van de vraag of verweerder in redelijkheid niet tot weigering van het aanbod kon komen, zal allereerst moeten worden gekeken naar de inhoud van het akkoord.
Op basis van de huidige inkomenssituatie kan er aan het einde van de schuldsaneringsregeling na aftrek van de bewindvoerderkosten aan de schuldeisers geen uitkering worden gedaan. Niet uit te sluiten valt echter dat verzoeker tijdens de looptijd van de schuldregeling doorstroomt naar betaald werk, zeker wanner er door een geslaagde regeling rust en stabiliteit ontstaat. Mocht het inkomen van verzoekster en daarmee de afloscapaciteit veranderen, dan heeft dit zowel in een schuldsaneringsregeling als in het buitengerechtelijk traject invloed op het uitkeringspercentage aan de schuldeisers. De rechtbank merkt daarbij op dat de kosten van de wettelijke schuldsaneringsregeling fors hoger zijn dan de bemiddelingskosten die de Kredietbank in rekening brengt.
Naar het oordeel van de rechtbank is het nu gedane aanbod dan ook het maximaal haalbare voor verzoeker.
Nu de vooruitzichten voor verweerder bij aanvaarding van het akkoord gunstiger zijn dan bij verwerping daarvan, is het uitgangspunt dat verweerder op grond van de inhoud van de aangeboden schuldregeling in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling hebben kunnen komen. Immers moet er op grond van deze vooruitzichten van uit worden gegaan dat verweerder geen belang heeft bij de weigering van de instemming, terwijl de overige schuldeisers wel belang hebben bij aanvaarding van de schuldregeling.
De rechtbank neemt bij haar beslissing in aanmerking dat uit de door verzoeker overgelegde stukken blijkt dat de overige schuldeisers (samen ruim 95% van het gehele schuldenbedrag vertegenwoordigend) hebben ingestemd met het aangeboden akkoord.
Op grond van het vorenstaande zal het verzoek dan ook worden toegewezen. Omdat het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord zal worden toegewezen, hoeft het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling niet meer besproken te worden. De rechtbank beschouwt het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling als ingetrokken.

BESLISSING

De rechtbank:
- beveelt verweerder in te stemmen met de hierboven genoemde schuldregeling,
Dit vonnis is gewezen door mr. S. van Gessel, en in het openbaar uitgesproken op
17 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.