ECLI:NL:RBNNE:2025:4448

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
28 oktober 2025
Publicatiedatum
29 oktober 2025
Zaaknummer
11658486 CV EXPL 25-2191
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Non-conformiteit en dwaling bij de koop van een tweedehands camper

In deze zaak heeft eiser, een koper, een tweedehands camper gekocht van gedaagde voor een bedrag van 14.500,00 euro. Eiser stelt dat de camper niet in goede staat verkeert, ondanks toezeggingen van gedaagde dat dit wel het geval was. Eiser vordert ontbinding van de koopovereenkomst en terugbetaling van een deel van de koopsom, omdat hij meent dat de camper niet voldoet aan de verwachtingen die hij op basis van de koopovereenkomst mocht hebben. Gedaagde betwist de gebreken en stelt dat de camper aan de overeenkomst voldoet. De kantonrechter oordeelt dat eiser niet heeft voldaan aan zijn onderzoeksplicht, waardoor hij zich niet kan beroepen op non-conformiteit. De vorderingen van eiser worden afgewezen. De kantonrechter wijst ook de vordering tot vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling af, omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat gedaagde onjuiste mededelingen heeft gedaan die hem tot de koop hebben bewogen. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Civiel recht Kantonrechter
Zittingsplaats Groningen
Zaaknummer: 11658486 \ CV EXPL 25-2191
Vonnis van 28 oktober 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] , eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. S.D.S. Govers,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] , gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] , gemachtigde: mr. J. Homan.

1.Waar gaat het over?

1.1. [
[eiser] heeft een camper van [gedaagde] gekocht en daar een bedrag van
14.500,00 voor voldaan. Volgens [eiser] is de camper technisch niet in goede staat, terwijl dat wel door [gedaagde] is toegezegd. [eiser] is daarom van mening dat de camper niet voldoet aan wat hij op basis van de koopovereenkomst heeft mogen verwachten. [eiser] wil de koop ongedaan maken en vordert een groot deel van de koopsom terug van [gedaagde] . [gedaagde] is van mening dat de geleverde camper aan de koopovereenkomst beantwoordt. Zij betwist dat de camper gebreken heeft (gehad) en dat zij toezeggingen heeft gedaan over de technische staat van de camper.
1.2.
De kantonrechter zal de vorderingen van [eiser] afwijzen, omdat [eiser] niet aan de onderzoeksplicht heeft voldaan die op hem rust. Daarom kan [eiser] zich niet beroepen op non-conformiteit van de camper. Dat wordt uitgelegd in paragraaf 5 van dit vonnis.

2.Het procesverloop

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding voor de rol van 22 april 2025,
  • de conclusie van antwoord van 17 juni 2025,
  • het tussenvonnis van 1 juli 2025,
  • de akte aanvullende producties van 26 augustus 2025 aan de zijde van [eiser] , waarmee de producties 17 tot en met 25 zijn overgelegd,
  • de mondelinge behandeling van 5 september 2025, waar [eiser] , bijgestaan door mr. Govers, en [gedaagde] , bijgestaan door mr. Homan, zijn verschenen. Partijen hebben ter zitting hun standpunten verder toegelicht, [eiser] deels aan de hand van spreekaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de zitting is besproken.
2.2.
De kantonrechter heeft vervolgens bepaald dat zij vandaag vonnis wijst.

3.De feiten

3.1. [
[gedaagde] heeft via Marktplaats een Ford Transit uit 2011, met het kenteken
[kenteken] , te koop aangeboden. [gedaagde] heeft de Ford Transit omgebouwd tot een zogeheten stealth camperbus, waarbij de camper niet de uiterlijke kenmerken van een camper heeft.
3.2. [
[eiser] heeft de camper op 9 september 2024 van [gedaagde] gekocht voor een bedrag van 14.500,00. De camper is op dat moment APK-gekeurd geweest tot
27 oktober 2024. Het is [eiser] bij het aangaan van de koopovereenkomst bekend geweest dat de APK
op 27 oktober 2024 zou eindigen.
3.3. [
[eiser] heeft de camper na aankoop laten onderzoeken door [garage] uit [vestigingsplaats] , die daarbij de navolgende punten heeft geconstateerd:
  • stadslicht links stadslicht rechts
  • achterlicht rechts defect
  • kentekenlamp links
  • kentekenlamp rechts
  • achteruitrijlicht links
  • remlicht rechts achter verkeerde lamp
  • 3e remlicht verkeerde lamp (te zwak)
  • koplamp H4 lamp links zit er los in totaal geen lichtbeeld (klem weg)???
  • reflector in achterlicht unit rechts gescheurd
  • motorkap slot werkt alleen in de windhaak
  • accus achter bestuurdersstoel staan los
  • zitting bestuurderstoel los
  • oliedop weg
  • mistlampen staan te hoog (stekkers demonteren)
  • remleidingen voorzijde putcorrosie
  • dorpel rechts verrot
  • wielkast links achter roest schade
  • dorpel links achter klein gaatje
  • wiellager links voor
  • maximale stuur uitslag raakt rechter voorwiel de spatlap (voertuigdeel)
3.4.
In de emailberichten van 11 mei 2025 en 15 mei 2025 heeft [garage] de geconstateerde punten verder toegelicht aan de hand van vragen van [eiser] .
3.5. [
[garage] heeft de herstelkosten geschat op een bedrag van minimaal
6.957,35. De geconstateerde roestschade kan niet door [garage] worden hersteld, maar die herstelkosten worden door haar geschat op minimaal 3.500,00.
3.6. [
[eiser] heeft geen opdracht tot herstel gegeven. [garage] heeft herstel van de camper om economische redenen afgeraden. Het kenteken van de camper is momenteel geschorst en de camper wordt niet door [eiser] gebruikt.

4.De vorderingen

4.1. [
[eiser] vordert:
Primair:
1. te verklaren voor recht dat de koopovereenkomst tussen partijen door eiser op
18 februari 2025 op een rechtsgeldige wijze is ontbonden, dan wel de koopovereenkomst tussen partijen te ontbinden per een door de kantonrechter nader te bepalen datum;
Subsidiair:
2. de koopovereenkomst tussen partijen te vernietigen wegens dwaling;
Zowel primair als subsidiair:
3. gedaagde te veroordelen tegen kwijting aan eiser te betalen een bedrag van 13.457,01 inclusief BTW zijnde de koopsom van de Camper van 14.500,- minus gebruiksvergoeding van 1.042,99, dan
wel een door U Edelachtbare in goede justitie te bepalen vergoeding, onder de gelijktijdige verplichting van eiser om de Camper aan gedaagde ter beschikking te stellen, dan wel een beslissing te nemen die U Edelachtbare in goede justitie gerade acht, alsmede te voldoen aan eiser de wettelijke rente over 12.000,00 vanaf 26 februari 2025, dan wel over 13.457,01 vanaf datum dagvaarding, dan wel vanaf een datum door U Edelachtbare in goede justitie te bepalen, tot aan de algehele voldoening;
4. gedaagde te veroordelen een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten van
1.082,95,- inclusief BTW te voldoen aan eiser, dan wel een door U Edelachtbare in goede justitie te bepalen vergoeding, alsmede te voldoen aan eiser de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf 26 februari 2025, dan wel vanaf datum dagvaarding, tot aan de algehele voldoening;
5. gedaagde te veroordelen een bedrag van 1.468,54 te voldoen aan eiser, zijnde een vergoeding voor de geleden schade waaronder analysekosten, verzekeringspremie en motorrijtuigenbelasting, alsmede te voldoen aan eiser de wettelijke rente over voornoemd bedrag vanaf 26 februari 2025, dan wel vanaf datum dagvaarding, tot aan de dag der algehele voldoening, dan wel vanaf een door U Edelachtbare in goede justitie te bepalen vergoeding;
6. gedaagde te veroordelen om binnen zeven dagen na dagtekening van het vonnis een vrijwaringsbewijs aan eiser af te geven, op straffe van een dwangsom van 500,- per dag of gedeelte van een dag dat gedaagde niet of niet volledig voldoet aan deze veroordeling, met een maximum van 10.000,-;
7. gedaagde te veroordelen in de kosten van dit geding, waaronder begrepen een bedrag voor het (na)salaris van de gemachtigde van eiser, en - voor het geval voldoening binnen de termijn niet plaatsvindt- voornoemde kosten te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de bedoelde termijn voor voldoening tot aan de dag der algehele finale kwijting, althans een zodanig bedrag als U Edelachtbare in goede justitie gerade acht.
4.2. [
[gedaagde] voert verweer tegen de vorderingen van [eiser] en concludeert dat [eiser] niet- ontvankelijk is in zijn vorderingen, dan wel dat de vorderingen van [eiser] moeten worden afgewezen, met een veroordeling die uitvoerbaar bij voorraad is van [eiser] in de kosten van deze procedure, vermeerderd met rente.
4.3.
De kantonrechter zal de stellingen van partijen hierna, voor zover nodig, verder bespreken.

