ECLI:NL:RBNNE:2025:5008
Rechtbank Noord-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen heffingsbesluiten NAM van 1,3 miljard euro
De Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. (NAM) heeft bezwaar gemaakt tegen heffingsbesluiten van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, waarbij zij werd verplicht om vóór 31 december 2025 ruim 1,3 miljard euro over te maken. NAM verzocht om uitstel van betaling en vervolgens om een voorlopige voorziening om de betalingsverplichting te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat bij financiële geschillen doorgaans geen spoedeisend belang bestaat, tenzij er sprake is van een onomkeerbare situatie zoals dreigend faillissement. NAM gaf aan dat er geen financiële noodsituatie of continuïteitsrisico is. Daarnaast stelde NAM dat de besluiten evident onrechtmatig zijn.
De voorzieningenrechter stelde dat een voorlopige voorziening zonder spoedeisend belang alleen kan worden toegekend als het besluit evident onrechtmatig is, wat inhoudt dat op basis van een eerste lezing ernstige, onherstelbare gebreken moeten vaststaan. Dit was niet het geval. Daarom werd het verzoek kennelijk ongegrond verklaard en afgewezen zonder zitting. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de heffingsbesluiten van 1,3 miljard euro is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en het ontbreken van evidente onrechtmatigheid.