Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens het niet volgen van de richting die de voorsorteerstrook op een kruispunt aangeeft. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert aan dat de feitcode en de weergave van zijn verklaring onjuist zijn en dat hij de situatie veilig inschatte.
De kantonrechter stelt vast dat de gedraging is komen vast te staan en dat betrokkene zijn standpunt volledig heeft kunnen toelichten, waardoor zijn rechtspositie niet is geschaad. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die aanleiding geven tot matiging of vernietiging van de boete.
De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €309. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.