Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:5099

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
6 november 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
11635205 BU VERZ 25-740
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wahv R309
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond verklaard tegen boete voor fietsen in voetgangersgebied wegens twijfel over locatie

Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet gebruiken van de rijbaan als (snor)fietser in een voetgangersgebied zonder verplicht fietspad, vastgesteld op 23 mei 2024 in Sneek. Hij stelde dat hij het verkeersbord dat fietsen verbood niet was gepasseerd en dat hij een route had gevolgd waar fietsen was toegestaan. De officier van justitie verklaarde het eerste beroepschrift ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

Tijdens de zitting toonde betrokkene met Google Street View zijn fietsroute aan, waaruit bleek dat hij vóór het getoonde verbodsbord rechtsaf was geslagen. De verbalisanten baseerden hun verklaring op een zonebord G7 zonder uitzondering voor fietsers, maar de kantonrechter vond dat uit de stukken onvoldoende bleek waar betrokkene precies had gefietst en of hij het bord was gepasseerd.

Gezien de twijfel over de locatie van de overtreding werd deze in het voordeel van betrokkene uitgelegd. De kantonrechter verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de boete en bepaalde dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde boete wordt gegrond verklaard en de boete wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 266574776
zaaknummer: 11635205 BU VERZ 25-740

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van6 november 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: R309 – ‘als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is’, verricht op 23 mei 2024, om 17:18 uur, op de Leeuwenburg in Sneek. De opgelegde boete bedraagt € 44,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 6 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij waren aanwezig: betrokkene en als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. P.A. Veenstra
1.3.
Na sluiting van het onderzoek op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. Zij oordeelt dat het beroep gegrond is en zal de boete vernietigen. De kantonrechter zal hierna uitleggen waarom zij dat doet.
Standpunten
3. Betrokkene voert aan dat aan het begin van de straat die hij in reed (om daarna de Leeuwenburg op te fietsen) een bord staat dat fietsen in het voetgangersgebied toestaat. Dit bord staat niet bij het inrijden van de Leeuwenburg, maar wel aan de andere kant van de Leeuwenburg, in tegengestelde richting op het Waagplein. Hij is van mening dat hij mocht fietsen in het voetgangersgebied vanwege de uitzondering.
4. De vertegenwoordigster stelt zich op het standpunt dat het beroep ongegrond is.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding. In zaken op grond van de Wahv is de verklaring van de verbalisant in het zaakoverzicht in beginsel voldoende voor het vaststellen van de verkeersovertreding, tenzij concrete omstandigheden worden aangevoerd die aanleiding geven tot twijfel.
5.1.
De verbalisanten hebben in het zaakoverzicht verklaard dat zij betrokkene zagen fietsen in een door zonebord G7 aangeduid voetgangersgebied.
5.2.
Deze verklaring is aangevuld met een op ambtseed opgemaakt aanvullend proces-verbaal. De verbalisanten hebben middels schermafbeeldingen laten zien waar het zonebord staat dat betrokkene fietsend zou hebben gepasseerd. Dit bord G7, zonder onderbord dat fietsen uitzondert, staat op de Leeuwenburg ter hoogte van perceel 8. Ook staat er een rood-wit gestreepte paal.
6. Betrokkene heeft op de zitting op Google Street View zijn fietsroute aangegeven. Hij stelt dat hij vanaf de Suupmarkt, waar een uitzondering voor fietsers geldt, de Leeuwenburg is opgefietst. Vervolgens is hij vóór het door de verbalisanten getoonde bord rechtsaf geslagen naar het Waagplein.
7. De kantonrechter overweegt dat uit de stukken niet voldoende blijkt waar betrokkene heeft gefietst. De opgegeven route volgend, is hij een bord gepasseerd dat aangeeft dat hij ter plaatse mocht fietsen en is hij geen borden die anders zeggen tegengekomen. Het door de verbalisanten getoonde bord is niet door betrokkene gepasseerd.
8. Er bestaat twijfel over waar de verbalisanten betrokkene hebben zien fietsen en of betrokkene daarbij een bord is gepasseerd dat hij niet mocht fietsen. Uit de stukken blijkt dit onvoldoende. Deze twijfel moet in het voordeel van betrokkene worden uitgelegd. De kantonrechter zal het beroep daarom gegrond verklaren.
Conclusie
De kantonrechter:
  • verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
  • vernietigt die beslissing;
  • verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking gegrond;
  • vernietigt die beschikking;
  • bepaalt dat betrokkene de zekerheidstelling terugkrijgt.
Waarvan proces-verbaal,
D.W. Veenstra, griffier mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.