ECLI:NL:RBNNE:2025:5438

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
22 december 2025
Zaaknummer
18/203985-21
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Medeplegen van meerdere bedrijfsinbraken met overschrijding van de redelijke termijn

In deze zaak heeft de rechtbank Noord-Nederland op 24 december 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen de verdachte, die zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van vier bedrijfsinbraken. De inbraken vonden plaats bij drie juweliers en een telecomwinkel, waarbij aanzienlijke schade is aangericht en waardevolle goederen zijn gestolen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden. De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden en een taakstraf van 240 uur. De rechtbank heeft de feiten beoordeeld op basis van getuigenverklaringen, camerabeelden en forensisch bewijs, waaronder DNA-sporen die aan de verdachte konden worden gekoppeld. De verdediging heeft betoogd dat er onvoldoende bewijs was voor de betrokkenheid van de verdachte, maar de rechtbank oordeelde dat de bewijsmiddelen voldoende waren om de verdachte te veroordelen voor de feiten 1 tot en met 4. De rechtbank heeft de verdachte vrijgesproken van feit 5, wegens gebrek aan bewijs. De strafmotivering houdt rekening met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd, en de positieve ontwikkeling van de verdachte in de jaren na de feiten. De rechtbank heeft ook een schadevergoeding toegewezen aan de benadeelde partij, die materiële en immateriële schade heeft geleden door de inbraken.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Groningen
parketnummer 18/203985-21
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 24 december 2025 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1996 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 12 december 2025. Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. F.N. Dijkers, advocaat te Diemen.
Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. A.H. Veltkamp.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks de periode van 8 juni 2021 tot en met 9 juni 2021 te Winschoten in de gemeente Oldambt tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een grote hoeveelheid) gouden en/of diamanten sieraden (ringen, kettingen, oorbellen, armbanden, hangers e.a.)(met een waarde van ongeveer 42.000,-) in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [bedrijf 5] B.V. (gelegen aan [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
2
hij op of omstreeks de periode van 8 juli 2021 te Heerhugowaard in de gemeente Dijk en Waard tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een hoeveelheid) telefoons (Iphones), tablets en/of andere (overige) apparaten in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [bedrijf 1] (gelegen aan [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
3
hij op of omstreeks 7 april 2022 te [plaats] in de gemeente Tynaarlo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een grote hoeveelheid) sieraden (ringen, kettingen, oorbellen, armbanden, hangers, horloges e.a.)(met een waarde van ongeveer 21.529,-) in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [bedrijf 2] (gelegen aan [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
4
hij op of omstreeks de periode van 9 juni 2022 tot en met 10 juni 2022 te [plaats] in de gemeente Beek tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (een grote hoeveelheid) sieraden en/of goud en/of diamanten collectie (met een verkoopwaarde van ongeveer 144.935,-) in elk geval enig goed, die geheel of ten dele aan [bedrijf 3] B.V. (gelegen aan [adres] ), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
5
hij op of omstreeks de periode van 6 april 2022 tot en met 7 april 2022 te [plaats] in de gemeente Tynaarlo opzettelijk en wederrechtelijk een slot van een deur (van een toegang naar een zwembad en een losstaand pand) gelegen aan [adres] ), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan Stichting zwembaden Tynaarlo, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder feit 5 ten laste gelegde. De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder feit 1 tot en met 4 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten. Hij heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verdachte had in het verleden tezamen met anderen beschikking over een opslagruimte. Samen pleegden zij vermogensdelicten. In de opslagruimte lagen gereedschap, handschoenen en kleding opgeslagen. Verdachte stopte met het plegen van vermogensdelicten, de goederen bleven in de opslag achter. Dit verklaart hoe het kan dat DNA van verdachte is aangetroffen op de gereedschappen die bij de feiten door anderen zijn gebruikt en achtergelaten. Het DNA van verdachte is steeds aangetroffen op verplaatsbare objecten. Uit jurisprudentie volgt dat bij het aantreffen van DNA op verplaatsbare objecten niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat verdachte de inbraak ook heeft gepleegd. Voor alle feiten geldt dat verdachte niet herkenbaar/individualiseerbaar is op de camerabeelden. Een 100% herkenning door een verbalisant ontbreekt. Ook de verklaringen van getuigen geven weinig aanvullende informatie over de uiterlijke kenmerken van de daders. Ten aanzien van feit 1 heeft de raadsman in het bijzonder het volgende aangevoerd. Op de camerabeelden is de ontblote rechteronderarm van de dader zichtbaar, daarop zijn geen tatoeages te zien. Dit sluit verdachte, die een grote tatoeage op zijn rechteronderarm heeft, als dader uitdrukkelijk uit. Daarnaast heeft een getuige verklaard dat de persoon die bij de juwelier naar binnen ging een vrouw was. Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsman in het bijzonder aangevoerd dat op camerabeelden te zien is dat de daders handschoenen en lichaam bedekkende kleding droegen. Daardoor is het minder waarschijnlijk dat de daders DNA-sporen in de vorm van bloed hebben achtergelaten. Ten aanzien van feit 5 heeft de raadsman in het bijzonder aangevoerd dat, zelfs als er een bewezenverklaring voor feit 3 volgt, dit niet betekent dat verdachte ook betrokken is geweest bij de vernieling zoals tenlastegelegd onder feit 5.
