ECLI:NL:RBNNE:2025:4788

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
17 oktober 2025
Publicatiedatum
24 november 2025
Zaaknummer
C/18/22/143 R
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste en enige aanleg
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging schuldsaneringsregeling met schone lei na tekortkomingen in verplichtingen

In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 17 oktober 2025 uitspraak gedaan over de beëindiging van de schuldsaneringsregeling van de schuldenares, geboren in 1989. De schuldenares had een opleiding gevolgd, maar door psychische problematiek was deze nog niet voltooid. De rechtbank oordeelde dat een verlenging van de schuldsaneringsregeling niet zinvol was, omdat de schuldenares niet in staat was om haar opleiding tijdig af te ronden en daardoor geen afloscapaciteit had. De rechtbank heeft de bewindvoerder gehoord en de omstandigheden van de schuldenares in overweging genomen, waaronder haar depressieve klachten en PTSS. Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat de schuldenares aan haar verplichtingen had voldaan en beëindigde de schuldsaneringsregeling met een 'schone lei'. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld op € 3.734,41, inclusief onkosten en omzetbelasting. De rechtbank benadrukte dat de schuldsaneringsregeling van rechtswege eindigt zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, waardoor de vorderingen niet langer afdwingbaar zijn.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie: Groningen
zaaknummer: C/18/22/143 R

vonnis van 17 oktober 2025

in de zaak van:
[schuldenares], geboren op [geboortedatum] 1989 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] ,
hierna te noemen de schuldenares,
bewindvoerder: [bewindvoerder 1] .

PROCESGANG

Bij vonnis van deze rechtbank van 12 oktober 2022 is ten aanzien van de schuldenares de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.
Door de bewindvoerder is op 25 juli 2025 schriftelijk verslag uitgebracht ten aanzien van de beëindiging van de schuldsaneringsregeling.
Op 4 september 2025 heeft een verificatievergadering inzake de schuldsaneringsregeling van de schuldenares plaatsgevonden.
Op 12 september 2025 heeft de rechter-commissaris de rechtbank voorgedragen de schuldsaneringsregeling te beëindigen.
De zaak is behandeld ter zitting van 10 oktober 2025, alwaar zijn verschenen en gehoord:
- mevrouw [schuldenares] , de schuldenares;
- de heer [partner schuldenares] , partner van de schuldenares;
- mevrouw [bewindvoerder 2] , namens mevrouw [bewindvoerder 1] , bewindvoerder.

RECHTSOVERWEGINGEN

De rechtbank dient te beoordelen of de schuldenares toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen uit de schuldsaneringsregeling. In geval van een toerekenbare tekortkoming zal de rechtbank vervolgens beoordelen of dat tot de beëindiging van de schuldsaneringsregeling moet leiden onder onthouding van “de schone lei”.
Uit de verslagen van de bewindvoerder, de voordracht van de rechter-commissaris en het verhandelde ter zitting is het volgende gebleken.
In haar eindverslag en de op 3 oktober 2025 gegeven laatste stand van zaken heeft de bewindvoerder bericht dat de schuldenares ten tijde van de looptijd van schuldsaneringsregeling een opleiding heeft gevolgd. In haar bericht van 3 oktober 2025 heeft de bewindvoerder berekend dat een verlenging van de looptijd vanwege de gevolde opleiding met tien maanden rechtvaardig zal zijn richting de enige schuldeiser van de schuldenares. In het toelatingsvonnis heeft de rechtbank opgenomen dat de schuldenares na afronden van haar opleiding meer uren zal kunnen werken en daardoor zal ook de afloscapaciteit gaan toenemen. Nu gebleken is dat de schuldenares de opleiding nog niet heeft afgerond heeft volgens de bewindvoerder een verlenging van de looptijd met tien maanden in feite geen zin nu met zekerheid gesteld kan worden dat de schuldenares de opleiding over tien maanden nog niet heeft afgerond. De schuldenares beschikt momenteel niet over enig afloscapaciteit.
De schuldenares heeft ter zitting aangegeven bekend te zijn met depressie en dat bij haar PTSS is vastgesteld. De opleiding die de schuldenares volgt valt haar mede door haar persoonlijke situatie zwaar, zodat zij om die reden de opleiding nog niet heeft kunnen afronden. Volgens de schuldenares zal de termijn van de opleiding in februari 2026 wederom verlengd moeten gaan worden. Voor het uitvoeren van haar werk dient de schuldenares haar opleiding met goed gevolg af te ronden.
De rechtbank is net als de bewindvoerder van oordeel dat een verlenging van de looptijd met tien maanden gezien de huidige stand van zaken geen zin heeft nu de schuldenares over tien maanden de opleiding nog niet heeft afgerond. De rechtbank neemt in haar overweging ook mee dat de schuldenares enkel een middelbareschooldiploma heeft en het dus maar de vraag is of de schuldenares op hetzelfde niveau en verdiencapaciteit werk zal kunnen vinden dan wat zij nu heeft. Daarnaast neemt de rechtbank in haar oordeel mee dat de depressieve klachten en de vastgestelde PTSS bij de schuldenares ook tot een ontheffing van de sollicitatieplicht had kunnen leiden
Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de schuldenares alsnog heeft voldaan aan haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen. De rechtbank zal derhalve de schuldsaneringsregeling met ‘schone lei’ beëindigen.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder vaststellen. De vergoeding voor de bewindvoerder is berekend op € 3.734,41 (inclusief onkosten en omzetbelasting). Voor zover actief aanwezig is, kan de bewindvoerder de vergoeding als salaris opnemen. Voor zover de kosten van het griffierecht ad € 797,00 voor het deponeren van de slotuitdelingslijst niet uit de boedel kunnen worden voldaan, komen deze ten laste van de Staat.
Ingevolge artikel 356 lid 2 van de Faillissementswet (Fw) zal de schuldsaneringsregeling van rechtswege geëindigd zijn, zodra de slotuitdelingslijst verbindend is geworden. Alsdan zijn de vorderingen die vallen onder de werking van de schuldsaneringsregeling van de schuldenares krachtens artikel 358 lid 1 Fw niet langer afdwingbaar.

BESLISSING

De rechtbank:
­ beëindigt de schuldsaneringsregeling;
­ stelt vast dat de schuldenares haar uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is nagekomen;
­ stelt het salaris voor de bewindvoerder, inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op
€ 3.734,41.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.S. Huizinga en in het openbaar uitgesproken op 17 oktober 2025 in tegenwoordigheid van de griffier. [1]

Voetnoten

1.Tegen deze uitspraak kan degene, aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, uitsluitend via een advocaat binnen acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden.