16.1.De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het college een nieuw besluit op de aanvraag moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het college hiervoor acht weken. Gelet op de omstandigheid dat de aanvraag eerder is voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure, ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, onder a, van de Awb te bepalen dat afdeling 3.4 van de Awb buiten toepassing blijft.
Omdat het beroep in de zaak met zaaknummer LEE 25/1923 gegrond is moet het college het griffierecht van € 194,- aan eisers vergoeden en krijgen eisers ook een vergoeding van hun proceskosten. Het college moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.814,- omdat de gemachtigde van eisers een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
- verklaart het beroep in de zaak met zaaknummer LEE 24/2875 wegens het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep in de zaak met zaaknummer LEE 24/2875 voor het overige ongegrond;
- verklaart het beroep in de zaak met zaaknummer LEE 25/1923 gegrond;
- vernietigt het besluit van 7 april 2025;
- draagt het college op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op de aanvraag te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat bij het nemen van dit nieuwe besluit afdeling 3.4 van de Awb buiten toepassing blijft;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eisers moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eisers.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Lok, rechter, in aanwezigheid van mr. D.W.K. Veenstra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: