ECLI:NL:RBNNE:2025:3126

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
29 juli 2025
Publicatiedatum
29 juli 2025
Zaaknummer
18/105918-24
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkrachting en ontuchtige handelingen door vader bij minderjarige dochters

In deze zaak heeft de Rechtbank Noord-Nederland op 29 juli 2025 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een vader die beschuldigd werd van seksueel misbruik van zijn minderjarige dochters. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte zich gedurende een langere periode schuldig heeft gemaakt aan seksueel misbruik, waaronder seksueel binnendringen, van zijn dochters, aangeduid als [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. De feiten vonden plaats in Coevorden tussen 1997 en 2006. De rechtbank oordeelde dat de verklaringen van de slachtoffers betrouwbaar waren en voldoende steun vonden in ander bewijsmateriaal, waaronder getuigenverklaringen en de bekentenis van de verdachte. De verdachte werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar en de vorderingen van de benadeelde partijen werden toegewezen. De rechtbank benadrukte de ernst van de feiten en de langdurige impact op de slachtoffers, die als minderjarigen onder de invloed van hun vader stonden. De rechtbank heeft ook de omstandigheden waaronder de misdrijven zijn gepleegd in overweging genomen, zoals de alcoholproblematiek van de verdachte en de psychische druk op de slachtoffers.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/105918-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 juli 2025 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1956 te [geboorteplaats] , wonende te [adres ] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 juli 2025.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. R.J.J. Bosma, advocaat te Spier. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G.R. Stoeten.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. ​
hij in of omstreeks de periode van 12 augustus 2000 tot 1 juli 2006 te Coevorden en/of (elders) in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) (zijn dochter) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte:
  • zijn vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] gebracht en/of
  • met die [slachtoffer 1] getongzoend en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij niks tegen haar moeder mocht vertellen, anders zou hij verdachte het gezin en/of zichzelf iets aandoen en/of
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat het plegen van voornoemde seksuele handelingen door hem (als vader) heel normaal was en/of dat hij moest controleren of alles goed groeide en schoon was en/of
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op zijn schoot moest zitten en/of
  • misbruik heeft gemaakt van het psychisch en/of fysiek overwicht dat hij, verdachte, op die [slachtoffer 1] had, aangezien hij de vader is van die [slachtoffer 1] en/of aangezien die [slachtoffer 1] bang voor hem, verdachte, was doordat hij, verdachte veel alcohol dronk en/of snel boos werd en/of (daarbij) begon te schreeuwen en/of de kinderen binnen het gezin sloeg en/of dreigde te slaan en/of (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan waardoor die [slachtoffer 1] zich niet kon en/of durfde te onttrekken aan voornoemde
seksuele handelingen;
hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 1997 tot 12 augustus 2003 te Coevorden en/of (elders) in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit:
  • het betasten van de borsten en/of de billen van die [slachtoffer 1] en/of
  • het wrijven over en/of likken van de vagina van die [slachtoffer 1] en/of
  • het door die [slachtoffer 1] laten vasthouden van zijn, verdachtes, geslachtsdeel en/of het zich laten aftrekken door die [slachtoffer 1]
en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij niks tegen haar moeder mocht vertellen, anders zou hij verdachte het gezin en/of zichzelf iets aandoen en/of
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat het plegen van voornoemde ontuchtige handelingen door hem (als vader) heel normaal was en/of dat hij moest controleren of alles goed groeide en schoon was en/of
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op zijn schoot moest zitten en/of
- misbruik heeft gemaakt van het psychisch en/of fysiek overwicht dat hij, verdachte, op die [slachtoffer 1] had, aangezien hij de vader is van die [slachtoffer 1] en/of aangezien die [slachtoffer 1] bang voor hem, verdachte, was doordat hij, verdachte veel alcohol dronk en/of snel boos werd en/of (daarbij) begon te schreeuwen en/of de kinderen binnen het gezin sloeg en/of dreigde te slaan en/of (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan waardoor die [slachtoffer 1] zich niet kon en/of durfde te onttrekken aan voornoemde
ontuchtige handelingen;
hij in of omstreeks de periode van 8 juli 2002 tot 8 juli 2006 te Coevorden en/of (elders) in Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit:
  • het betasten van de borsten van die [slachtoffer 2] en/of
  • het betasten van de vagina van die [slachtoffer 2] en/of
  • het door die [slachtoffer 2] laten betasten van zijn, verdachtes, geslachtsdeel en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte:
  • tegen voornoemde [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij niks mocht vertellen, anders zou hij, verdachte, haar verkrachten en/of
  • tegen voornoemde [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij op zijn schoot moest zitten en/of
  • misbruik heeft gemaakt van het psychisch en/of fysiek overwicht dat hij, verdachte, op die [slachtoffer 2] had, aangezien hij de vader is van die [slachtoffer 2] en/of aangezien die [slachtoffer 2] bang voor hem, verdachte, was doordat hij, verdachte veel alcohol dronk en/of snel boos werd en/of (daarbij) begon te schreeuwen en/of te slaan en/of (aldus) voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan waardoor die [slachtoffer 2] zich niet kon en/of durfde te onttrekken aan voornoemde ontuchtige handelingen.

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte moet worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Verdachte ontkent stellig dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen bij zowel zijn dochter [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) als zijn dochter [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) en dat hij ooit in het bijzijn van zijn dochters zijn geslachtsdeel uit zijn broek heeft gehaald. Ook ontkent verdachte seksueel te zijn binnengedrongen bij [slachtoffer 1] en dat hij ooit dreigementen heeft geuit zoals ten laste gelegd.
Verdachte heeft weliswaar verklaard zijn dochters wel eens te hebben aangeraakt op de benen, billen en borsten, maar dit was niet seksueel. Hij heeft enkel zijn dochters op een speelse, met elkaar dollende manier aangeraakt. Daarnaast is de verklaring van [slachtoffer 1] als ongeloofwaardig aan te merken en niet gedetailleerd. Ten aanzien van de verklaring van [slachtoffer 1] geldt dat de geloofwaardigheid is afgenomen nu zij niet eerder aangifte heeft gedaan.
Oordeel van de rechtbank
Feiten 1, 2 en 3
De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan. De rechtbank past de volgende bewijsmiddelen toe die de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden bevatten zoals hieronder zakelijk weergegeven.
Ieder bewijsmiddel is -ook in onderdelen- slechts gebruikt voor het feit waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
1.
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van aangifte d.d. 4 oktober 2023 (inclusief bijlagen), opgenomen op pagina 13 e.v. van het dossier van Politie Noord-Nederland met nummer [nummer] (onderzoek Zaragoza/NNRBC23287) d.d. 13 maart 2024, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum] 1985:
V: Waar doe je aangifte van?
A: Van seksueel misbruik door mijn vader. Dat is [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1956.
V: Wanneer is het gebeurd?
A: Toen ik ongeveer 11 a 12 jaar was.
V: En waar is het gebeurd?
A: Vooral thuis, in Coevorden.
V: Je vertelde tijdens het informatieve gesprek dat je vader dronk. Vertel hier eens over A: Er stonden standaard twee kratten bier in huis.
A: Als hij teveel gedronken had, moest er maar iets gebeuren zoals het eten hem niet aanstond, dan werd hij boos en begon hij te schreeuwen.
V: Wanneer is het gebeurd?
A: De eerste herinnering begint dat ik een jaar of 11 of 12 was op de camping in Hongarije. We waren met de vouwwagen en ik was in de voortent. Daar was mijn vader ook binnengekomen en toen heeft hij mij betast. Hij had aan mijn borsten en billen gezeten.
V: Wat deed hij bij je borsten? A: Er overheen wrijven.
V: Wat deed hij bij jouw billen? A: Aaien.
V: Wat dacht je daar toen bij toen dit gebeurde?
A: Hij kwam later wel dat ik er niet over mocht praten.
V: Hoe veel tijd zit er tussen de vakantie het betasten en dan de eerst volgende keer?
A: Ik zat volgens mij in de 1e of 2e klas, want ik ging na de vakantie in Hongarije naar de middelbare school.
V: Zijn er andere situaties die je goed kan vertellen?
A: Ja. Het gebeurde in de auto. Eerst was het op stukjes in Coevordenen als ik naast hem zat, wreef hij over mijn been heen. Daar begon het eigenlijk mee. Daarna pakte hij mijn hand vast en legde mijn hand op zijn kruis, over zijn kleding heen.
V: Je vertelde dat je vader in de auto jouw hand pakte en dan over zijn kruis wreef en dat het ook gebeurde tijdens ritjes in Coevorden.
A: Toen was ik nog jong en dat waren ritjes als ik naar het zwembad ging of dat ik met hem mee moest. Ik schat dat ik 11 of 12 jaar oud was of misschien wel eerder? Als ik met mijn hand over zijn kruis moest wrijven, voelde ik dat hij stijf was.
A: Hij pakte eigenlijk altijd wel zelf mijn hand en deed er mee wat hij wilde er mee doen. Hij heeft ook wel eens tegenvoer mij gestaan op de overloop thuis toen ik weigerde iets te doen. Hij stond toen huilend tegenover mij en hij zei: "geef me aan dan, ik ben ziek en ik moet geholpen worden. Ik wil dit ook niet". Hij is ook wel eens boos geweest en absoluut niet mocht vertellen wat er gebeurd was. Ik mocht niks tegen mijn moeder zeggen, want dan zou hij ons allemaal wat aan doen en zichzelf ook. Het was gewoon heel dreigend waardoor ik er niks aan durfde te doen.
V: Zijn er nog andere dingen over wat er in de auto is gebeurd?
A: Verder niets in de auto. Over het betasten helemaal aan het begin, is het ook nog een keer gebeurd tijdens oud en nieuw.
A: Tijdens het lopen voelde ik al dat hij dicht tegen mij aan ging lopen, hield mij vast en in het steegje stonden we en ik voelde zijn geslachtsdeel tegen mij aan. We stonden op dat moment stil en hij drukte zichzelf tegen mij aan.
V: Wat bedoel je met naar je kruis gegrepen hebben?
A: Het voelen, wrijven over mijn billen en kruis. Hij deed dat vanaf de voorkant aan mijn kruis zitten. Ik weet het nog moment heel goed, want hij zei dat het heel normaal is om te voelen of alles oké is.
V: Je hebt verteld over de vakantie in Hongarije en de gebeurtenissen in de auto en het steegje. Hoe verder?
A: Ik was toen 16 of 17 jaar toen mijn moeder begon te werken. Er werd gezegd dat als
mijn vader thuis kwam, mijn zusjes naar beneden moesten komen en moest ik op mijn vader wachten in de badkamer. Als hij dan in de badkamer kwam, begon hij mij weer te betasten.
A: Ik moest zijn geslachtsdeel vasthouden en hij leerde mij hoe ik hem moest aftrekken. Hij pakte zelf mijn hand en legde mijn hand over zijn geslachtsdeel. Door behulp van mijn hand trok hij zichzelf af. Dit is niet één keer gebeurd, maar gebeurde vaker.
V: Hoe lang moest je door gaan met aftrekken? A: Tot hij klaar kwam.
