ECLI:NL:RBNNE:2025:3960
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens te late indiening
De meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Noord-Nederland behandelde een wrakingsverzoek van een partij tegen mr. S. van Gessel, rechter in een civiele procedure over de aankoop van een tweedehands auto. De verzoeker stelde dat de rechter de schijn van partijdigheid had gewekt door onjuiste weergave van zijn standpunten in een tussenvonnis.
De rechter ontkende partijdigheid en verwees naar het tussenvonnis van 4 maart 2025 waarin werd aangegeven dat de vraag over non-conformiteit nog beantwoord moest worden. Het verzoek om een herstelvonnis werd door de rechter afgewezen in een tussenvonnis van 27 mei 2025.
De rechtbank overwoog dat het wrakingsverzoek op grond van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro tijdig moet worden ingediend nadat de feiten bekend zijn geworden. Aangezien het verzoek pas twee weken na verzending van het tussenvonnis werd ingediend, was het te laat. Zonder bijzondere omstandigheden werd het verzoek daarom niet-ontvankelijk verklaard en de procedure werd voortgezet zoals die was.
De beslissing werd gegeven door de wrakingskamer bestaande uit M. Brinksma, W.S. Sikkema en I. Zetstra op 16 juli 2025. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Wrakingsverzoek afgewezen wegens te late indiening; verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.