Op 31 januari 2024 veroorzaakte verdachte een frontale botsing op de N351 te Spanga door met zijn auto vrijwel geheel op de verkeerde weghelft te rijden, waarbij een ander verkeersdeelnemer om het leven kwam. De rechtbank oordeelde dat verdachte zich aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend had gedragen, wat de aan zijn schuld te wijten verkeersongeval veroorzaakte.
De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van verbalisanten, forensisch onderzoek en gegevens van de airbagmodule. Verdachte verklaarde zelf niet te weten hoe hij op de verkeerde weghelft terecht was gekomen. De verdediging stelde dat het slechts een fractie van een seconde onoplettendheid betrof, wat onvoldoende is voor schuld, maar dit verweer werd verworpen.
Gezien de ernst van het feit, het overlijden van het slachtoffer en de impact op de nabestaanden, legde de rechtbank een taakstraf van 160 uur op en een voorwaardelijke rijontzegging van één jaar. De rechtbank hield rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder lichamelijke en psychische klachten na het ongeval.
De rechtbank sprak verdachte vrij van het subsidiair ten laste gelegde feit en verklaarde dat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig waren. De opgelegde straf is passend en geboden geacht gezien de aard en ernst van het bewezen verklaarde.