V: Je zegt dat dit niet één keer was gebeurd maar vaker. Hoe vaak schat je in dat dit zo gebeurde het aftrekken in de badkamer?
A: Zeker tien keer.
V: Zijn er nog andere dingen thuis gebeurd?
A: Op een gegeven moment ging ik 's avonds op stap. Als ik dan thuiskwam van het
stappen, zat mijn vader in zijn stoel. Ik moest mijn vader een kus geven om naar bed te gaan. Ik moest bij hem op schoot zitten en toen had hij mij overal betast. Hij wreef over mijn borsten zowel op als onder mijn shirt en hij wreef in mijn kruis. Daarbij zei hij dat het heel normaal was en dat vaders dit hoorden te doen, om te kijken of alles goed groeide en schoon was. Zoals ik het hier omschrijf gebeurde heel vaak als ik dan 's avonds thuis kwam. Het is ook een keer gebeurd dat ik hem een kus moest geven, dat hij zijn tong bij mij naar binnen deed.
V: Wat deed hij dan in je onderbroek?
A: Voelen of het wel goed is en of ik het goed schoon hield, want dat was heel belangrijk zei hij dan. Hij vingerde mij.
V: Hoe ver ging dat vingeren?
A: Zo ver waar hij bij kon aan de bovenkant, tussen mijn lippen.
V: Zijn er nog meer dingen gebeurd thuis?
A: Ja, Het was op mijn 18e verjaardag en toen heeft hij mij wakker gemaakt. Hij kuste mij vervolgens over mijn lichaam, borsten en buik. Hij betaste mij met zijn handen en is toen verder naar beneden gegaan en is uiteindelijk met zijn tong bij mijn vagina geweest, hij heeft mij gebeft. En uiteindelijk is hij met zijn vingers in mij geweest.
V: Hoe vaak is het betasten bij je borsten en billen gebeurd? A: Vaak. Het gebeurde wekelijks wel wat
V: Hoe vaak heb je hem afgetrokken? A: Een aantal keer.
V: Hoe vaak heeft hij jou gebeft? A: Eén keer.
V: Hoe vaak heeft hij jou gevingerd?
A: Een aantal keer. Hij is één keer echt bij mij binnen geweest. V: Hoe vaak heeft hij jou gezoend met de tong?
A: Twee keer. Dat is allebei de keren gebeurd op de stoel.
V: Hoe stopte het?
A: Ik ben uit huis gegaan. Ik ben gebroken tijdens mijn tweede stage in 2005 tegen mijn stagebegeleider. Ik heb het toen ook tegen [partner] gezegd.
V: En dan blijf je nog een jaar thuis wonen nadat je het verteld hebt aan [partner] . Speelt dan het misbruik nog?
A: Ja.
V: Over het stukje over het vertellen aan jouw moeder. Wanneer was dat?
A: Het jaar weet ik niet meer, maar ik ging toen uit huis. Ik ben er niet meer blijven wonen dus het was net voor zomer 2006. Toen vertelde [zus slachtoffer] aan onze moeder dat onze vader [slachtoffer 1] misbruikte.
2. ​
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 29 februari 2024, opgenomen op pagina 112 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum] 1988:
V: [slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan van seksueel misbruik. Dat is de reden dat jij vorige week als getuige bent gehoord. Wat wil je zelf vertellen?
A: Dat het ook bij mij is gebeurd. Hij heeft aan mijn borsten gezeten, tussen mijn benen, wel over mijn kleren heen. Hij heeft zijn eigen ding uit de broek gehaald. Dat was vooral 's nachts, als ik terug kwam van een feestje.
V: Hoe vaak is het aanraken over je borsten gebeurd? A: Dat is vaker gebeurd
V: En het aanraken tussen benen, hoe vaak is dat gebeurd? A: Ook vaker.
V: En je zegt, zijn eigen ding uit de broek gehaald. Wat bedoel je daar mee? A: Zijn piemel.
V: Hoe vaak is dat gebeurd? A: Ook vaker
V: Het gebeurde als jij terugkwam van een feestje?
A: Ja dan wachtte hij mij op zeg maar, dan lag mijn moeder al in bed. Dan dreigde hij ook dat als ik iets zou zeggen dat hij mij zou verkrachten in de badkamer.
V: Weet je misschien nog op welke school je zat toen dit gebeurde? A: Ik dacht middelbare school.
V: Want je gaf aan dat het altijd gebeurde als jij terugkwam van een feestje. Hoe oud was je toen je naar dit soort feestjes ging?
A: Een jaar of 14.
V: Jij komt terug van een feestje. Jij komt thuis, binnen en dan? Hoe begint dat? A: Dan moet je bij hem komen.
V: Hoe zit je dan bij hem?
A: Op zijn schoot.
V: En tussen je benen, wat bedoel je daarmee? A: Ja, kut.
V: Waarmee raakte hij jouw kut aan? A: Zijn handen.
V: In hoeverre heb jij iets bij je vader moeten doen?
A: Hij heeft wel eens mijn hand gepakt en op zijn broek gewreven. V: Waar heb jij gewreven?
A: Zijn piemel.
V: Wanneer kwamen die flashbacks?
A: Die dinsdag gelijk nadat ik bij jullie ben geweest.
V: Je hebt er verder niet meer met je moeder over gehad. En je vader?
A: Hij zei dat hij bekend had en dat hij excuses wilde aanbieden naar [slachtoffer 1] toe en naar mij.
3. ​
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van bevindingen d.d. 6 november 2024, opgenomen als aanvullend proces-verbaal bij voornoemd dossier inhoudend als relatering van verbalisant [verbalisant] :
Op 6 november 2024 had ik telefonisch contact met [slachtoffer 1] . Op mijn vraag of ze vervolging wenste van wat haar vader, voor wat betreft de handelingen waarover ze sprak in haar getuigenverklaring, vertelde ze dat ze wel degelijk vervolging wenste van haar vader [verdachte] .
