Eiseres kreeg een verzuimboete van €385 opgelegd wegens het niet tijdig indienen van haar aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) over 2022. Zij stelde dat zij door ernstige verslavingsproblematiek, opname in een verslavingskliniek, traumabehandeling, ziekenhuisopnames en psychische aandoeningen niet in staat was de aangifte tijdig te doen.
De inspecteur betwistte de onderbouwing en stelde dat eiseres hulp had kunnen inschakelen, zoals zij dat ook deed bij een juridische zaak tegen haar tandarts. De rechtbank oordeelde echter dat eiseres geloofwaardig had gemaakt dat zij door haar omstandigheden feitelijk niet belastbaar was en dat het redelijk was dat zij niet verder dan haar directe hulpverleners kon gaan voor hulp bij de aangifte.
De rechtbank concludeerde dat eiseres alle in redelijkheid te vergen zorg had betracht om het verzuim te voorkomen, waardoor sprake was van afwezigheid van alle schuld (avas). Daarom werd de boetebeschikking vernietigd en het griffierecht aan eiseres vergoed.