3.1.De Huismeesters vordert, samengevat, om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair
I. GKB in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [onder bewind gestelde] te veroordelen om het gehuurde aan het adres [adres huurwoning] binnen tien dagen na de dag van betekening van het vonnis te ontruimen, althans binnen een door de kantonrechter te bepalen termijn, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het bepaalde in artikel 555 e.v. jo. artikel 444 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv);
subsidiair
II. vordering I toe te wijzen, echter met dien verstande dat De Huismeesters daar geen rechten aan kan ontlenen indien en zo lang gedurende twee jaren, te rekenen vanaf de datum van het vonnis, zijdens GKB in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [onder bewind gestelde] wordt voldaan aan de volgende voorwaarde:
Voorwaarde
Er wordt geen inbreuk gemaakt op de huurdersverplichtingen inzake de Huurovereenkomst, inclusief de Algemene Huurvoorwaarden, betreffende het gehuurde het adres [adres huurwoning] , waaronder onder meer doch niet uitsluitend wordt begrepen dat gedaagde:
a. zich dient te onthouden van het doen en/of laten veroorzaken van overlast – in de meest brede zin van het woord – in en/of rond het gehuurde, waarbij onder overlast in ieder geval wordt begrepen: bonkende geluiden, het verschuiven van meubelen met geluid als gevolg, een blaffende hond, geschreeuw en geruzie tussen 22:00 uur en 08:00 uur;
b. zich dient te onthouden van het doen en/of laten veroorzaken van overlast vanwege onaangepast (woon)gedrag als gevolg van drugs- en/of drankgebruik;
c. zich dient te onthouden van het bedreigen en/of intimideren van omwonenden en/of zijdens De Huismeesters en/of door haar ingeschakelde derden;
d. zich dient te onthouden van het niet toestaan – waarbij onder 'niet toestaan' ook '(feitelijk) belemmeren' wordt begrepen – van het zijdens De Huismeesters en/of door haar ingeschakelde derden doen of laten uitvoeren van dringende werkzaamheden aan het gehuurde;
e. de hulpverlening van het WIJ-Team onvoorwaardelijk dient te accepteren onder andere met betrekking tot begeleiding en hulpverlening ten aanzien van de overlast en de met deze instelling te maken afspraken zal nakomen;
f. alle aanwijzingen van het WIJ-Team of enig ander bij gedaagde betrokken hulpverlener ten aanzien van een meer specifieke vorm van hulpverlening in het kader van de overlast dient op te volgen;
g. toegang tot het gehuurde verleent aan de betrokken hulpverlenende instanties in het kader van de begeleiding en hulpverlening;
h. voldoet aan nadere en/of andere door de kantonrechter in goede justitie te bepalen voorwaarden.
meer subsidiair
III. GKB in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [onder bewind gestelde] te veroordelen tot nakoming van de huurdersverplichtingen inzake de Huurovereenkomst, inclusief de Algemene Huurvoorwaarden, betreffende het gehuurde aan het adres [adres huurwoning] , en haar in dat kader bij wijze van ordemaatregel als gedragsaanwijzing op te leggen dat, na betekening van het vonnis, zijdens haar wordt voldaan aan de voorwaarde zoals vermeld onder vordering II, zulks op straffe van een dwangsom van € 200,00, voor iedere dag of gedeelte van de dag dat zij niet voldoet aan het gevorderde, met een maximum van € 10.000,00;
in alle gevallen
IV. GKB in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [onder bewind gestelde] te veroordelen in de proceskosten (inclusief de nakosten), één en ander te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis, en – voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening.