ECLI:NL:RBNNE:2025:4897

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
13 november 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
11691024 BU VERZ 25-1000
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Mondelinge uitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)bord G7
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond verklaard tegen boete voor fietsen in voetgangerszone buiten verplicht fietspad

Betrokkene kreeg een boete van €79 opgelegd wegens het niet gebruiken van de rijbaan als (snor)fietser bij het ontbreken van een verplicht fietspad, gepleegd op 14 september 2024 op de Oosterdijk in Sneek. Betrokkene stelde dat fietsen buiten winkeltijden en tijdens rustige momenten in de voetgangerszone was toegestaan en dat de bebording onduidelijk was.

De kantonrechter oordeelde dat de overtreding vaststaat omdat betrokkene niet ontkende te hebben gefietst op de verboden plek. De bebording, een voetgangerszonebord (G7) met een onderbord voor laad- en lostijden, was duidelijk en er was geen aanwijzing dat fietsen buiten winkeltijden was toegestaan. Betrokkene had niet aannemelijk gemaakt dat hij aan het laden of lossen was.

De kantonrechter concludeerde dat er geen reden was om de boete te matigen of te vernietigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Betrokkene kan tegen deze beslissing binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de boete wegens fietsen in de voetgangerszone wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Zittingsplaats Leeuwarden
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 269308511
zaaknummer: 11691024 BU VERZ 25-1000

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van13 november 2025

in de zaak van

[betrokkene] (de betrokkene),

die woont in [woonplaats] .

Inleiding

1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘als (snor)fietser niet de rijbaan gebruiken als er geen verplicht fietspad of fiets/bromfietspad aanwezig is’, verricht op 14 september 2024, om 17:14 uur, op de Oosterdijk in Sneek, met een (snor)fiets. De opgelegde boete bedraagt € 79,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 13 november 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig als vertegenwoordiger van de officier van justitie, mr. R. van der Velde.
1.3
Na afloop van de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de kantonrechter

Beslissing

2. De kantonrechter beoordeelt het beroep aan de hand van de beroepsgronden van betrokkene. De kantonrechter oordeelt dat het beroep ongegrond is en zal uitleggen hoe zij tot dit oordeel komt.
Standpunten
3. Betrokkene vindt dat bij de beoordeling van deze zaak onvoldoende rekening is gehouden met de specifieke omstandigheden waaronder de vermeende overtreding plaatsvond. De overtreding vond plaats nadat de winkels gesloten waren. Dergelijk gedrag wordt op rustige momenten gedoogd, waardoor hij ervan overtuigd was dat hij de regels niet overtrad. Verder is de bebording onduidelijk. Het gaat om een klein bord aan het begin van de straat, wat makkelijk over het hoofd kan worden gezien. Ten slotte worden er onder dit bord tijden vermeld die naar zijn interpretatie betrekking hebben op laad- en losactiviteiten, wat voor nog meer verwarring zorgt.
4. De vertegenwoordiger verzoekt het beroep ongegrond te verklaren. Betrokkene wist dat hij niet op de betreffende plek mocht fietsen, maar volgens hem gold er een gedoogbeleid nadat de winkels gesloten waren. Er is geen onderbord dat aangeeft dat er na sluitingstijd gefietst mag worden, waardoor betrokkene hier niet vanuit mocht gaan.
Overwegingen
5. Betrokkene betwist de verkeersovertreding niet, maar voert argumenten aan om deze te verklaren. Daarmee is de verkeersovertreding komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. Er is sprake van een voetgangerszonebord (bord G7). Door middel van dit bord wordt een voetpad aangeduid. Betrokkene mag daar in beginsel niet fietsen. Fietsers moeten namelijk het fietspad gebruiken en, als dat ontbreekt, de rijbaan. Daarbij is de kantonrechter niet gebleken van onduidelijke bebording. Het is aan betrokkene als verkeersdeelnemer om goed op de aanwezige verkeersborden te letten. Dat er een onderbord is waarop staat dat laden en lossen is toegestaan binnen bepaalde tijdstippen, maakt ook niet dat sprake is van onduidelijke bebording. Betrokkene heeft overigens niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van laden of lossen. De verkeersovertreding vond bovendien buiten de laad- en lostijden plaats.
7. De kantonrechter oordeelt dat het onduidelijk is op welke gronden betrokkene baseert dat buiten de winkeltijden en tijdens rustige momenten op de Oosterdijk mag worden gefietst. Er is geen bebording die aangeeft dat fietsen (buiten de winkeltijden) toch is toegestaan. De bebording geeft duidelijk aan dat betrokkene hier niet mocht fietsen. In de door betrokkene aangevoerde omstandigheden ziet de kantonrechter geen aanleiding de boete te matigen of te vernietigen. [1]

Conclusie

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Waarvan proces-verbaal,
S.N. Noordenbos, griffier mr. L.E.A. Jonkers-Vellinga, kantonrechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.

Voetnoten

1.Hof Arnhem-Leeuwarden, 17 mei 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4274.