De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk stichten van brand bij drie loodsen en poging tot brandstichting bij een basisschool in Noardeast-Fryslân. De brand bij de loodsen leidde tot volledige uitbranding met miljoenen schade, terwijl bij de basisschool sprake was van poging waarbij de deur beschadigd raakte.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte spiritus gebruikte om brand te stichten en dat er sprake was van gemeen gevaar voor goederen. De poging tot brandstichting bij de basisschool werd ook bewezen verklaard, terwijl de voltooide brandstichting aldaar niet was bewezen. Verdachte werd verminderd toerekeningsvatbaar geacht vanwege een licht verstandelijke beperking en een autismespectrumstoornis, waardoor de straf lager werd vastgesteld.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 281 dagen op, gelijk aan de duur van het voorarrest, en een maatregel tbs met voorwaarden om de noodzakelijke klinische behandeling en begeleiding te waarborgen. De tbs-maatregel werd niet dadelijk uitvoerbaar verklaard. Vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen werden afgewezen vanwege het traject dat verdachte zal volgen.
De uitspraak benadrukt de ernst van brandstichting, het hoge recidivegevaar en de noodzaak van een stevig forensisch behandelkader. Verdachte stemde in met de voorwaarden van de tbs-maatregel, waaronder reclasseringstoezicht, opname in een zorginstelling en begeleiding bij maatschappelijke re-integratie.