ECLI:NL:RBNNE:2025:2613

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
27 juni 2025
Publicatiedatum
3 juli 2025
Zaaknummer
245236
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 800 lid 3 RvArt. 809 lid 3 RvArt. 6.1.12 lid 2 Jeugdwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek machtiging gesloten jeugdhulp wegens procedurele tekortkomingen

De zaak betreft een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Midden-Groningen tot een reguliere machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een zeventienjarige jeugdige met ADHD, ASS en een licht verstandelijke beperking. De jeugdige woont sinds maart 2024 in een instelling vanwege onveilige thuissituaties en werd recent slachtoffer van een steekpartij.

Op 19 juni 2025 werd een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp verleend voor vier weken, maar het college vroeg vervolgens om verlenging van zes maanden. Tijdens de mondelinge behandeling op 27 juni 2025 bleek dat het verzoek niet voldeed aan de wettelijke eisen: het verzoekschrift was niet ondertekend door een bevoegd persoon en er ontbrak een instemmende verklaring van een gedragswetenschapper die de jeugdige persoonlijk had onderzocht.

Daarnaast was de spoedmachtiging nooit uitgevoerd vanwege gebrek aan beschikbare plaats. De rechtbank oordeelde dat het reguliere verzoek niet kon worden toegewezen, waardoor de spoedmachtiging per direct verviel. De jeugdige krijgt hierdoor geen gesloten jeugdhulp, ondanks de ernstige zorgen over zijn veiligheid en welzijn.

De beslissing is mondeling gegeven en schriftelijk uitgewerkt op 27 en 30 juni 2025. Het college kan hoger beroep instellen via een advocaat binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: Het verzoek tot reguliere machtiging gesloten jeugdhulp wordt afgewezen vanwege procedurele tekortkomingen en het ontbreken van instemming van een gedragswetenschapper.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Groningen
Zaaknummer: C/18/245236 / JE RK 25-356
Beschikking van 27 juni 2025 over de (spoed)machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
het college van burgemeester en wethouders van
de gemeente Midden-Groningen,
dat is gevestigd in Hoogezand,
en dat hierna "het College" wordt genoemd,
over
[naam minderjarige],
die is geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],
en die hierna "[naam minderjarige]" wordt genoemd,
advocaat: mr. J. Klopstra, die kantoor houdt in Stadskanaal.
De kinderrechter wijst als belanghebbende aan:
[naam moeder],
die woont in [woonplaats],
en die hierna "de moeder" wordt genoemd.
De kinderrechter wijst als informant aan:
[naam vader],
die woont in [woonplaats],
en die hierna "de vader" wordt genoemd.

1.Het (verdere) procesverloop

1.1.
Op 19 juni 2025 heeft de kinderrechter die piketdienst had een spoedmachtiging gesloten jeugdhulp ten aanzien van [naam minderjarige] verleend voor de duur van vier weken, een mondelinge behandeling bepaald en iedere verdere beslissing aangehouden. De inhoud van de beschikking van 19 juni 2025 wordt als hier herhaald en ingelast beschouwd.
1.2.
Op 27 juni 2025 heeft de kinderrechter de zaak mondeling behandeld. De kinderrechter heeft toen gesproken met [naam gemachtigde] die als gemachtigde het College vertegenwoordigt, [naam minderjarige] en zijn advocaat, de moeder en de vader.
1.3.
De kinderrechter heeft na het sluiten van de mondelinge behandeling direct uitspraak gedaan en aangekondigd dat de gronden waarop die uitspraak rust, zullen worden uitgewerkt in deze beschikking.

2.De feiten

2.1.
De kinderrechter gaat in deze procedure uit van de volgende feiten, die blijken uit de onweersproken gebleven inhoud van de stukken en dat wat tijdens de mondelinge behandeling naar voren is gebracht.
2.2.
[naam minderjarige], die nu zeventien jaar is, is geboren uit de (inmiddels verbroken) relatie tussen de ouders. Het gezag over [naam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.
2.3.
[naam minderjarige] is gediagnosticeerd met ADHD en ASS. Ook is er een beneden gemiddelde intelligentie dan wel licht verstandelijke beperking bij [naam minderjarige] vastgesteld.
2.4.
[naam minderjarige] woont sinds maart 2024 bij Ambiq, omdat de thuissituatie bij zowel de moeder als de vader te onveilig was voor [naam minderjarige]. [naam minderjarige] werd door een groep jongens (die hij omschrijft als "zijn vrienden") bedreigd en mishandeld en die jongens gooiden de ruiten van de woning van de moeder in en drongen die woning binnen.
2.5.
Op 17 juni 2025 is [naam minderjarige] slachtoffer geworden van een steekpartij, waarbij hij in zijn hand en linkerflank is gestoken en overgebracht moest worden naar het ziekenhuis. Vanuit het ziekenhuis kon [naam minderjarige] niet bij zijn ouders terecht en ook niet terug naar Ambiq. [naam minderjarige] is toen opgehaald door "vrienden".
2.6.
Het College maakt zich ernstige zorgen om de situatie van [naam minderjarige] en acht de kans op herhaling van geweld (met mogelijk fatale gevolgen) groot. Het College heeft daarom besloten dat [naam minderjarige] gesloten moet worden geplaatst om zijn veiligheid te kunnen borgen en te zorgen dat de jeugdhulp die hij nodig heeft kan worden verleend.
2.7.
Op 19 juni 2025 heeft de kinderrechter die piketdienst had, een op die gesloten plaatsing gericht (spoed)verzoek toegewezen voor de duur van vier weken, een mondelinge behandeling bepaald en iedere verdere beslissing aangehouden.

