Op 29 september 2025 heeft de Rechtbank Noord-Nederland een uitspraak gedaan in een zaak waarin verzoeker, geboren in 2002, een moratorium heeft aangevraagd in het kader van de schuldsaneringsregeling. Dit verzoek werd ingediend door de Gemeentelijke Kredietbank Midden-Groningen, die ook de verzoeker bijstaat in zijn financiële problemen. De verzoeker had een huurachterstand van ongeveer € 12.000,00 en de verhuurder, vertegenwoordigd door Levelink Gerechtsdeurwaarders en Incasso, had een verweerschrift ingediend. De zitting vond plaats op 22 september 2025, waar verschillende betrokkenen, waaronder de schuldhulpverlener en de budgetbeheerder, aanwezig waren.
De rechtbank moest een belangenafweging maken tussen de verzoeker, die zijn huurwoning wilde behouden om aan zijn schuldenproblematiek te werken, en de verhuurder, die recht had op tijdige huurbetalingen. De rechtbank concludeerde dat de verzoeker, ondanks zijn eerdere tekortkomingen, nu blijk gaf van bereidheid om samen te werken en dat de gemeente tijdelijk de huur zou voorschieten totdat de uitkering van de verzoeker zou worden ontvangen. De rechtbank besloot daarom het verzoek tot moratorium toe te wijzen voor een periode van zes maanden, met de voorwaarde dat de verzoeker zijn verplichtingen tijdig en volledig nakomt. De rechtbank heeft tevens bepaald dat het verzoek tot schuldsaneringsregeling nog niet werd behandeld, omdat het minnelijk traject nog moest worden afgerond.