Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
beschikking van 18 september 2025
PROCESGANG
RECHTSOVERWEGINGEN
BESLISSING
18 september 2025, in tegenwoordigheid van de griffier. [1]
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Nederland
Op 16 september 2025 heeft de schuldenaar een verzoek ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (Wsnp) en een voorlopige voorziening om het loonbeslag bij zijn werkgever op te schorten. Het beslag werd gelegd door het Noordelijk Belastingkantoor op 31 juli 2025. De schuldenaar stelde dat het beslag hem belemmerde vaste lasten te betalen, met risico op woningontruiming en afsluiting van nutsvoorzieningen.
De rechtbank overwoog dat een voorlopige voorziening op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro alleen kan worden toegekend indien sprake is van spoedeisendheid. Hoewel de gewone regels van stelplicht en bewijslast niet strikt gelden, moet de noodzaak van de voorziening wel worden gesteld en onderbouwd met schriftelijke stukken. De rechtbank constateerde dat de schuldenaar onvoldoende had aangetoond dat er een acute noodsituatie bestond.
Uit de overgelegde stukken bleek dat de schuldenaar naast loonbetalingen ook aanzienlijke betalingen van een ander bedrijf ontving, zonder verklaring daarvoor. Nieuwe schulden leken eerder voort te komen uit het bestedingspatroon van de schuldenaar en zijn partner dan uit het beslag. Zonder nadere toelichting kon de rechtbank niet vaststellen dat het loonbeslag daadwerkelijk nieuwe schulden veroorzaakte of dat er een spoedeisend belang was.
Daarom wees de rechtbank het verzoek tot voorlopige voorziening af. De beslissing op het verzoek tot toelating tot de Wsnp zal bij afzonderlijk vonnis volgen.
Uitkomst: Het verzoek tot opschorting van het loonbeslag wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van noodzaak en spoedeisendheid.