Op 27 november 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, uitspraak gedaan in een bezwaar tegen de beslissing van het openbaar ministerie om de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) van de veroordeelde uit te stellen met maximaal 60 dagen. De veroordeelde, die in 2023 was veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor poging doodslag en overtreding van de Wet wapens en munitie, had bezwaar aangetekend tegen deze uitstelbeslissing. De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie in redelijkheid tot de beslissing tot uitstel had kunnen komen, omdat er nieuwe informatie was over de verblijfsstatus van de veroordeelde. De rechtbank concludeerde dat het bezwaar ongegrond was, omdat de veroordeelde niet voldeed aan de voorwaarden voor v.i. op basis van de geldende wetgeving. De rechtbank benadrukte dat de informatie over de verblijfsstatus essentieel was voor de beoordeling van de v.i.-aanvraag en dat het openbaar ministerie de tijd had genomen om de benodigde adviezen te verkrijgen. De rechtbank verklaarde de veroordeelde ontvankelijk in het bezwaar, maar wees het bezwaar af, waardoor de veroordeelde het resterende deel van zijn straf moest uitzitten.