Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 25 juni 2025 in de zaak tussen
Coöperatie Mobilisation for the Environment U.A. (MOB) e.a., uit Nijmegen, Vereniging Leefmilieu, uit Nijmegen,Vereniging Milieudefensie, uit Amsterdamgezamenlijk: eiseressen
het college van gedeputeerde staten van de provincie Groningen, het college
[bedrijf]uit [plaats], de vergunninghouder
Samenvatting
.Eiseressen krijgen gelijk en het beroep is dus gegrond. Ook stelt de rechtbank vast dat de redelijke termijn is overschreden, waardoor aan eiseressen en de vergunninghouder een schadevergoeding toekomt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Overgangsrecht Omgevingswet
Vergund zijn:
- 730 geiten van categorie C1.100;
- 240 opfokgeiten van categorie C2.100;
- 30 opfokgeiten en afmestlammeren van categorie C3.100.
Ten opzichte van de eerder vergunde situatie wordt:
- een nieuwe geitenstal gebouwd;
- het aantal dieren uitgebreid tot 1.495 geiten van categorie C1.100;
- het aantal dieren uitgebreid tot 400 opfokgeiten van categorie C2.100;
- het aantal dieren uitgebreid tot 250 opfokgeiten en afmestlammeren van categorie C3.100; en
- het aantal dieren uitgebreid met 9 paarden.
Mag extern salderen met stikstofrechten van het bedrijf aan de [perceel 2] en [perceel 3] worden betrokken als mitigerende maatregel?
Eén beroepsgrond wordt buiten nadere beschouwing gelaten
Overschrijding van de redelijke termijn
De in aanmerking te nemen termijn voor een partij die op grond van artikel 8:26 van Pro de Awb deelneemt aan de procedure vangt aan op de datum waarop hij in zijn hoedanigheid als derde-belanghebbende aan het geding deelneemt. Dat is de datum waarop het (eerste) bezwaar/beroep/hoger beroep waarbij de partij als derde-belanghebbende is, is ontvangen. De termijn eindigt op het moment waarop de rechter die beslist op het verzoek om schadevergoeding, uitspraak doet over het geschil dat de belanghebbenden en het bestuursorgaan verdeeld houdt. De redelijke termijn is voor een procedure in twee instanties in zaken zoals deze in beginsel niet overschreden als die procedure in haar geheel niet langer dan vier jaar heeft geduurd, waarbij de behandeling van het beroep ten hoogste twee jaar en de behandeling van het hoger beroep eveneens ten hoogste twee jaar mag duren. [13]
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 24 mei 2022;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 365,- aan eiseressen moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 2.040,75 aan proceskosten aan eiseressen;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) om aan eiseressen gezamenlijk een schadevergoeding van € 1.000,- te betalen;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid) om aan de vergunninghouder een schadevergoeding van € 1.000,- te betalen.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
1. Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.
2. In afwijking van het eerste lid hoeft geen passende beoordeling te worden gemaakt, ingeval het plan of het project een herhaling of voortzetting is van een ander plan, onderscheidenlijk project, of deel uitmaakt van een ander plan, voor zover voor dat andere plan of project een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van dat plan of project.
3. Het bestuursorgaan stelt het plan uitsluitend vast, en gedeputeerde staten verlenen voor het project, bedoeld in het eerste lid, uitsluitend een vergunning, indien uit de passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten.
4. In afwijking van het derde lid kan, ondanks het feit dat uit de passende beoordeling de vereiste zekerheid niet is verkregen, het plan worden vastgesteld, onderscheidenlijk de vergunning worden verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden:
8. Ingeval een compenserende maatregel voorziet in de ontwikkeling of verbetering van leefgebieden voor vogels, natuurlijke habitats of habitats voor soorten buiten een Natura 2000-gebied, draagt Onze Minister ervoor zorg dat deze leefgebieden of habitats een Natura 2000-gebied, of een onderdeel van een Natura 2000-gebied worden.