Oordeel van de rechtbank
Feit 5
Met de officier van justitie en de raadsman is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is ten aanzien van het onder feit 5 ten laste gelegde. Uit het dossier blijkt dat er een deur van een schuur naast het zwembad ter plaatse is geforceerd. In het pand lag een koevoet waarop DNA werd aangetroffen dat afkomstig kan zijn van verdachte. Uit het dossier blijkt onvoldoende dat de koevoet is gebruikt om de deur van de betreffende schuur te forceren en dat dit door verdachte is gedaan, zodat ten aanzien van dat feit het wettig en overtuigend bewijs ontbreekt. Verdachte zal daarom hiervan worden vrijgesproken.
Feiten 1 tot en met 4
De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven. Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Feit 1
1. De door verdachte ter zitting van 12 december 2025 afgelegde verklaring, voor zover inhoudend:
Een week voor het onder feit 1 ten laste gelegde ben ik in de [bedrijf 5] geweest voor een voorverkenning.
2. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 juni 2021, opgenomen op pagina 27 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer 2022097699 d.d. 27 juli 2023, inhoudend als verklaring van [naam 1] namens [bedrijf 5] :
Ik ben gistermiddag 8 juni 2021 weggegaan uit de [bedrijf 5] aan [adres] . Vannacht ging het alarm af. In de winkel bleek dat de voordeurruit was ingeslagen met een stuk ijzer en het beveiligingshek was omhoog gebracht met een krik. Er zijn diverse vitrines kapot geslagen. Er zijn veel sieraden weggenomen, waaronder goud en diamanten.
3. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 april 2023, opgenomen op pagina 87 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Start beelden 09-06-2021 03:20:57 uur. Er stappen twee personen van de scooter. Persoon 1 signalement: gezet postuur, lichte huidskleur, op de achterzijde van het hoofd is een bult te zien alsof er een knot haar onder zit. Persoon 1 slaat met een voorhamer tegen het raam van de deur. Samen wrikken persoon 1 en persoon 2 het toegangshek omhoog en plaatsen ze de krik eronder. Persoon 1 gaat onder het hek door. Persoon 1 slaat met een voorhamer tegen het slot van lades en pakt dingen uit de lades en doet die in de tas. Persoon 1 slaat met de voorhamer de ramen van vitrines in en pakt spullen uit de vitrines en stopt dit in de tas.
4. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 11 augustus 2021, opgenomen op pagina 94 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Opname van [bedrijf 5] op 1 juni 2021 16:49:54 uur. Signalement NN1: donkerkleurig haar achterover getrokken in een kort staartje. NN1 gaat de winkel in en bekijkt de voorwerpen.
5. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 april 2023, opgenomen op pagina 542 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Tijdens een voorverkenning draagt verdachte zijn haar in een donkere knot/staart en heeft hij donkere gezichtsbeharing en een stevig/corpulent figuur.
6. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 juni 2023, opgenomen op pagina 584 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
De man die naar binnen is gegaan en meerdere vitrines (het glas en de lades eronder) heeft kapot geslagen, is zeer gelijkend aan de verdachte. Verdachte heeft een dik/gezet postuur en
draagt een staartje/knotje. Op de beelden is te zien dat persoon 1 die alles kapot slaat
en de voorwerpen in een grote tas doet, een gezet postuur en een bobbel onder zijn hoofdbedekking heeft.
7. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek bedrijf d.d. 9 juni 2021, opgenomen op pagina 131 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op de vloer bij een opengebroken vitrine kast zag ik een moker staan. Op de beelden in de winkel is te zien dat de vitrine kasten en de schuiflades met de moker worden bewerkt. De aangetroffen moker is veiliggesteld voor onderzoek.
8. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van vooronderzoek lab d.d. 17 juni 2021, opgenomen op pagina 143 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Onderzoek handgereedschap (moker). Ik heb het onderste deel van de steel bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor gewaarmerkt met SIN AAOY9660NL.
9. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2021.06.25.161 (aanvraag 001), d.d. 23 juli 2021 opgemaakt door
J.H.C. Gits op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Tabel 2 Resultaten, interpretatie en conclusie van het (vergelijkend) DNA-onderzoek
SIN(
omschrijving)
DNA kan afkomstig zijn
van
Bewijskracht
AAOY9660NL#01
Minimaal twee personen:
(
onderste deel steel)
een relatief grote
hoeveelheid DNA:
meer dan 1 miljard
- [verdachte]
Feit 2
10. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 8 juli 2021, opgenomen op pagina 190 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 2] namens [bedrijf 1] :
Op 8 juli 2021 zag ik op beelden van de winkel in Heerhugowaard dat er was ingebroken. Ik ben bij de winkel aangekomen en ik zag de schade in de winkel. Ik merkte dat er meerdere telefoons en overige apparaten waren weggenomen uit de winkel.
11. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 juli 2021, opgenomen op pagina 197 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Op 8 juli 2021 kwamen wij ter plaatse bij [bedrijf 1] . Wij zagen een moker op een
halve meter van de voordeur in het pand liggen. Wij zagen dat op de toonbank nog een witte bigshopper lag.
12. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 8 augustus 2021, opgenomen op pagina 201 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Voordat het feit heeft plaatsgevonden heeft er een voorverkenning plaatsgevonden. Op beelden is te zien dat twee personen op het trottoir aan de overzijde van de winkel lopen. De eerste maal om 01.03 uur. Dit betreft een man met een fors postuur, een baard en mogelijk langer haar in een staart, en een slanke man De tweede maal lopen beiden weer dezelfde route om 02.04 uur. Om 02.40 uur gooit een man een grote kei tegen de toegangsdeur waardoor het glas breekt. Ik zie dat meerdere personen door het schoppen en slaan tegen de vernielde ruit een opening creëren. Ik zie dat een persoon met een slank postuur als eerste de winkel binnen gaat. Ik zie dat een tweede persoon ook de winkel binnen klimt. Ik zie dat
hij een aantal tassen met zich draagt. De eerste persoon opent de vitrine. Hij trekt de aanwezige iPhone-doosjes naar zich toe en doet deze in een van de meegebrachte tassen. De tweede persoon loopt met de
voorhamer naar de aanwezige vitrines in de winkel en
vernielt de glazen deuren van deze kasten. Ik zie dat beide personen uit deze vitrines diverse apparatuur wegnemen en deze in de tassen doen.
13. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 21 augustus 2022, opgenomen op pagina 220 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op de beelden is te zien dat de dader met een fors postuur twee shoppers met zich draagt waarvan hij er een op de balie in de winkel legt. Ook draagt hij een voorhamer met zich mee. Op de beelden is zichtbaar dat hij bij het verlaten van de winkel, vlak voordat hij bij het gat in de toegangsdeur is, de voorhamer laat vallen. Deze blijft dan in de winkel achter. De tas, welke later op de balie is aangetroffen en welke daar door deze dader is neergelegd, blijft eveneens in de winkel achter. Het postuur van de dader welke de moker verliest en de tas op de balie van de winkel heeft gelegd, komt overeen met de persoon van de voorverkenning.
14. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van vooronderzoek lab d.d. 10 december 2021, opgenomen op pagina 229 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisanten:
Ik heb de handvaten van de big shopper bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAPC7571NL.
15. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van vooronderzoek lab d.d. 12 augustus 2021, opgenomen op pagina 232 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik heb de gehele steel van de moker met behulp van een wattenstaafje bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb het spoor veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AANT4605NL.
16. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2021.08.19.087 (aanvraag 002), d.d. 3 november 2021 opgemaakt door C.J. van Dongen op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:

Tabel 2 Interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek

SIN(
omschrijving)
DNA kan afkomstig zijn
van
Bewijskracht
AANT4605NL#01
(wattenstaafje; moker)
Minimaal drie personen:
- [verdachte]
- minimaal twee onbekende personen
meer dan 1 miljard
DNA-mengprofiel AANT4605NL#01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer de bemonstering DNA bevat van [verdachte] en twee willekeurige onbekende personen, dan wanneer de bemonstering DNA bevat van drie willekeurige onbekende personen.
17. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2021.08.19.087 (aanvraag 003), d.d. 7 februari 2022 opgemaakt door
C.J. van Dongen op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Tabel 2 Resultaten, interpretatie en conclusie van het (vergelijkend) DNA-onderzoek
SIN
Bewijskracht
DNA kan afkomstig zijn van
AAPC7571NL#01
Minimaal één persoon:
- [verdachte]
meer dan 1 miljard
Feit 3
18. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte (met goederenbijlage) d.d. 14 april 2022, opgenomen op pagina 253 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 3] namens [bedrijf 2] :
Op 7 april 2022 hoorde ik lawaai in onze juwelierszaak in [plaats] . Ik zag dat er een persoon onder het rolluik naar buiten kroop. Daarna zag ik twee andere inbrekers onder het rolluik naar buiten kruipen. Ik zag dat twee personen slank waren en dat de andere stevig was. Het rolluik, het glas van de voordeur en meerdere vitrines zijn vernield. Er zijn meerdere sieraden verdwenen.
19. Een schriftelijk bescheid, te weten een camerabeeldverslag d.d. 25 april 2022, opgenomen op pagina 266 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Camerabeelden 7 april 2022. Ik zag een persoon voor het raam staan en een grote kei door het raam gaan. Ik zag persoon 1 met een groot slagvoorwerp het raam inslaan aan de voorkant. Ik zag persoon 1 naar binnen komen. Ik zag persoon 2 en 3 de winkel betreden. Persoon 1 hield een sloophamer vast.
Persoon 2 slaat een vitrinekast in met een sloophamer. Alle 3 personen doen spullen in tassen. Beschrijving persoon 1: man, blankachtige huidskleur, stevig gebouwd.
20. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 februari 2023, opgenomen op pagina 527 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik kan de persoon op de beelden als volgt omschrijven: donkere kleur wenkbrauwen, paar plukken donker haar die onder de bivakmuts vandaan komen, blanke/lichte huidskleur, stevig/corpulent postuur, draagt een donkerkleurige voorhamer, een bobbel onder de bivakmuts aan de bovenzijde van het achterhoofd.
21. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 7 april 2022, opgenomen op pagina 296 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Bij de inbraak is aangetroffen en in beslag genomen een hamer. De hamer is
aangetroffen naast [bedrijf 4] . Ik zag op de camerabeelden dat er drie verdachten aan kwamen lopen vanuit de richting van [bedrijf 4] . Een van de verdachten had in zijn handen de in beslag genomen hamer. Ik zag dat de verdachte geen handschoenen aan had. Toen de verdachten na de inbraak weer weg renden in de richting van de bloemist, had een van de verdachten deze hamer weer vast. De hamer werd naast de bloemist achtergelaten door een van de verdachten.
22. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van vooronderzoek lab d.d. 25 april 2022, opgenomen op pagina 309 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Onderzoek handgereedschap (hamer). Ik zag op de bovenzijde van het handvat op bloed lijkende sporen. Met behulp van een TB-test is een indicatie voor de aanwezigheid van bloed verkregen. Ik heb afzonderlijk:
  • de ruwe delen van het handvat
  • een deel van het bloedspoor op de bovenzijde van het handvat
bemonsterd op humane biologische sporen. Ik heb de sporen veiliggesteld, gewaarmerkt met SIN AAOE9705NL en AAOE9704NL
23. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2022.05.03.141 (aanvraag 001), d.d. 13 mei 2022 opgemaakt door J. Warnaar op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Tabel 3 Resultaten, interpretatie en conclusie van het (vergelijkend) DNA-onderzoek
SIN (omschrijving)
DNA kan afkomstig zijn
van
Bewijskracht
AAOE9705NL#01
Minimaal twee personen:
(
ruwe delen handvat)
een relatief grote
hoeveelheid DNA:
meer dan 1 miljard
- [verdachte]
24. Een deskundigenrapport afkomstig van het Nederlands Forensisch Instituut van het Ministerie van Justitie en Veiligheid, zaaknummer 2022.05.03.066 (aanvraag 001), d.d. 14 juni 2022 opgemaakt door
A.I. Berghout op de door hem/haar afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als zijn/haar verklaring:
Tabel 1 Resultaten, interpretatie en conclusie van het vergelijkend DNA-onderzoek
SIN en omschrijving
Celmateriaal kan afkomstig
zijn van
Matchkans
AAOE9704NL901
Bloed
- [verdachte]
kleiner dan één op één
miljard
Feit 4
25. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 10 juni 2022, opgenomen op pagina 370 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [naam 4] namens [bedrijf 3] te [plaats] :
Op 9 juni 2022 omstreeks 18.00 uur is het pand volledig afgesloten. Om 04:11 uur werd mijn broer wakker gebeld door de alarmcentrale. Ter plaatse zag ik dat de rolpoort omhoog stond met een rode krik. Onder de rolpoort lag een grote kei. Het glas van de voordeur was kapot. Er lagen twee hamers in het pand. Van een aantal vitrines was het glas kapot. In deze vitrines zitten duurdere merken sieraden, waaronder goud en diamanten. Er is voor meer dan 50.000 euro weggenomen.
26. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 februari 2023, opgenomen op pagina 524 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Op de beelden zijn drie personen te zien. Ik zag dat deze beelden op 10 juni 2022 zijn opgenomen. Persoon 2: stevig postuur en heeft een verdikking onder zijn hoofdbedekking zitten, mogelijk een knot. Persoon 2 haalt een tas uit de kofferbak en draagt deze naar de gevel juwelier. Persoon 1 gooit iets in de kofferbak en stapt in de auto. Achter hem rent persoon 2 en deze stapt in de auto.
27. Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van forensisch onderzoek bedrijf, opgenomen op pagina 394 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als relaas van verbalisant:
Ik kwam ter plaatse voor forensisch onderzoek. Tijdens het ingestelde onderzoek zag ik dat de ruit van de etalage naast de voordeur en de ruit van de winkeldeur waren vernield. Ik zag dat in het portiek voor de winkeldeur een laag glasscherven, een kei en een boeren krik lagen. Op de vloer in de winkel lagen ter hoogte van de winkeldeur twee identieke voorhamers. Door mij werd van de voorhamer, die plat op de
grond lag, het handvat en de steel ter hoogte van de kop bemonsterd. Dit spoor werd voorzien van de SIN AAOO0262NL. In de winkel waren de ruiten van diverse vitrines vernield en kasten waren opengebroken.
28. Een deskundigenrapport afkomstig van The Maastricht Forensic Institute, zaaknummer TMFI2022.6965, d.d. 15 juni 2022 opgemaakt door M. Moorlag en M. Hidding op de door hun afgelegde algemene belofte als vast gerechtelijk deskundige, voor zover inhoudend als hun verklaring:

Tabel 1 Resultaat van het DNA-onderzoek

Bemonstering
DNA-profiel
Mogelijke donor van
celmateriaal
Handvat en deel steel bij kop voorhamer AAOO0262NL
DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man.
Het DNA-mengprofiel is geschikt voor vergelijkend DNA-onderzoek met het DNA-
profiel van een persoon.
[verdachte]
Om een uitspraak te doen over het mogelijk aanwezig zijn van celmateriaal van [verdachte] in de bemonstering Handvat en deel steel bij kop voorhamer AAOO0262NL is de likelihood-ratio (LR) methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende hypothesen.
Hypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van [verdachte] en twee onbekende, niet verwante personen. Hypothese 2: de bemonstering van het spoor bevat DNA van drie onbekende, niet verwante personen. De resultaten van het onderzoek zijn extreem veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.
