In deze strafzaak wordt verdachte verdacht van het opzettelijk buiten Nederland brengen van grote hoeveelheden amfetamine, MDMA en 2C-B. Tijdens het onderzoek is een DNA-spoor aangetroffen op de knoop van een verpakking met 2C-B, maar de rechtbank kon op basis van het dossier niet vaststellen of dit spoor daadwerkelijk van verdachte afkomstig is.
De rechtbank constateert dat het DNA-spoor op de knoop een onvolledig mengprofiel betreft, waarvan niet duidelijk is hoeveel kenmerken overeenkomen met het DNA-profiel van verdachte en wat de bewijskracht daarvan is. Ook is onduidelijk wat de exacte locatie van het DNA-spoor op de knoop is. Vanwege deze onduidelijkheden acht de rechtbank het noodzakelijk dat het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) nader onderzoek verricht naar de match en de bewijskracht.
De rechtbank besluit het onderzoek te heropenen en schorst het voor onbepaalde tijd. De zaak wordt verwezen naar de rechter-commissaris die in overleg met het Openbaar Ministerie en de raadsman de onderzoeksvragen zal formuleren. Verdachte wordt opgeroepen voor de hervatting van het onderzoek ter terechtzitting op een nader te bepalen datum.