Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNNE:2025:2847

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
c/18/243384 / fa rk 25-1192
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:10 BWArt. 3 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het KindArt. 262, eerste lid, Wetboek van Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring rechtbank wegens ontbreken vaste woon- of verblijfplaats minderjarige asielzoeker

Stichting Nidos heeft een verzoek ingediend betreffende een minderjarige asielzoeker, aangeduid als betrokkene, geboren in 2008 in een onbekend land. De rechtbank Noord-Nederland stelde in een tussenbeschikking dat Nidos onvoldoende concrete feiten had gesteld om de relatieve bevoegdheid van deze rechtbank vast te stellen, aangezien het opgegeven adres in Ter Apel niet als een vaste verblijfplaats kon worden beschouwd.

Nidos werd gelast haar stellingen nader toe te lichten, maar in de daaropvolgende akte gaf zij geen concrete feiten die het verblijf in Ter Apel als werkelijk verblijf konden bevestigen. Integendeel, uit de akte bleek dat betrokkene op of kort na de dag van indiening van het verzoek elders in Nederland was ondergebracht, zonder dat een ander adres als vaste verblijfplaats werd opgegeven.

De rechtbank concludeerde dat betrokkene zonder vaste woon- of verblijfplaats was op het moment van het verzoek, waardoor de rechtbank Noord-Nederland niet bevoegd was om van het verzoek kennis te nemen. Omdat Nidos statutair in Utrecht is gevestigd en geen andere concrete verblijfplaats kon worden vastgesteld, werd de zaak verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. De rechtbank benadrukte dat het belang van het kind een eerste overweging is, maar dat dit niet leidt tot een afwijking van de wettelijke bevoegdheidsregels.

De rechtbank ging niet in op andere inhoudelijke onderwerpen uit de tussenbeschikking en droeg de griffier op het dossier over te dragen aan de rechtbank Midden-Nederland.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht
Locatie Groningen
zaak-/rekestnummer: C/18/243384 / FA RK 25-1192
beschikking van de meervoudige kamer d.d. 16 juli 2025
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Stichting Nidos,
die is gevestigd in Utrecht,
en die hierna "de GI" wordt genoemd,
over de persoon die door de GI wordt aangeduid als
[Betrokkene],
die is geboren op [geboortedag] [geboortemaand] 2008 op een onbekende plaats in [geboorteland] ,
en die hierna "betrokkene" wordt genoemd.

1.Het verdere procesverloop

1.1.
Op 27 mei 2025 heeft de rechtbank een tussenbeschikking gegeven, waarin Nidos is gelast haar stellingen bij akte toe te lichten.
1.2.
Op 23 juni 2025 heeft de rechtbank een akte van Nidos ontvangen.
1.3.
Daarna is bepaald dat deze beschikking wordt gegeven.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De rechtbank zal de zaak verwijzen naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. Dat is vanwege het volgende.
2.2.
In de tussenbeschikking heeft de rechtbank ten aanzien van de relatieve bevoegdheid vastgesteld dat het verzoekschrift van Nidos onvoldoende feiten bevat om vast te kunnen stellen dat de rechtbank Noord-Nederland bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen. In het verzoekschrift wordt enkel vermeld dat betrokkene verblijft in een asielzoekerscentrum op het adres [straatnaam en nummer] , [postcode] Ter Apel. Er is vastgesteld dat deze gegevens ontoereikend zijn om aan te nemen dat sprake is van een verblijfplaats met een voldoende bestendig karakter. Daarbij is overwogen dat het een feit van algemene bekendheid is dat minderjarige asielzoekers, waarvan hier aldus Nidos sprake is, na aanmelding in Ter Apel direct of op korte termijn elders worden ondergebracht, zoals onder meer blijkt uit de informatie op de website van Nidos.
2.3.
De rechtbank heeft Nidos in de tussenbeschikking bevolen om opgave te doen van concrete feiten en omstandigheden waaruit volgt dat het opgegeven adres in Ter Apel als werkelijk verblijf kan worden gekwalificeerd of om aan te geven welk ander adres inmiddels als werkelijke verblijfplaats heeft te gelden.
2.4.
In haar akte stelt Nidos onvoldoende concrete feiten en omstandigheden om aan te nemen dat Ter Apel heeft te gelden als de werkelijke verblijfplaats van betrokkene als bedoeld in artikel 1:10, eerste lid, Burgerlijk Wetboek. Nidos stelt dat bestendigheid er niet toe doet. Wat Nidos stelt, bevestigt veeleer het vermoeden van de rechtbank dat Ter Apel niet als werkelijke verblijfplaats kan worden aangemerkt. Zo is te lezen dat betrokkene op de dag van/na de indiening van het verzoekschrift elders in Nederland is ondergebracht. Nidos stelt ook niet welk ander adres als werkelijke verblijfplaats heeft te gelden.
2.5.
De rechtbank concludeert dat betrokkene op het moment van indiening van het verzoekschrift zonder vaste woon- of verblijfplaats was. Dat betekent dat de rechtbank Noord-Nederland niet bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.
2.6.
Omdat Nidos statutair gevestigd is in Utrecht, wordt de zaak daarom verwezen naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht (artikel 262, eerste lid, Wetboek van Rechtsvordering). De rechtbank had de zaak liever, vanuit het vereiste dat het belang van het kind een eerste overweging is in alle maatregelen betreffende kinderen (artikel 3 Internationaal Pro Verdrag inzake de Rechten van het Kind), verwezen naar de rechtbank van het arrondissement waar betrokkene momenteel zijn woonplaats of werkelijk verblijf heeft, maar Nidos heeft ook daarover onvoldoende informatie verschaft.
2.7.
Het feit dat het gaat om een (minderjarige) asielzoeker rechtvaardigt geen afwijking van de wettelijke bevoegdheidsregels, voor zover Nidos daarop doelt. Dat zou in deze zaak ook een ongerechtvaardigd onderscheid opleveren.
2.8.
Gelet op het bovenstaande zal de rechtbank niet meer ingaan op de andere in de tussenbeschikking benoemde onderwerpen.

3.De beslissing

De rechtbank:
3.1.
verklaart zich onbevoegd om van het verzoek kennis te nemen;
3.2.
verwijst de zaak, in de stand waarin deze zich bevindt, naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht;
3.3.
draagt de griffier op deze beschikking en het procesdossier aan de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, toe te sturen.
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Dijkstra, mr. S. Timmermans en mr. B.R. Tromp, (kinder)rechters, bijgestaan door de griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025. De beschikking is op diezelfde datum ondertekend door mr. S. Dijkstra.