4. ​
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 9 januari 2024, opgenomen op pagina 96 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [zus slachtoffer] :
V: [slachtoffer 1] heeft aangifte gedaan bij de zedenpolitie. Dat is de reden dat je hier nu bent. Wat weet jij daarvan?
A: Dat mijn vader haar en mijn/ons zusje seksueel heeft misbruikt. Door mijn zusje ben ik erachter gekomen dat het gebeurd is, zij heeft het mij uiteindelijk verteld.
V: [slachtoffer 1] is jouw zus begrijp ik. En je noemt een zusje, hoe heet zij? A: [slachtoffer 1] .
V: Je noemt jullie vader. Over wie hebben jullie het dan? A: [verdachte] .
V: Je zegt dat jouw zusje [slachtoffer 2] jou heeft verteld dat zij seksueel is misbruikt door jullie vader. Wat kun je daarover vertellen?
A: Dat is in het [naam] gebeurt. Ze had een borrel op, niet veel maar wel gedronken. Op een gegeven moment draaide zij door in de wc en gooide zij alles eruit en kwam ik erachter. Ze ging mee naar het huis van mijn vriend, het hele weekend is zij blijven slapen. Maandag zijn wij naar huis gegaan, mijn vader was op dat moment aan het werk. Ik heb het daar mijn moeder verteld wat er gebeurd is met mijn zusje. Met dat ik dat vertelde kwam mijn zus naar beneden gelopen en vertelde zij “het is met mij ook gebeurd”.
V: Het [naam] , dat ze dat vertelde. Wanneer was dit?
A: Volgens mij was ik met mijn 18-de uit huis, ik ben gelijk uit huis gegaan en ik ben nu 37. Dus dat is 19 jaar geleden. Dat is rond 2005 geweest.
V: We hebben de verhalen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 1] . Wat vertelde [slachtoffer 1] jou, toen ze klapte in het toilet?
A: Dat mijn vader aan haar had gezeten en dat zij aan hem moest zitten. V: Heeft [slachtoffer 1] verteld wat er gebeurde?
A: Bijvoorbeeld dat zij aan zijn geslachtsdeel moest zitten. V: Hoe heb jij jouw jeugd ervaren?
A: lederen was altijd bang in huis. Geen veilig gevoel thuis. Mijn vader dronk ook, dan was hij agressief qua praten en dreigen.
V: Je komt binnen aan de [adres ] . Wat zeg jij tegen je moeder? Of je zus?
A Ik. Mijn zusje kon niets zeggen. Mijn moeder was het bed aan het opmaken en ik zei “Papa heeft aan [slachtoffer 1] gezeten”. Ze begreep het eerst niet, waarop ik zei “Seksueel aan haar gezeten”. Op dat moment kwam [slachtoffer 1] naar beneden gelopen, die begon te huilen en zij “Papa bij mij ook”.
V: Jullie vader gaat weg en wat gebeurt er dan in huis?
A: Ik zei dat als mijn vader terug zou komen, wij uit huis zouden gaan. Mijn vader kwam, en wij zijn alle drie vertrokken uit huis.
5. ​
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 22 februari 2024, opgenomen op pagina 185 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [verdachte] :
A: Misschien heb ik met mijn dronken kop wel eens aan ze gezeten. V: Wat wil je er nu over kwijt?
A: Dat als het zo is, het me spijt en dat ik drank voorop stelde.
V: Wat bedoel je met de uitspraak van net, dat je misschien met je dronken kop weleens aan ze gezeten heb?
A: Dat ik ze misschien weleens aangeraakt heb.
O: SMS verstuurd van [verdachte] aan [slachtoffer 1] :
SMS van 7 juni 2006: Jij schrijft:
[slachtoffer 1] wat er is gebeurd kan ik niet terugdraaien hoe graag ik dat ook zou willen, maar ZOU jij mij het kunnen vergeven hoe moeilijk dit ook is voorjouw? Laten we er aub over praten. Ik hoop snel iets van je te horen. Pa.
V: Reageer hier eens op?
A: Zou kunnen dat ik dat gedaan heb.
A: Misschien heb ik wel aan [slachtoffer 1] gezeten.
V: [slachtoffer 1] vertelde bij de politie dat jij tegen haar zei dat jij op je werk zelfs een touw in je handen had gehad om jezelf op te hangen. Reageer daar eens op?
A: Schaamtegevoel.
V: klopt dat?
A: Ja
V: [verdachte] wat heb je nu met de kinderen gedaan op het gebied van seksueel? A: Oké ik beken ik heb aan de kinderen gezeten.
V: Hoe deed je dat dan?
A: Ik heb seksuele ontucht gepleegd door aan hun borsten te zitten.
A: Nogmaals ik beken dat ik aan haar heb gezeten. Ik heb aan haar borsten gezeten. Ik wil volle 100% verantwoordelijkheid nemen voor de dingen want de kinderen moeten verder.
V: Wat maakt dat je opgelucht bent?
A: Dat het er eindelijk uit is. Dit heeft veel te lang geduurd en dat meen ik oprecht.
V: Wat is er precies gebeurd tussen jou en [slachtoffer 1] ?
A: Ik heb teveel aan haar gezeten en haar aan mij laten zitten.
V: Wat weet je dan nog wel?
A: Dat ik haar bij de borsten heb betast, een keer de hand in haar broek heb gedaan en haar vagina heb aangeraakt.
V: Hoe vaak gebeurde dat?
