ECLI:NL:RBNNE:2025:3993
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel bij medeplegen handel in harddrugs
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 2 oktober 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 35-jarige man die is veroordeeld voor medeplegen van handel in harddrugs en het aanwezig hebben van grote hoeveelheden harddrugs en ketamine. De rechtbank stelde het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €181.091,39 en legde een betalingsverplichting tot dat bedrag op aan de veroordeelde.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op een rapport van 10 februari 2023 en omvat de periode van 21 september 2020 tot en met 19 september 2022. De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging om het bedrag te matigen tot €18.192,37, omdat voldoende aanwijzingen bestonden dat de drugshandel al ruim voor de ten laste gelegde periode plaatsvond en de veroordeelde en zijn mededaders ieder een gelijk aandeel hadden in het voordeel.
De rechtbank hanteerde bij de berekening opbrengsten en kosten, waarbij gebruik werd gemaakt van verkoopprijzen uit tapgesprekken en een overzicht van drugprijzen van de Landelijke Eenheid. De totale opbrengst werd vastgesteld op €320.620,33 en de totale kosten op €140.306,56, resulterend in het genoemde voordeel. De betalingsverplichting wordt hoofdelijk opgelegd, met een maximale gijzelingstermijn van 1080 dagen.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht tot betaling van €181.091,39 ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.