ECLI:NL:RBNNE:2025:5023

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
24 oktober 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
11547557 BU VERZ 25-285
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtmatigheid verhogingen sanctietarieven en disproportionaliteit verkeersboete

Op 24 oktober 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Groningen, uitspraak gedaan in een zaak betreffende een verkeersboete opgelegd aan de betrokkene op basis van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De betrokkene kreeg een boete van € 309,00 voor het niet volgen van de richting op een kruispunt, wat plaatsvond op 29 maart 2024. De betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld, maar de officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond. De kantonrechter heeft de zaak op 24 oktober 2025 behandeld, waarbij de gemachtigde van de betrokkene, mr. N.G.A. Voorbach, aanwezig was, evenals de vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. Z. Fluitsma.

De gemachtigde voerde aan dat de verkeerssituatie op het kruispunt onoverzichtelijk was door werkzaamheden en dat de betrokkene, niet bekend in de omgeving, op zijn navigatiesysteem vertrouwde. De kantonrechter overwoog dat de verhogingen van de sanctietarieven per 1 maart 2024 rechtmatig zijn en dat het sanctiebedrag in redelijke verhouding staat tot de ernst van de gedraging. De kantonrechter zag geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen, aangezien de betrokkene de richting op de voorsorteerstrook had moeten volgen. De proceskosten werden niet voor vergoeding in aanmerking genomen. De uitspraak werd gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 265186962
zaaknummer: 11547557 BU VERZ 25-285
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 24 oktober 2025
in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] ,
(gemachtigde: mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl.).

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘op een kruispunt niet de richting volgen die de voorsorteerstrook aangeeft’, verricht op 29 maart 2024, om 16:29 uur, op de Laan Corpus den Hoorn in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 309,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 24 oktober 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. Z. Fluitsma.
1.3.
Na afloop van de behandeling heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Standpunten

2. Gemachtigde voert aan dat het kruispunt buitengewoon druk en zeer onoverzichtelijk was door omvangrijke werkzaamheden. Betrokkene was zijn weg kwijt en vertrouwde op zijn navigatiesysteem om de juiste richting te bepalen. Bovendien is betrokkene niet bekend in de omgeving van Groningen. Door een omleiding kwam betrokkene op deze route. Betrokkene had te laat door dat hij op de verkeerde voorsorteerstrook stond en moest dit op deze manier corrigeren.
3. Daarnaast voert de gemachtigde, onder verwijzing naar onder meer adviezen, moties en eerdere rechtspraak, aan dat de boete disproportioneel hoog is en dat de verhoging van 10% per 1 maart 2024 onrechtmatig is. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
4. De vertegenwoordigster is van mening dat het beroep ongegrond moet worden verklaard.
Overwegingen
5. Allereerst overweegt de kantonrechter dat de verhogingen van de sanctietarieven per 1 maart 2024 rechtmatig zijn. [1] Hij ziet geen aanleiding om te oordelen dat het sanctiebedrag niet in redelijke verhouding zou staan tot de aard en de ernst van de gedraging.
6. Vervolgens betwist gemachtigde de gedraging niet, maar voert hij argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
7. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Bestuurders dienen de richting te volgen die op de voorsorteerstrook is aangegeven. Dat betrokkene mogelijk door een onduidelijke situatie niet op de juiste voorsorteerstrook is beland, maakt dit niet anders. Ook dan dient hij de richting te volgen die voor zijn voorsorteerstrook geldt. Dat betrokkene ervoor heeft gekozen dit niet te doen en van rijstrook te wisselen, komt voor zijn eigen rekening en risico. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden 31 juli 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:4719.