ECLI:NL:RBNNE:2025:4867
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot vaststelling dwangakkoord ondanks verzet schuldeisers
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 3 november 2025 het verzoek tot vaststelling van een dwangakkoord en toelating tot de schuldsaneringsregeling (WSNP) van een verzoeker met een schuldenlast van €64.181,03. De schuldregeling was door vrijwel alle schuldeisers aanvaard, behalve door twee schuldeisers die hogere uitkeringen eisten. De rechtbank stelde vast dat het voorstel was ingediend en getoetst door een onafhankelijke instantie, GKB Midden-Groningen, en dat het voorstel goed onderbouwd was.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de schuldeisers niet redelijk was, mede omdat verzoeker te goeder trouw was bij het ontstaan en onbetaald laten van de schulden. De schulden aan één schuldeiser waren relatief recent, maar verzoeker had een plausibele verklaring voor het staken van zijn onderneming. De rechtbank vond dat het voorstel het maximaal haalbare was, waarbij verzoeker zijn inkomen maximaliseerde en een hogere uitkering aan schuldeisers dan bij toelating tot de WSNP kon worden verwacht.
De rechtbank verwierp het verweer van schuldeiser 2 dat verzoeker binnen 42 maanden volledig kon betalen, omdat de berekening onjuist was en een langere periode nodig was. Gezien de lange periode prevaleerde het belang van verzoeker boven dat van de schuldeisers. Het verzoek tot toelating tot de WSNP werd als ingetrokken beschouwd, omdat het dwangakkoord werd toegewezen.
De rechtbank beval de schuldeisers om in te stemmen met de schuldregeling en wees het verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord toe.
Uitkomst: Verzoek tot vaststelling van het dwangakkoord wordt toegewezen en schuldeisers worden bevolen akkoord te gaan met de schuldregeling.