De rechtbank Noord-Nederland heeft op 17 juni 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van betrokkenheid bij de productie en handel in MDMA in een pand te Midden-Drenthe.
Het Openbaar Ministerie vorderde een gevangenisstraf van acht maanden wegens medeplegen van meerdere feiten rondom het drugslab. De officier van justitie baseerde dit op onder meer een foto waarop vermoedelijk verdachte te zien zou zijn met roze poeder, chatberichten, internetzoektermen op de telefoon van verdachte en de aanwezigheid van zijn auto bij het pand.
De verdediging betoogde dat onvoldoende bewijs bestond om vast te stellen dat verdachte de persoon in de chat of op de foto was, en dat de aanwezigheid in de woning niet gelijkstaat aan betrokkenheid bij de drugshandel.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs niet wettig en overtuigend was. De verklaringen van verdachte over zijn bezoek aan de woning en het gebruik van een andere bijnaam werden aannemelijk geacht. De gevonden vingerafdrukken konden verklaard worden door reguliere bezoeken. De internetzoektermen waren onvoldoende om betrokkenheid te bewijzen. De verdachte werd integraal vrijgesproken. Tevens werd de teruggave van twee in beslag genomen telefoons gelast.