Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het rijden tegen de verplichte rijrichting op een rotonde, vastgesteld op 26 februari 2024 te Hommerts. Betrokkene voerde aan dat hij rechtdoor over de rotonde was gereden en daarmee niet tegen de rijrichting in had gehandeld. De officier van justitie handhaafde de boete en het beroep bij de kantonrechter werd behandeld op 6 november 2025.
Tijdens de zitting was de vertegenwoordiger van de officier van justitie aanwezig, terwijl betrokkene en zijn gemachtigde niet verschenen. De kantonrechter oordeelde dat het rijden rechtdoor over de rotonde in strijd is met de verplichte rijrichting die door bord D1 wordt aangegeven, aangezien alle andere rijrichtingen dan rechtsom als tegen de rijrichting in worden beschouwd.
Er werden geen feiten of omstandigheden aangevoerd die aanleiding geven tot wijziging van de boete. Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep ongegrond en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.