ECLI:NL:RBNNE:2025:504
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens dealen hennep en cocaïne en medeplegen gewoontewitwassen met gedeeltelijke ontneming
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 13 februari 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte geboren in 1992, woonachtig te een adres, wegens het dealen van hennep en cocaïne en het medeplegen van gewoontewitwassen. De officier van justitie vorderde ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, aanvankelijk gesteld op bijna €99.137, maar later aangepast naar €94.567.
Tijdens de terechtzitting op 30 januari 2025 werd het standpunt van de verdediging naar voren gebracht dat het voordeel aanzienlijk lager moest worden vastgesteld, namelijk €31.200, gebaseerd op een wekelijkse winst van €300 over ongeveer twee jaar. Tevens werd betwist dat bedragen die via de bankrekening van een medeverdachte zijn ontvangen, aan de verdachte konden worden toegerekend.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis van de meervoudige strafkamer en de daarin opgenomen bewijsmiddelen. Uit het proces-verbaal witwassen bleek een totaal wederrechtelijk voordeel van €99.136,94, inclusief bedragen die via de rekening van de medeverdachte zijn ontvangen. De rechtbank oordeelde dat zonder nadere onderbouwing deze bedragen niet konden worden toegerekend aan de verdachte en stelde het voordeel vast op €48.475,62.
De rechtbank wees de vordering tot ontneming gedeeltelijk toe en legde aan de verdachte de verplichting op tot betaling van dit bedrag aan de staat. Tevens bepaalde zij de maximale duur van gijzeling op 969 dagen. De vordering tot ontneming voor het overige werd afgewezen.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld voor drugshandel en medeplegen gewoontewitwassen met ontneming van €48.475,62.