A: Dat zal best regelmatig gebeurd zijn
V: Wat deed dit met je als je dit deed bij [slachtoffer 1] ?
A: Dat ik opgewonden raakte en misschien het fijn vond dat ik de macht daarover had.
V: Maar je werd er op een gegeven moment mee geconfronteerd toch?
A: Ik wilde het niet onder ogen zien en ontkende daarom terwijl je weet dat je het gedaan hebt.
V: Welke momenten tussen jou en [slachtoffer 1] op gebied van seksueel misbruik herinner je je nog? A: Als ze thuiskwam van het stappen dan moest ze bij me komen zitten en dan zat ik aan haar borsten zitten. Zij wilde dan op bed gaan maar ze moest dan bij me komen voor een zoen.
A: Ik ben weleens bij haar op de slaapkamer geweest en ben bij haar gaan zitten en haar borsten gestreeld.
V: Wat is er gebeurd met [slachtoffer 1] en jou?
A: Volgens mij heb ik haar mijn geslachtsdeel een keer laten zien. V: En dan?
A: Misschien moest ze hem vastpakken.
V: Je verklaarde dat [slachtoffer 1] ook aan jou moest zitten. Wat weet je daar nog van? A: Dat ze me heeft afgetrokken boven op haar slaapkamer.
V: Hoe kreeg je haar zover?
A: Misschien was ik heel dwingend en dringend. V: Hoe deed je dat?
A: Ik denk dat ik mijn geslacht eruit gehaald heb en zij me af moest trekken.
V: Wat is er dan precies tussen jou en [slachtoffer 1] gebeurd? Je zegt net dat je wel weet wat er gebeurd is maar niet waar en wanneer.
A: Dat ik aan haar borsten zat, haar vagina en haar billen en dat ze aan mij zat. V: Op welke wijze zat je aan haar vagina?
A: Strelen.
6. ​
​Een naar wettelijk voorschrift opgemaakt proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 8 maart 2024, opgenomen op pagina 201 e.v. van voornoemd dossier, inhoudend als verklaring van [verdachte] :
V: Wat heb je nu met [slachtoffer 1] gedaan [verdachte] ? A: Het zal dat ik haar aan mijn penis heb gezeten.
V: Wat herinner je je dan wel [verdachte] wat er tussen jou en [slachtoffer 1] is gebeurd? A: Dat ik eenmaal mijn penis heb laten zien.
V: We zien overeenkomsten tussen het verhaal van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 1] bijvoorbeeld als ze thuiskwamen van een feest en dat er dan wat gebeurde?
A: Dat zal.
V: [slachtoffer 1] heeft er erg last van dat ze niet tegen je op kon en dat ze dingen daarom liet gebeuren. Dat heeft [slachtoffer 1] en [slachtoffer 1] heeft dat ook
A: Ik was de boeman.
V: [slachtoffer 1] zegt ook dat je haar hebt bedreigd. Wat weet je daarvan? A: Dan moet ik mooi bezopen geweest zijn om mijn dochter te bedreigen.
O: [slachtoffer 1] verklaart het volgende:
Hij wachtte op mij en mijn moeder lag al op bed. Dan dreigde hij dat als ik iets zou zeggen, hij me zou verkrachten in de badkamer.
V: Waarom zou [slachtoffer 1] dit zeggen?
A: Geen idee. Maar het zal wel gebeurd zijn want ik geloof mijn dochter.
Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.
Juridisch kader
Deze zaak betreft een zedenzaak. Kenmerkend voor dit soort zaken is dat de verklaring van een betrokkene, die zegt dat een verdachte het ten laste gelegde zedenfeit heeft begaan, vaak tegenover de verklaring van een verdachte staat, die (deels) ontkent. Getuigen van de beweerde gebeurtenissen zijn er over het algemeen niet.
Volgens het tweede lid van artikel 342 Sv kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige of enkel op basis van de verklaring of aangifte van een aangever. Deze bepaling dient ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen als de door een aangever genoemde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal. Dit betekent dat als er geen getuigen zijn die de handelingen zelf hebben gezien de rechtbank eerst de betrouwbaarheid van de verklaring van de aangever moet beoordelen en daarnaast moet bepalen of voor de beweringen van de aangever voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. De juistheid van de kern van de tenlastelegging mag met andere woorden niet alleen uit de (betrouwbaar bevonden) verklaring van de aangever volgen, maar moet ook gesteund worden door ander bewijsmateriaal, dat bovendien afkomstig moet zijn uit een andere bron dan de aangever.
Dat steunbewijs hoeft, zo volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad, bij zedenzaken niet per definitie te zien op de ontuchtige handelingen zelf. Het is afdoende wanneer de verklaring van de aangever op onderdelen steun vindt in andere bewijsmiddelen, afkomstig van een andere bron dan degene die de belastende verklaring heeft afgelegd. Tussen de verklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal mag geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband.
De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.
Als er sprake is van voldoende steunbewijs en daarmee wettig bewijs voor de seksuele handelingen, staat voorts, ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde, in de strafbepaling van de artikel 242 Sr het bestanddeel dwingen centraal. Daarbij is onvrijwilligheid op zich onvoldoende voor een veroordeling van verkrachting dan wel aanranding. Van dwingen door bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid als bedoeld in artikel 242 Sr kan slechts sprake zijn indien de verdachte heeft veroorzaakt dat de aangever de in dat artikel bedoelde seksuele handelingen tegen de wil heeft ondergaan en dat de seksuele handelingen voor de aangever niet of nauwelijks te vermijden zijn geweest. De door de verdachte uitgeoefende dwang moet dus van voldoende kaliber zijn om de weerstand van het slachtoffer te breken. Bovendien moet kunnen worden bewezen dat de verdachte opzet op het dwingen heeft gehad en moet er een causaal verband bestaan tussen de dwangmiddelen en de seksuele handelingen.
Uit het dossier en hetgeen ter zitting is besproken, moet de rechtbank ten slotte de overtuiging hebben gekregen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft gepleegd.
Betrouwbaarheid verklaring aangeefsters en steunbewijs
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de verklaringen van aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 1] over de handelingen die volgens hen door de verdachte bij hen zijn verricht, betrouwbaar zijn. De verklaringen moeten kritisch, zorgvuldig en behoedzaam worden bezien. Vervolgens komt de vraag aan de orde in hoeverre er ondersteuning bestaat voor die verklaringen.
Aangeefster [slachtoffer 1] heeft diverse verklaringen afgelegd met betrekking tot het ten laste gelegde. In een gesprek met haar stagebegeleider in 2005 vertelt zij voor het eerst over het seksuele misbruik door
haar vader en vervolgens ook aan haar partner [partner] . In juni 2006 vertelt aangeefster [slachtoffer 1] aan haar zus [zus slachtoffer] (hierna: [zus slachtoffer] ) ook seksueel te zijn misbruikt door haar vader. Zij vertellen dit vervolgens enkele dagen later aan hun moeder. Tijdens dit moment vertelt ook [slachtoffer 1] aan haar zussen en moeder misbruikt te zijn. Uit het dossier blijkt verder dat [slachtoffer 1] in 2005 en 2006 ook een tweetal gesprekken heeft gevoerd met de politie waarin zij vertelt seksueel misbruikt te zijn door haar vader. Zij heeft toen besloten op dat moment geen aangifte te doen.
In een informatief gesprek zeden op 11 september 2023 vertelt [slachtoffer 1] de politie over de seksuele handelingen die zouden zijn voorgevallen. Vervolgens doet zij op 4 oktober 2023 aangifte waarin zij uitvoerig de afzonderlijke seksuele gedragingen heeft herhaald die zouden hebben plaatsgevonden vanaf haar 12e levensjaar. Hierin heeft aangeefster zeer gedetailleerd de seksuele handelingen beschreven die verdachte zou hebben verricht. Zij heeft deze seksuele contacten gekoppeld aan specifieke leeftijdsfases en locaties. Dat maakt haar verklaring authentiek. Dit geldt ook voor [slachtoffer 1] , die in een getuigenverhoor bij de politie op 29 februari 2024 vertelt over de seksuele gedragingen die zouden hebben plaatsgevonden vanaf haar 14e levensjaar. Zij heeft deze seksuele contacten gekoppeld aan specifieke leeftijdsfases en locaties. Dat maakt ook haar verklaring authentiek. Dat aangeefsters enkele details niet meer zeker weten of zich niet meer kunnen herinneren, kan naar het oordeel van de rechtbank worden verklaard door het tijdsverloop. De rechtbank ziet geen aanleiding te twijfelen aan hetgeen aangeefsters hebben verklaard ten aanzien van het ten laste gelegde. Voorts merkt de rechtbank op dat aangeefsters niet de indruk wekken dat zij hetgeen is gebeurd hebben aangedikt, wat tevens maakt dat de rechtbank hun verklaringen betrouwbaar acht. Dat aangeefsters niet eerder aangifte hebben gedaan is naar het oordeel van de rechtbank niet onbegrijpelijk gelet op de geschetste situatie waarin zij zich thuis bevonden. Verdachte dronk veel, schreeuwde en dreigde hemzelf en het gezin iets aan te doen als zij met iemand over het misbruik zouden praten.
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of de door haar betrouwbaar geachte verklaringen van aangeefsters in voldoende mate steun vinden in de overige bewijsmiddelen.
De rechtbank is van oordeel dat het dossier genoeg steunbewijs biedt voor de verklaringen van aangeefsters. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
De rechtbank ziet voor de verklaring van aangeefsters steun in de getuigenverklaring van [zus slachtoffer] , de zus van aangeefsters. Aangeefster [slachtoffer 1] heeft haar in 2006 als eerste op de hoogte gebracht van het seksueel misbruik door verdachte. Zij was tijdens dit gesprek overstuur. Enkele dagen later vertelt [zus slachtoffer] samen met [slachtoffer 1] aan hun moeder dat verdachte seksueel aan [slachtoffer 1] heeft gezeten. Op dit moment vertelt ook [slachtoffer 1] dat het haar is overkomen. Tijdens dit gesprek heeft [slachtoffer 1] gehuild. Tot slot worden naar het oordeel van de rechtbank de verklaringen van aangeefsters grotendeels ondersteund door de bekennende verklaring van verdachte zoals afgelegd in het politieverhoor op 22 februari 2024 en 8 maart 2024. Het feit dat verdachte ter terechtzitting nadrukkelijk heeft ontkend aangeefsters seksueel te hebben misbruikt en enkel op een speelse manier aangeefsters aan hun billen en borsten te hebben aangeraakt acht de rechtbank, gelet op deze uitgebreide bekentenis bij de politie, volstrekt ongeloofwaardig.
Uit de verklaringen van [slachtoffer 1] volgt dat verdachte haar heeft gevingerd tussen haar schaamlippen, in haar vagina en haar heeft gebeft. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kunnen deze handelingen worden gekwalificeerd als seksueel binnendringen. De rechtbank acht de ontkennende verklaring van verdachte op dit punt ongeloofwaardig. De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangeefster op dit punt omdat haar aangifte voor het overige door verdachte is bevestigd bij de politie. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het seksueel binnendringen van het
lichaam van aangeefster, bestaande uit het brengen van zijn vingers en tong tussen haar schaamlippen en zijn vingers in haar vagina.
Gelet op de volgende omstandigheden kan bovendien worden vastgesteld dat sprake was van dwang door middel van bedreiging met geweld of andere feitelijkheden. Aangeefsters waren gedurende nagenoeg de gehele bewezen te verklaren periode minderjarig en woonden bij verdachte, hun vader, in huis, waardoor zij afhankelijk waren van hem. Aangeefsters zijn al vanaf jonge leeftijd blootgesteld aan seksuele handelingen door hun vader. Uit de verklaring van [slachtoffer 1] volgt dat haar vader tegen haar zei dat zij niks tegen haar moeder mocht zeggen, want dan zou hij het gezin en zichzelf wat aan doen. Uit de verklaring van [slachtoffer 1] volgt dat haar vader tegen haar zei dat zij niets mocht zeggen, anders zou hij haar verkrachten in de badkamer. Daarnaast volgt uit hun verklaringen dat verdachte veel dronk en snel boos werd. Dit zijn bedreigende omstandigheden die maakten dat aangeefsters zich niet konden onttrekken noch weerstand konden bieden aan verdachte.
Pleegperiode
Ten aanzien van de ten laste gelegde periode met betrekking tot het onder 3 ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat voor de periode van 8 juli 2002 tot en met 1 juli 2006 voldoende bewijs voor de seksuele gedragingen in het dossier aanwezig is, maar dat dat niet geldt voor de periode daarna, tot en met 8 juli 2006. Voor de seksuele gedragingen in de periode na 1 juli 2006 ontbreekt wettig bewijs en dat deel van de tenlastelegging kan niet bewezen worden verklaard.
Conclusie
Op grond van het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat de verklaringen van aangeefsters betrouwbaar zijn en dat er sprake is van voldoende steunbewijs. De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte aangeefsters seksueel heeft misbruikt, waarbij sprake is geweest van seksueel binnendringen, zoals onder de bewezenverklaring is gespecificeerd.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder 1, 2 en 3 wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1. ​
hij in de periode van 12 augustus 2000 tot 1 juli 2006 te Coevorden, door bedreiging met geweld of andere feitelijkheden zijn dochter [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1] , hebbende verdachte:
  • zijn vingers in de vagina en tussen de schaamlippen van die [slachtoffer 1] gebracht en
  • met die [slachtoffer 1] getongzoend en die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte:
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij niks tegen haar moeder mocht vertellen, anders zou hij verdachte het gezin en zichzelf iets aandoen en
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat het plegen van voornoemde seksuele handelingen door hem als vader heel normaal was en dat hij moest controleren of alles goed groeide en schoon was en
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op zijn schoot moest zitten en
- misbruik heeft gemaakt van het psychisch en fysiek overwicht dat hij, verdachte, op die [slachtoffer 1] had, aangezien hij de vader is van die [slachtoffer 1] en aangezien die [slachtoffer 1] bang voor hem, verdachte, was doordat hij, verdachte veel alcohol dronk en snel boos werd en daarbij begon te schreeuwen en aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan waardoor die [slachtoffer 1] zich niet kon en durfde te onttrekken aan voornoemde
seksuele handelingen;
hij in de periode van 1 augustus 1997 tot 12 augustus 2003 te Coevorden, door bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit:
  • het betasten van de borsten en de billen van die [slachtoffer 1] en
  • het wrijven over en likken van de vagina van die [slachtoffer 1] en
  • het door die [slachtoffer 1] laten vasthouden van zijn, verdachtes, geslachtsdeel en het zich laten aftrekken door die [slachtoffer 1] en bestaande die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte:
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij niks tegen haar moeder mocht vertellen, anders zou hij verdachte het gezin en zichzelf iets aandoen en
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat het plegen van voornoemde ontuchtige handelingen door hem als vader heel normaal was en dat hij moest controleren of alles goed groeide en schoon was en
  • tegen voornoemde [slachtoffer 1] heeft gezegd dat zij op zijn schoot moest zitten en
  • misbruik heeft gemaakt van het psychisch en fysiek overwicht dat hij, verdachte, op die [slachtoffer 2] had, aangezien hij de vader is van die [slachtoffer 1] en aangezien die [slachtoffer 1] bang voor hem, verdachte, was doordat hij, verdachte veel alcohol dronk en snel boos werd en daarbij begon te schreeuwen en aldus voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan waardoor die [slachtoffer 2] zich niet kon en durfde te onttrekken aan voornoemde
ontuchtige handelingen;
Hij in de periode van 8 juli 2002 tot 1 juli 2006 te Coevorden, door bedreiging met geweld of andere feitelijkheden [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen, bestaande uit:
  • het betasten van de borsten van die [slachtoffer 2] en
  • het betasten van de vagina van die [slachtoffer 2] en
  • het door die [slachtoffer 2] laten betasten van zijn, verdachtes, geslachtsdeel en bestaande die bedreiging met geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte:
  • tegen voornoemde [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij niks mocht vertellen, anders zou hij, verdachte, haar verkrachten en
  • tegen voornoemde [slachtoffer 2] heeft gezegd dat zij op zijn schoot moest zitten en
  • misbruik heeft gemaakt van het psychisch en fysiek overwicht dat hij, verdachte, op die [slachtoffer 2] had, aangezien hij de vader is van die [slachtoffer 2] en aangezien die [slachtoffer 2] bang voor hem, verdachte, was doordat hij, verdachte veel alcohol dronk en snel boos werd en daarbij begon te schreeuwen en aldus voor die [slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan waardoor die [slachtoffer 2] zich niet kon en durfde te onttrekken aan voornoemde ontuchtige handelingen.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
verkrachting, meermalen gepleegd;
feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd;
feitelijke aanranding van de eerbaarheid, meermalen gepleegd.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting, het reclasseringsrapport van 12 december 2024, het uittreksel uit de justitiële documentatie van 26 juni 2025, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich gedurende een langere periode op verschillende momenten schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen bij zijn minderjarige dochters. Hij heeft zijn dochters gedurende vele
