Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens 8 km/u te hard rijden buiten de bebouwde kom op 6 februari 2024. Betrokkene stelde beroep in tegen de boete, dat door de officier van justitie ongegrond werd verklaard. Hiertegen stelde betrokkene beroep in bij de kantonrechter.
De kantonrechter behandelde het beroep op 10 september 2025. De gemachtigde voerde aan dat de hoorplicht was geschonden omdat er herhaaldelijk werd gebeld op momenten dat hij niet beschikbaar was, zonder dat een fysieke hoorzitting werd aangeboden. De officier van justitie was van mening dat de boete terecht was opgelegd.
De kantonrechter stelde vast dat de overtreding met een mobiele radar was vastgesteld en dat betrokkene niet staande was gehouden omdat dit niet mogelijk was. De gedraging stond vast, maar de hoorplicht was inderdaad geschonden. De beslissing van de officier van justitie werd daarom vernietigd.
Echter, de kantonrechter matigde de boete niet omdat geen sprake was van een structurele schending van de hoorplicht. De proceskosten werden niet toegewezen. Betrokkene kan hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.