ECLI:NL:RBNNE:2025:3781
Rechtbank Noord-Nederland
- Wraking
- M. Brinksma
- J.G.W. Lootsma - Oude Nijeweme
- I. Zetstra
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek gegrond wegens schijn van partijdigheid rechter door eerdere advocatenrelatie
De verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen mr. M. Kremer, rechter in een civiele procedure, omdat deze tot voor kort advocaat was bij hetzelfde kantoor als de voormalige advocaat van verzoeker. De verzoeker had deze voormalige advocaat en diens kantoor aansprakelijk gesteld in een lopende procedure, wat de vrees voor vooringenomenheid versterkte.
De rechter ontkende nauwe samenwerking met de voormalige advocaat en stelde dat hij geen betrokkenheid had bij de aansprakelijkstelling, die pas na zijn vertrek bij het kantoor was ingediend. Ook benadrukte hij dat noch de voormalige advocaat noch het kantoor partij waren in de onderliggende procedure en dat zijn rolbeslissingen geen aanwijzingen voor partijdigheid gaven.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 36 Rv Pro en artikel 6 EVRM Pro een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. Gezien de recente kantoorgenootrelatie en de lopende aansprakelijkstelling achtte de rechtbank de schijn van partijdigheid gewekt en de vrees van verzoeker objectief gerechtvaardigd.
Daarom werd het wrakingsverzoek gegrond verklaard. De beslissing is genomen door een meervoudige wrakingskamer en uitgesproken op 18 juli 2025. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is gegrond verklaard wegens de schijn van partijdigheid.