AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Bestuursrechtelijke uitspraak over snelheidsovertreding tijdens inhaalmanoeuvre op autosnelweg
Aan betrokkene is een boete opgelegd wegens 39 km/u te hard rijden op de A7 buiten de bebouwde kom tijdens een inhaalmanoeuvre. Betrokkene stelde dat hij harder reed om veilig in te halen en dat de snelheid direct daarna werd verminderd. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.
De kantonrechter oordeelde dat de informatieplicht van artikel 7:18 AwbPro was geschonden omdat het dossier pas bij de beslissing op het administratief beroep werd verstrekt, waardoor betrokkene in zijn verdedigingsbelangen was geschaad. Daarom werd de beslissing van de officier van justitie vernietigd.
Bij de inhoudelijke beoordeling stelde de kantonrechter vast dat de overtreding vaststond en dat ook tijdens een inhaalmanoeuvre de maximumsnelheid niet mag worden overschreden. Er waren geen omstandigheden die matiging van de boete rechtvaardigden. Het beroep tegen de boete werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De boete voor 39 km/u te hard rijden tijdens een inhaalmanoeuvre blijft onverminderd van kracht.
Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
beschikkingsnummer: 263778900
zaaknummer: 11388447 BU VERZ 24-2631
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak gedaan op de openbare zitting van 29 augustus 2025
in de zaak van
[betrokkene] (de betrokkene),
woont in [woonplaats] ,
(gemachtigde: M.J.M. Bergers, Boete.nu).
Inleiding
1. Aan betrokkene is een boete opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De verkeersovertreding waarvoor de boete is opgelegd is: ‘39 km per uur harder rijden dan mag op een autosnelweg buiten de bebouwde kom (verkeersbord A1)’, verricht op 23 januari 2024, om 10:26 uur, op de Weg Der Verenigde Naties (A7) in Groningen, met een personenauto, met kenteken [kenteken] . De opgelegde boete bedraagt € 459,00 (inclusief administratiekosten).
1.1.
Betrokkene heeft tegen de boete beroep ingesteld bij de officier van justitie. Deze heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing heeft betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
1.2.
De kantonrechter heeft het beroep op 29 augustus 2025 op de zitting behandeld. Daarbij was aanwezig: als vertegenwoordigster van de officier van justitie mr. E. Berkeljon.
1.3.
Na afloop van de behandeling op de zitting heeft de kantonrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Beoordeling door de kantonrechter
Standpunten
2. Gemachtigde voert aan dat artikel 7:18 vanPro de Algemene wet bestuursrecht is geschonden. Gemachtigde heeft verzocht om het dossier, maar heeft deze pas bij de beslissing op het administratief beroep toegestuurd gekregen. Verder voert gemachtigde aan dat betrokkene op 23 januari 2024 in de ochtend terug reed vanuit Amsterdam. Toen betrokkene bijna Groningen binnenreed, zag hij een auto die werd bestuurd door een vrouw van boven de zeventig. Haar rijgedrag was onvoorspelbaar, dan weer snel, dan weer traag. Hij volgde de vrouw enkele kilometers en haar rijgedrag verbeterde niet, dus besloot hij haar in te halen. Toen hij naast haar reed versnelde de vrouw enigszins. Dit leek niet met opzet te zijn. Hij naderde snel de afslag die hij moest nemen dus gaf hij wat gas bij. Hij haalde de vrouw snel in en nam de afslag Hoogkerk. Direct na de afslag werd hij benaderd door een motoragent. De verbalisant gaf aan dat hij 139 km/u zou hebben gereden. Dit was op het traject waar hij snelheid moest maken voor zijn inhaalmanoeuvre. Betrokkene vindt het oneerlijk dat zijn snelheid werd gemeten, terwijl hij bezig was met een inhaalmanoeuvre. Hij reed immers harder om veilig in te halen en minderde zijn snelheid direct daarna. De verbalisant stond op een viaduct te laseren. Dit viaduct stond op een paar honderd meter tot een kilometer afstand van de afslag. Gemachtigde verzoekt om vergoeding van de proceskosten.
3. De vertegenwoordigster is van mening dat de beslissing van de officier van justitie vernietigt moet worden, omdat de informatieplicht is geschonden. Voor het overige dient het beroep ongegrond te worden verklaard.
Overwegingen
4. Gemachtigde stelt dat het dossier pas is meegestuurd met de beslissing van de officier van justitie. Uit het dossier blijkt dat de beslissing van de officier van justitie is genomen op 20 maart 2024, terwijl gemachtigde op 11 maart 2024 in administratief beroep is gegaan. Bovendien heeft de vertegenwoordiger op de zitting geen deugdelijke verzendadministratie kunnen overleggen, waaruit zou blijken dat gemachtigde het dossier wel heeft ontvangen en hier kennis van heeft kunnen nemen. Nu het dossier een op de zaak betrekking hebbend stuk is, is er naar het oordeel van de kantonrechter sprake van schending van de informatieplicht van de officier van justitie van artikel 7:18 AwbPro en is betrokkene in zijn verdedigingsbelangen geschaad. Het voorgaande brengt mee dat de kantonrechter de beslissing van de officier van justitie zal vernietigen. [1] De kantonrechter zal vervolgens overgaan tot de beoordeling van het beroep tegen de inleidende beschikking.
5. Betrokkene betwist de gedraging niet, maar voert argumenten aan ter verklaring. Daarmee is de gedraging komen vast te staan. Vervolgens is de vraag of er feiten en omstandigheden zijn die aanleiding geven tot een wijziging van de boete.
6. De kantonrechter ziet geen aanleiding om de boete te matigen of te vernietigen. Ook tijdens een inhaalmanoeuvre is het niet toegestaan om de maximumsnelheid te overschrijden. Daarnaast heeft gemachtigde niet aannemelijk gemaakt dat betrokkene niet anders heeft kunnen handelen. Hierbij is van belang dat betrokkene 39 km/u te hard heeft gereden. De proceskosten komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Conclusie
De kantonrechter:
verklaart het beroep tegen de beslissing van de officier van justitie gegrond;
vernietigt die beslissing;
verklaart het beroep tegen de inleidende beschikking ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Bastin, kantonrechter, in aanwezigheid van mr. W.B. Jongsma, griffier.
griffier kantonrechter
Rechtsmiddel
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het
gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u geen (of niet op tijd) zekerheid heeft gesteld.
Het (hoger) beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Noord-Nederland, Afdeling Bestuursrecht, locatie Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure, tenzij door u bij het (hoger) beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting is gevraagd.