Overwegingen
Naar aanleiding van de bevindingen van het NFI omtrent de onderzoeken naar de telkens aangetroffen biologische sporen op de bij de tenlastegelegde gedragingen gebruikte gereedschappen en de hoge bewijskracht ervan die ten aanzien van verdachte telkens zijn gerapporteerd, stelt de rechtbank vast dat het niet anders kan dan dat het DNA dat is aangetroffen, van verdachte is. Verdachte heeft verklaard dat hij in het verleden, voorafgaande aan de huidige verdenkingen, vermogensdelicten heeft gepleegd. Samen met anderen had hij een schuur waarin onder meer inbrekerswerktuigen werden opgeslagen. Verdachte heeft verklaard dat hij, vóór de onderhavige verdenkingen, is gestopt met het plegen van vermogensdelicten en dat de inbrekerswerktuigen in de schuur zijn achtergebleven. De verschillende gereedschappen die in de ten laste gelegde zaken zijn gebruikt en waarop DNA van verdachte is aangetroffen, komen volgens verdachte uit de schuur en zijn door anderen gebruikt. De rechtbank acht de door de verdediging geschetste feiten en omstandigheden niet aannemelijk, nu deze niet nader zijn onderbouwd. Verdachte wil niet verklaren waar de schuur precies staat en wanneer en met welke andere personen hij deze schuur deelde. Daarnaast zijn er ten aanzien van de huidige verdenkingen steeds voldoende specifieke camerabeelden in het dossier. Daarop is te zien dat de gereedschappen waar DNA van verdachte op is aangetroffen, telkens bij deze inbraken worden gebruikt door een man met een fors postuur en een knotje op zijn achterhoofd. Verdachte voldoet aan dit signalement. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte voor die voor het bewijs redengevende omstandigheden geen redelijke, redengevendheid opleverende ontzenuwende, verklaring gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA op de bij de inbraken gebruikte gereedschappen. Het verweer van de verdediging wordt verworpen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder feit 1 tot en met 4 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1
hij op 9 juni 2021 te Winschoten tezamen en in vereniging met een ander, een grote hoeveelheid gouden en diamanten sieraden, die aan [bedrijf 5] B.V. gelegen aan [adres] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
2
hij op 8 juli 2021 te Heerhugowaard tezamen en in vereniging met anderen, een hoeveelheid telefoons en overige apparaten, die aan [bedrijf 1] gelegen aan [adres] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
3
hij op 7 april 2022 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, een grote hoeveelheid sieraden met een waarde van 21.529,-, die aan [bedrijf 2] gelegen aan [adres] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak;
4
hij op 10 juni 2022 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen, een grote hoeveelheid sieraden en goud en diamanten, die aan [bedrijf 3] B.V. gelegen aan [adres] toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en die weg te nemen goederen onder hun bereik hebben gebracht door middel van braak.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Strafbaarheid van het bewezen verklaarde
Het bewezen verklaarde levert op:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf voor de duur van 240 uur.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gepleit voor de oplegging van een taakstraf, al dan niet in combinatie met een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en het rapport van de reclassering
d.d. 19 november 2025, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van vier bedrijfsinbraken, waaraan een georganiseerd karakter niet kan worden ontzegd, blijkend uit voorverkenningen van de betreffende panden. Tezamen met anderen heeft verdachte bij drie juweliers een grote hoeveelheid waardevolle sierraden weggenomen, waaronder goud en diamanten. Bij een telecomwinkel zijn meerdere telefoons en apparaten weggenomen. Bij de bedrijfsinbraken is met grof geweld toegang verkregen tot de panden. Zo hebben verdachte en zijn mededaders ramen ingeslagen en deuren geforceerd, met behulp van divers gereedschap zoals een voorhamer. In de winkels zijn vitrines ingeslagen om bij de goederen te kunnen komen. Als gevolg van de enorme vernielingen die zijn aangericht en van het wegnemen van zeer veel waardevolle voorwerpen is veel schade ontstaan en zijn de betreffende ondernemers zwaar gedupeerd. Met zijn handelen heeft verdachte niet alleen inbreuk gemaakt op het eigendomsrecht, maar ook op het gevoel van veiligheid van slachtoffers, zo blijkt ook uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring. Het gewelddadige karakter van de inbraken heeft daarnaast ontegenzeggelijk ook het veiligheidsgevoel van eigenaren van de betreffende bedrijven en de omwonenden aangetast. Verdachte heeft zich van dit alles echter niets aangetrokken. Hij heeft zich kennelijk enkel laten leiden door financiële motieven. Bovendien was verdachte een gewaarschuwd mens. Uit de justitiële documentatie van verdachte blijkt dat hij eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten en gedurende de bewezenverklaarde feiten in meerdere proeftijden liep.
De rechtbank heeft acht geslagen op het voornoemde reclasseringsrapport. De reclassering concludeert dat verdachte zijn leven heeft veranderd. Hij heeft thans een eigen onderneming opgezet, is veel gaan werken, is vader geworden en zet ook bij tegenslagen door. Verdachte is gemotiveerd om zijn leven op orde te houden. Hij is zelfredzaam en heeft een steunend netwerk. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als laag en een reclasseringstraject wordt niet nodig geacht.
