ECLI:NL:RBNNE:2025:5021
Rechtbank Noord-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor parkeren zonder ontheffing in Groningen
Betrokkene kreeg een boete van €119,00 opgelegd wegens het zonder ontheffing parkeren van een bedrijfsauto langer dan 6 meter op een verboden plek in Groningen op 13 januari 2024. Tegen deze boete werd beroep ingesteld bij de officier van justitie, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De gemachtigde van betrokkene voerde aan dat het overtreden voorschrift niet in de sanctiebeschikking stond vermeld en verzocht om vergoeding van proceskosten. De kantonrechter stelde vast dat het overtreden voorschrift, artikel 5:8 lid 1 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening Groningen, wel in de inleidende beschikking genoemd werd, samen met een feitcode en een omschrijving van de gedraging inclusief tijd, plaats en datum.
Hierdoor was duidelijk welk voorschrift was geschonden en kon betrokkene zich adequaat verdedigen, temeer omdat hij werd bijgestaan door een professioneel rechtsbijstandverlener. De kantonrechter vond geen aanleiding om aan de juistheid van de gegevens te twijfelen en zag geen reden de boete te matigen of te vernietigen. De proceskosten werden niet toegewezen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Betrokkene werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na toezending van de beslissing.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete voor parkeren zonder ontheffing wordt ongegrond verklaard.