De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester van de gemeente Oldambt tot sluiting van een woning wegens aantreffen van een handelshoeveelheid hennep en cocaïne, alsmede munitie en ketamine.
Na een huiszoeking op 27 mei 2025 werden aanzienlijke hoeveelheden drugs en munitie aangetroffen. De burgemeester besloot de woning voor zes maanden te sluiten. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om schorsing van dit besluit.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de burgemeester bevoegd is tot sluiting, maar dat de evenredigheid en geschiktheid van de maatregel onvoldoende zijn aangetoond. Er is een tijdsverloop van drie maanden sinds de constatering en de overtreding lijkt direct beëindigd door inbeslagname en vertrek van een derde. Er is geen bewijs van overlast of onveiligheid in de omgeving.
De stellingen van verzoeker dat hij tijdelijk niet in de woning verbleef en dat de drugs aan een derde toebehoorden, worden voorlopig als juist aangenomen. De voorzieningenrechter concludeert dat de onrechtmatige situatie kennelijk is hersteld en dat de sluiting niet meer noodzakelijk is.
Daarom wordt het besluit geschorst en worden de proceskosten en griffierecht aan verzoeker toegekend.