Betrokkene kreeg een boete van €428 wegens het overschrijden van de maximumsnelheid met 35 km/u op de A31. Hij stelde beroep in tegen de boete en de beslissing van de officier van justitie die het beroep ongegrond verklaarde. De kantonrechter behandelde het beroep op 19 juni 2025 en oordeelde dat de meting rechtsgeldig was, ook al was de lasercontrole uitgevoerd door een BOA onder supervisie van de verbalisant.
Betrokkene erkende de overtreding, maar voerde aan dat de boete onterecht was opgelegd omdat de BOA de meting had verricht en de officier van justitie onvoldoende op zijn bezwaren was ingegaan. De kantonrechter stelde vast dat de beslissing van de officier van justitie onvoldoende was gemotiveerd, waardoor deze beslissing werd vernietigd.
De kantonrechter vond echter geen reden om aan de meting of de bevoegdheid van de verbalisant te twijfelen en verklaarde het beroep tegen de opgelegde boete zelf ongegrond. Betrokkene werd niet in zijn verdedigingsbelang geschaad door de schending van de motivatieplicht. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.