3.De (verdere) beoordeling

3.1.
De kinderrechter die piketdienst had, heeft op 19 juni 2025 een spoedbeslissing genomen, zonder eerst de betrokkenen te horen. Dat mag volgens de wet, maar de wet zegt ook dat de betrokkenen binnen twee weken na de beslissing alsnog de gelegenheid moeten krijgen om hun mening te geven. [1]
3.2.
Die gelegenheid kregen ze tijdens de mondelinge behandeling op 27 juni 2025. Wat toen is besproken, verandert (in eerste instantie) niets aan de eerdere spoedbeslissing.
3.3.
Wat betrokkenen hebben gezegd, is wel belangrijk voor het vervolg van de zaak. Het College heeft namelijk gevraagd om [naam minderjarige] nog zes maanden langer gesloten te mogen plaatsen. Daarover moet nu worden beslist.
3.4.
De kinderrechter kijkt nu of dat verzoek past binnen de regels van de wet. Ook na de mondelinge behandeling is duidelijk dat [naam minderjarige] hulp vanuit een jeugdzorginstelling nodig heeft, vanwege ernstige problemen in zijn opvoeding, verzorging en ontwikkeling. De jeugdzorginstelling waar [naam minderjarige] eerder geplaatst is (Ambiq), kan die hulp niet toereikend bieden en ook niet zijn veiligheid garanderen, omdat [naam minderjarige] wegloopt en wegblijft bij die instelling en (steeds) zijn risicovolle "vrienden" opzoekt. [naam minderjarige] lijkt daarbij te accepteren dat deze "vrienden" geweld tegen hem gebruiken en dit te bagatelliseren. Dit maakt de kans groot dat [naam minderjarige] opnieuw slachtoffer wordt van geweld, met mogelijk fatale gevolgen. Omdat het niet lukt om [naam minderjarige] te bewegen terug te keren naar de jeugdzorginstelling en daar te blijven, is opname in een gesloten setting nodig om zijn veiligheid te kunnen garanderen en ervoor te zorgen dat hij de juiste hulp krijgt.
3.5.
Maar dat betekent niet automatisch dat de kinderrechter het (reguliere) verzoek tot een gesloten machtiging
kantoewijzen. De wet stelt namelijk extra eisen voor toewijzing van dat verzoek ten opzichte van het spoedverzoek.
3.6.
Zo moet een gekwalificeerde gedragswetenschapper de jeugdige om wie het gaat kort van tevoren persoonlijk hebben onderzocht en instemmen met de gesloten plaatsing. Dat is hier niet gebeurd. Ware dat al anders geweest, dan zou dat voor de uitkomst van de procedure niet hebben uitgemaakt. Het verzoekschrift van het College is niet ondertekend en ingediend door een persoon van wie de rechtbank aan de hand van het meegestuurde mandateringsbesluit, de bevoegdheid daartoe kan vaststellen. Verder is tijdens de mondelinge behandeling gebleken dat er nog geen uitvoering is gegeven aan de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp, omdat er geen plek voor [naam minderjarige] beschikbaar is, waardoor het verlenen van de maatregel geen enkel nut heeft.
3.7.
Dit betekent dat het verzoek van het College voor een langere (reguliere) machtiging niet aan de (processuele) wettelijke eisen voldoet. De rechter kan daarom niet anders dan dat verzoek afwijzen.
3.8.
Die afwijzing brengt met zich dat de spoedmachtiging gesloten jeugdhulp op de datum waarop de afwijzende beslissing is genomen, komt te vervallen. De wet bepaalt namelijk dat de spoedmachtiging geldt tot het tijdstip waarop een beslissing op een verzoek om een (reguliere) machtiging is genomen. [2] Dit betekent dat er vanaf de datum van deze beschikking geen spoedmachtiging gesloten jeugdhulp meer geldt ten aanzien van [naam minderjarige].

4.De beslissing

De kinderrechter:
4.1.
wijst het verzoek van het college tot een reguliere machtiging om [naam minderjarige] uit huis en in een gesloten accommodatie jeugdhulp te plaatsen voor de duur van zes maanden, af.
Deze beschikking is op 27 juni 2025 mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken door mr. B.R. Tromp, kinderrechter, bijgestaan door de griffier, en op 30 juni 2025 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Als u het niet eens met de beslissing die de rechter heeft genomen, kunt u in hoger beroep. Maar let op! Hoger beroep kunt u niet zelf instellen. U moet daarvoor naar een advocaat. Een advocaat kan voor u hoger beroep instellen bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Belangrijk is dat u snel naar een advocaat gaat. Hoger beroep moet bijna altijd binnen drie maanden na de dag van de uitspraak worden ingesteld.
Voor het College geldt dat zij zelf hoger beroep kan instellen.
MMvR