ECLI:NL:RBNNE:2025:5009
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening aandeelhouders tegen heffingsbesluiten NAM
De staatssecretaris heeft op 18 november 2025 heffingsbesluiten opgelegd aan de Nederlandse Aardoliemaatschappij B.V. (NAM) ter hoogte van circa 1,3 miljard euro, te betalen vóór 31 december 2025. De aandeelhouders ExxonMobil Holding Company Holland LLC en Shell Nederland B.V. hebben tegen deze besluiten bezwaar gemaakt en tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, stellende dat zij door de besluiten rechtstreeks in hun belangen worden geraakt.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de aandeelhouders waarschijnlijk slechts een afgeleid belang hebben, maar desondanks de bevoegdheid heeft om op hun verzoek te beslissen. Voor het treffen van een voorlopige voorziening is vereist dat er sprake is van onverwijlde spoed. Gezien het financiële karakter van het geschil en het ontbreken van een onomkeerbare situatie, zoals dreigend faillissement of continuïteitsproblemen, is geen spoedeisend belang aanwezig.
Daarnaast is beoordeeld of de besluiten evident onrechtmatig zijn. Dit zou alleen het geval zijn als op grond van een eerste lezing van de essentiële stukken buiten twijfel staat dat ernstige, niet te herstellen gebreken aanwezig zijn. De voorzieningenrechter concludeert dat de heffingsbesluiten voldoende gemotiveerd zijn en dat er geen sprake is van evidente onrechtmatigheid.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang en geen evidente onrechtmatigheid.