jaren seksueel misbruikt. Dit alles vond plaats in het huis waar verdachte en de slachtoffers woonden, het huis dat juist een veilige plek voor hen had moeten zijn. Door het handelen van verdachte heeft hij de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn dochters geschonden en op grove wijze misbruik gemaakt van hun vertrouwensrelatie en zijn rol als vader. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedendelicten vaak nog lang ernstige psychische gevolgen ondervinden van hetgeen hen is overkomen. Dit geldt nog sterker wanneer de slachtoffers, zoals hier het geval is, al vanaf jonge leeftijd en gedurende een lange periode tot het ondergaan van ontuchtige handelingen worden aangezet. Dat de slachtoffers ernstig zijn beschadigd en nog steeds kampen met de lichamelijke en psychische gevolgen van het handelen van verdachte, blijkt wel uit het door [slachtoffer 1] , mede namens [slachtoffer 1] , ter terechtzitting uitgeoefende spreekrecht. Verdachte heeft bij dit alles kennelijk niet stilgestaan en heeft zich enkel laten leiden door, en oog gehad voor, de bevrediging van zijn eigen seksuele behoefte. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen enkele verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen doordat hij is teruggekomen op zijn aanvankelijke bij de politie afgelegde bekentenis en het tegenover zijn vrouw en dochters toegegeven seksueel misbruik en de in dat kader gemaakte excuses. Zelfs heeft verdachte ter zitting de verklaringen van zijn dochters als onwaar afgedaan en daarmee het door hen ondervonden leed op geen enkele manier heeft erkend.
De persoon van verdachte
De reclassering heeft in haar rapport van 12 december 2024 - kort samengevat - het volgende vermeld. De reclassering vindt het zorgelijk dat het sociaal netwerk van verdachte steeds kleiner wordt en dat de familieverhoudingen verstoord zijn. Er is geen diagnostiek bekend en verdachte stelt geen hulp nodig te hebben. De reclassering acht het risico op letselschade laag, gelet op het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt door de reclassering als gemiddeld ingeschat, omdat de reclassering bij verdachte een lage responsiviteit ziet om zijn problemen aan te pakken met hulp van buitenstaanders. De reclassering adviseert om aan verdachte een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. Zij zien geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen.
De straf
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen over de aard en de ernst van de feiten kan niet worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
De rechtbank komt, alles afwegende en conform de eis van de officier van justitie, tot oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.
Benadeelde partijen
De volgende personen hebben zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding:
Feiten 1 en 2
[slachtoffer 1] , tot een bedrag van 25.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan;
Feit 3
[slachtoffer 2] , tot een bedrag van 20.000,- ter vergoeding van immateriële schade, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen integraal kunnen worden toegewezen. De vorderingen dienen te worden toegewezen met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel en de wettelijke rente.
Standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet- ontvankelijk dienen te worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak.
Oordeel van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk dat de benadeelde partijen de gestelde schade hebben geleden en dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde. De vorderingen, waarvan de hoogte niet door verdachte is betwist, zal daarom worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 1 juli 2006.
Nu de aansprakelijkheid van verdachte vaststaat, zal de rechtbank de schadevergoedingsmaatregel opleggen om te bevorderen dat verdachte de schade zal vergoeden.
De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten die de benadeelde partijen tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 242, 246 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.
Uitspraak

De rechtbank

Verklaart het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.
Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren

Beveelt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf, geheel in mindering zal worden gebracht.
Benadeelde partijen
Ten aanzien van feiten 1 en 2 - benadeelde partij: [slachtoffer 1]
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag, bestaande uit immateriële schade en veroordeelt verdachte om aan
[slachtoffer 1]te betalen:
  • het bedrag van 25.000,- (zegge: vijfentwintigduizend euro);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juli 2006 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van
[slachtoffer 1]aan de Staat te betalen een bedrag van 25.000,- (zegge: vijfentwintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2006 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van
160 dagenkan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Ten aanzien van feit 3 - benadeelde partij: [slachtoffer 2]
Wijst de vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag, bestaande uit immateriële schade en veroordeelt verdachte om aan
[slachtoffer 2]te betalen:
  • het bedrag van 20.000,- (zegge: twintigduizend euro);
  • de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 juli 2006 tot de dag van algehele voldoening;
  • de proceskosten die de benadeelde partij heeft gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog zal maken, tot heden begroot op nihil.
Legt aan verdachte de verplichting op om ten behoeve van
[slachtoffer 2]aan de Staat te betalen een bedrag van 20.000,- (zegge: twintigduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 juli 2006 tot de dag van algehele voldoening. Dit bedrag bestaat uit immateriële schade.
Bepaalt dat bij gebreke van volledig verhaal van de betalingsverplichting aan de Staat gijzeling voor de duur van
135 dagenkan worden toegepast. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op.
Bepaalt dat als verdachte voldoet aan de betalingsverplichting aan de benadeelde partij of aan de Staat, verdachte in zoverre zal zijn bevrijd van de betalingsverplichting aan beiden.
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Sieders, voorzitter, mr. H.J. Schuth en mr. H.M. Lenting, rechters, bijgestaan door mr. D. Flanderijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 juli 2025.