5.De beoordeling

Is de camper non-conform?
5.1. [
[eiser] beroept zich op de buitengerechtelijke ontbinding van de koopovereenkomst, dan wel vordert [eiser] ontbinding daarvan in deze procedure. Daarvoor is nodig dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming. Daarvan kan op grond van artikel 7:17 BW sprake kan zijn als de camper niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, zodat de kantonrechter eerst deze vraag dient te beantwoorden.
5.2. [
[eiser] stelt dat de camper niet aan de koopovereenkomst beantwoordt en licht toe dat na aankoop van de camper diverse gebreken bekend zijn geworden die hij bij het aangaan van de koopovereenkomst niet hoefde te verwachten. [eiser] benoemt daarbij in het bijzonder de roestvorming aan de dorpels, de wielkasten en de wiellagers. Deze gebreken zijn niet eenvoudig te ontdekken en te herstellen geweest zodat de camper non-conform is, aldus [eiser] . Daarnaast heeft [eiser] vertrouwd op mededelingen van [gedaagde] , inhoudende dat de camper (technisch) in goede staat is geweest en door een nieuwe APK-keuring zou komen.
5.3. [
[gedaagde] heeft op de punten die door [garage] zijn geconstateerd niet betwist, maar heeft wel in algemene zin weersproken dat deze punten ten tijde van de koop aanwezig zijn geweest en dat zij
daarmee bekend is geweest. [gedaagde] heeft verder betwist dat zij de afwezigheid van gebreken heeft toegezegd en dat zij heeft toegezegd dat de camper door een nieuwe APK-keuring zou komen.
5.4.
Op grond van artikel 7:17 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) moet een afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Gelet op het tweede lid van dit artikel beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst als zij, mede gelet op de aard van de afgeleverde zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak in ieder geval de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen.
5.5.
Met de woorden "
en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen..." in artikel 7:17 lid 2 BW wordt gerefereerd aan de onderzoeksplicht die, afhankelijk van de omstandigheden van het geval, op de koper kan rusten, bijvoorbeeld bij de koop van een tweedehands voertuig. Als sprake is van een gebrek dat eenvoudig is te ontdekken en te herstellen, dan mocht de koper er niet zomaar vanuit gaan dat het voertuig in orde is. Van de koper mag dan worden verlangd dat hij eerst onderzoek doet, of onderzoek laat doen door iemand die er verstand heeft. Dat kan anders zijn als de verkoper een professional is, of als de verkoper iets heeft verzwegen dat hij had moeten vertellen.
5.6.
Het is vaste jurisprudentie dat een tweedehands voertuig, dat bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, niet aan de koopovereenkomst beantwoordt als er ten tijde van de (ver)koop sprake is van een gebrek dat niet eenvoudig te ontdekken en herstellen is en dat gebrek een gevaar oplevert voor de verkeersveiligheid1.
5.7.
Hoewel uit het onderzoek van [garage] diverse aandachtspunten volgen, legt [eiser] in het bijzonder de roestvorming aan de dorpels, wielkast en wiellager aan zijn vorderingen ten grondslag. [eiser] stelt daarbij dat deze specifieke gebreken niet eenvoudig te ontdekken en herstellen zijn geweest. De kantonrechter zal deze punten eerst bespreken.
