ECLI:NL:RBNNE:2025:3895
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel wegens overschrijding termijn
Veroordeelde heeft verzet ingesteld tegen een dwangbevel dat was uitgevaardigd naar aanleiding van een in Duitsland opgelegde geldboete. Het dwangbevel werd op 14 december 2024 afgegeven en op 2 januari 2025 betekend door een deurwaarder via achterlating in een gesloten envelop op het woonadres van veroordeelde.
Het verzetschrift is echter pas op 8 mei 2025 bij de rechtbank binnengekomen, ruim na de wettelijk voorgeschreven termijn van twee weken na betekening. De rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden, is de bevoegde instantie voor de behandeling van het verzet ex artikel 15 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie.
De Minister van Justitie en Veiligheid, vertegenwoordigd door een medewerker van het CJIB, heeft ter zitting aangevoerd dat het verzet te laat is ingediend en veroordeelde daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De rechtbank volgt dit standpunt en verklaart veroordeelde niet-ontvankelijk in het verzet.
De beslissing is genomen door de meervoudige raadkamer op 24 september 2025 en is in het openbaar uitgesproken. Veroordeelde wordt gewezen op de mogelijkheid tot cassatie binnen veertien dagen na betekening van deze beslissing, onder de voorwaarde dat het verschuldigde bedrag inclusief kosten als zekerheidsstelling wordt voldaan.
Uitkomst: Veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het verzet wegens overschrijding van de wettelijke termijn.