Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van 6 november 2025
PROCESGANG
RECHTSOVERWEGINGEN
BESLISSING
6 november 2025, in tegenwoordigheid van de griffier.
Rechtbank Noord-Nederland
Op 6 november 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker een moratorium heeft aangevraagd in het kader van een schuldsaneringsregeling. Verzoeker, geboren in 1987, heeft op 17 september 2025 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, samen met een verzoek om een moratorium op basis van artikel 287b van de Faillissementswet. De rechtbank heeft op 17 september 2025 een tussenvonnis gewezen en de behandeling van de zaak verwezen naar een zitting op 3 november 2025. De verhuurder heeft aangegeven niet ter zitting te verschijnen.
De rechtbank heeft de zaak pro forma behandeld en op 6 november 2025 vonnis gewezen. De gevraagde voorziening houdt in dat artikel 305 van de Faillissementswet van toepassing wordt verklaard om een ontruiming van de woning op 18 september 2025 te voorkomen. Verzoeker heeft aangegeven dat hij poogt een minnelijke schuldregeling met zijn schuldeisers te treffen. De rechtbank heeft vastgesteld dat verzoeker zijn huurtermijnen tijdig heeft voldaan en dat er een inventarisatie van de schulden is gestart. De rechtbank oordeelt dat de gevraagde voorziening noodzakelijk is om verzoeker in staat te stellen in relatieve rust aan zijn schuldsanering te werken.
De rechtbank heeft de tenuitvoerlegging van een eerder vonnis tot ontruiming opgeschort voor de duur van het moratorium, dat maximaal zes maanden zal duren. De rechtbank heeft ook bepaald dat de voorziening vervalt als verzoeker niet tijdig en volledig voldoet aan zijn verplichtingen. Dit vonnis is uitgesproken door mr. S. van Gessel in het openbaar.