ECLI:NL:RBNNE:2025:2652
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot uitsluitend gebruik woning afgewezen om belangen kinderen te waarborgen
De moeder verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening te treffen waarbij zij het uitsluitend gebruik van de woning zou krijgen en de vader de woning moest verlaten. Partijen zijn gehuwd in België en hebben twee jonge kinderen. De vader woont nog in de woning, maar werkt niet en zoekt naar een eigen woning en werk.
De rechtbank oordeelde dat de Nederlandse rechter bevoegd is en Nederlands recht van toepassing is. De voorlopige voorziening is bedoeld voor spoedeisende ordemaatregelen. De rechtbank vond dat de huidige situatie voortgezet kan worden omdat er geen onhoudbare spanningen of schadelijke omstandigheden voor de kinderen zijn vastgesteld.
Het alternatief, waarbij de vader op straat zou komen te staan, is niet in het belang van de kinderen. De rechtbank benadrukte dat de vader met spoed een woning moet zoeken en meer moet ondernemen dan alleen inschrijven bij een woningcorporatie. De bodemprocedure zal de definitieve beslissing over het gebruik van de woning bevatten.
De rechtbank wees het verzoek af en gaf aan dat de vader ook een advocaat moet zoeken in verband met de bodemprocedure. De beslissing werd op 23 juni 2025 in het openbaar uitgesproken door rechter J. Teertstra.
Uitkomst: Het verzoek tot uitsluitend gebruik van de woning door de moeder wordt afgewezen en de huidige woonsituatie wordt voortgezet.