Roestvorming aan de dorpels, wielkasten en wiellagers
5.8. [
[eiser] heeft gesteld dat de roestvorming aan de dorpels, de wielkasten en wiellagers op het moment van (ver)koop aanwezig is geweest en onderbouwt dit aan de hand van het onderzoek dat door [garage] is gedaan. [gedaagde] heeft in algemene zin betwist dat de camper gebreken heeft gehad ten tijde van de (ver)koop. Uit de toelichting van [garage] van 11 mei 2025, volgt echter dat de roestvorming dermate fors is dat deze aanwezig moet zijn geweest ten tijde van de verkoop. De kantonrechter zal dat dan ook als uitgangspunt nemen, nu [gedaagde] daar niets tegenover heeft gesteld.
5.9. [
[eiser] stelt vervolgens dat de aanwezige roestvorming niet eenvoudig te ontdekken is geweest. De kantonrechter volgt [eiser] daarin niet en licht dat als volgt toe.
5.10. [
[gedaagde] heeft een tweetal fotos overgelegd waarop, naar zij onweersproken heeft gesteld, de betreffende Ford Transit bus staat afgebeeld. Op deze fotos is zichtbaar dat de dorpels van de camper roestvorming vertonen. Dat brengt met zich dat de roestvorming ook ten tijde van de proefrit voldoende zichtbaar moet zijn geweest en aanleiding heeft moeten geven tot het doen van nader onderzoek naar de roestvorming. Het onderzoek dat is verricht door [garage] kostte slechts 19,95. Kennelijk was een eenvoudig onderzoek inderdaad voldoende om de gebreken te kunnen constateren.
5.11. [
[eiser] heeft desgevraagd ter zitting verklaard dat hij in het geheel geen onderzoek naar de camper heeft gedaan of heeft laten doen en niet onder de bus heeft gekeken. [eiser] heeft verder toegelicht dat hijzelf niet de benodigde kennis heeft en hij niemand heeft meegenomen die wel de benodigde kennis heeft. Wel geeft [eiser] aan dat hij diverse garagebedrijven heeft benaderd voor een technische keuring van de camper, maar die bleken niet op korte termijn beschikbaar. De wachttijd voor een keuring is naar zeggen van [eiser] ongeveer een maand geweest, en daar heeft [eiser] niet op willen
wachten.
5.12.
Dat [eiser] geen onderzoek heeft gedaan naar aanleiding van de zichtbare roestvorming, dient voor zijn rekening en risico te blijven en kan naar het oordeel van de kantonrechter niet tot de conclusie leiden dat de camper non-conform is.
5.13. [
[eiser] heeft verder nog gesteld dat hij de gebreken niet behoefde te verwachten in het licht van de mededelingen die [gedaagde] heeft gedaan over de staat van het chassis. Ter onderbouwing heeft [eiser] een geluidsopname overgelegd van een telefoongesprek dat hij met [gedaagde] heeft gevoerd en waarin [gedaagde] erkent dat zij toezeggingen heeft gedaan, aldus [eiser] .
5.14. [
[gedaagde] heeft betwist dat zij toezeggingen over de technische staat van de camper heeft gedaan. Voor zover [gedaagde] in het telefoongesprek bevestigend lijkt te antwoorden, is sprake van luistergeluiden, aldus [gedaagde] .
5.15.
De kantonrechter volgt [gedaagde] daarin en oordeelt dat de geluidsopnames niet volstaan om vast te stellen dat [gedaagde] concrete toezeggingen heeft gedaan over de eigenschappen van de camper. Daarmee heeft [eiser] zijn stelling dat [gedaagde] bepaalde toezeggingen of mededelingen heeft gedaan waaraan hij verwachtingen over de staan van het chassis mocht ontlenen, niet voldoende onderbouwd.
Overige gebreken
5.16. [
[eiser] lijkt de overige gebreken die door [garage] zijn vastgesteld niet aan zijn vorderingen ten grondslag te leggen. Voor zover [eiser] dat wel heeft willen doen, oordeelt de kantonrechter dat ook de overige gebreken niet tot non-conformiteit van de camper leiden. Daartoe is van belang dat ook hier op [eiser] een onderzoeksplicht rustte waaraan hij weloverwogen niet heeft voldaan. De gebreken op de lijst (rechtsoverweging 3.3) waren ofwel direct zichtbaar, ofwel op zeer eenvoudige wijze te ontdekken. Daarnaast heeft [eiser] ter zitting verklaard dat hij dergelijke kleine punten zelf kan verhelpen, zodat niet gezegd kan worden dat de camper niet voldeed aan wat [eiser] daarvan heeft mogen verwachten.
Conclusie wat betreft non-conformiteit
5.17.
De gebreken die door [garage] zijn vastgesteld, zijn eenvoudig te ontdekken zijn geweest. [eiser] mocht er dus niet van uit gaan dat de camper in orde was. Het had verder op de weg van [eiser] gelegen nader onderzoek te (laten) doen naar de zichtbare roestvorming, hetgeen [eiser] weloverwogen heeft nagelaten. Dat dient voor zijn rekening en risico te blijven. Er bestaat daarom geen grond de koopovereenkomst te ontbinden. De kantonrechter zal om die reden de primaire vordering van [eiser] afwijzen.
Komt [eiser] een beroep op dwaling toe?
5.18. [
[eiser] vordert subsidiair vernietiging van de koopovereenkomst wegens dwaling. Daaraan legt [eiser] ten grondslag dat hij heeft gedwaald door (onjuiste) inlichtingen van [gedaagde] , die [eiser] ertoe hebben bewogen de koopovereenkomst aan te gaan. Daarmee legt [eiser] , zo de kantonrechter begrijpt, artikel 6:228 lid 1 sub a BW aan zijn beroep op dwaling ten grondslag.
5.19.
Uit artikel 6:228 lid 1 sub a BW volgt dat een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling, en die bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, vernietigbaar is als de dwaling te wijten is aan een inlichting van de wederpartij. Dat is alleen anders als de wederpartij mocht aannemen dat de overeenkomst ook zonder deze inlichting zou worden gesloten.
5.20.
Onder rechtsoverweging 5.14 heeft de kantonrechter geoordeeld dat [eiser] onvoldoende heeft onderbouwd dat [gedaagde] mededelingen of toezeggingen heeft gedaan omtrent de staat van de camper. Daarmee is niet vast komen te staan dat [gedaagde] onjuiste mededelingen heeft gedaan die [eiser] tot de koop van de camper hebben bewogen en ter zake waarvan [eiser] heeft gedwaald, zodat de kantonrechter het beroep op dwaling wegens artikel 6:228 lid 1 sub a BW zal afwijzen.
Geen verplichting tot betaling aan [eiser]
5.21.
Uit het voorgaande volgt dat de primaire en subsidiaire vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen. Dat betekent dat geen grondslag bestaat voor de vorderingen tot schadevergoeding die daarop zijn gebaseerd, zodat ook die vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen.
Proceskosten
5.22. [
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- salaris gemachtigde
812,00
(2 punten × 406,00)
- nakosten
135,00
Totaal
947,00
5.23.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
wijst de vorderingen van [eiser] af,
6.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van 947,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. van Gessel en in het openbaar uitgesproken op 28 oktober 2025. 66747