De feiten rechtvaardigen in beginsel de oplegging van een forse straf. De rechtbank zal bij de strafbepaling echter met de volgende feiten en omstandigheden in strafmatigende zin rekening houden. Artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht is van toepassing. Daarnaast kent de rechtbank bijzonder gewicht toe aan het forse tijdsverloop. In artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is het recht van iedere verdachte gewaarborgd om binnen een redelijke termijn te worden berecht. De redelijke termijn is in deze zaak overschreden. Verdachte is na deze feiten niet meer in aanraking gekomen met justitie. Ten slotte heeft verdachte zich de afgelopen jaren positief ontwikkeld. Het is niet wenselijk dat deze positieve ontwikkeling wordt doorkruist.
Gelet op de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, hoewel de ernst van de feiten daartoe wel reden geeft, geen passende straf. Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. De rechtbank zal aan verdachte opleggen een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met een proeftijd van 3 jaren, en een taakstraf voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis.

Benadeelde partij

[naam 3] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding. Gevorderd wordt een bedrag van 11.965,13 ter vergoeding van materiële schade en 3.000,00 ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij integraal kan worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, wegens de verzochte vrijspraak. Subsidiair heeft hij zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard ten aanzien van de immaterieel gevorderde schade, omdat niet wordt voldaan aan het relativiteitsvereiste. De artikelen 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht beschermen vermogen, eigendom en bezit van roerende zaken. De gevorderde immateriële schade valt niet onder het beschermingsbereik. Meer subsidiair heeft de raadsman verzocht om de immaterieel gevorderde schade te matigen. Uit de toelichting op de vordering blijkt dat meerdere inbraken hebben geleid tot PTSS bij de benadeelde partij. Er kan onvoldoende worden vastgesteld wat de impact is geweest van dit feit en in hoeverre eerdere andere delicten een rol spelen bij de klachten van de benadeelde partij.
Oordeel van de rechtbank
Materiële schade
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partij de gestelde materiële schade heeft geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het onder feit 3 bewezen verklaarde. De vordering van de materiële schade, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 april 2022.
Immateriële schade
De benadeelde partij heeft daarnaast vergoeding van immateriële schade gevorderd. Indien geen sprake is van lichamelijk letsel, zoals in dit geval, kan op grond van artikel 6:106 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek slechts een vergoeding voor immateriële schade worden toegekend indien de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Geestelijk letsel kan pas worden aangemerkt als aantasting van de persoon, indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is door de benadeelde partij aangevoerd middels een verklaring van een GZ-psycholoog. Het gevorderde bedrag is naar het oordeel van de rechtbank daardoor redelijk en billijk. De vordering tot vergoeding van immateriële schade wordt dan ook toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 7 april 2022.
Hoofdelijkheid
De rechtbank stelt vast dat verdachte het strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd en dat zij naar civielrechtelijke maatstaven hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte de schadevergoeding niet meer aan de benadeelde partij hoeft te betalen indien zijn medeverdachten deze al hebben betaald, en andersom.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
Veroordeling in de kosten
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36f, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 5 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder feit 1 tot en met 4 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op 3 jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
een taakstraf voor de duur van 240 uren.
Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast.
Beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag inverzekeringstelling.
Vordering benadeelde partij
Ten aanzien van parketnummer 18/203985-21 feit 3:
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, om aan [naam 3] te betalen:
  • het bedrag van 14.965,13 (zegge: veertienduizend negenhonderdvijfenzestig euro en dertien eurocent);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 7 april 2022 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte hoofdelijk, aldus dat als een mededader betaalt verdachte in zoverre zal zijn bevrijd, de verplichting op om ten behoeve van [naam 3] aan de Staat te betalen een bedrag van 14.965,13 (zegge: veertienduizend negenhonderdvijfenzestig euro en dertien eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 april 2022 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit 11.965,13 aan materiële schade en 3.000,00 aan immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van 109 dagen kan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte of een mededader voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.M. Wolters, voorzitter, mr. A.L.J.M.A. Janssens en
mr. E.P. van Sloten, rechters, bijgestaan door mr. M.M. Peters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 24 december 2025.