ECLI:NL:RBNNE:2025:2013
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel wegens witwassen
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 mei 2025 een vordering van het Openbaar Ministerie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde, die eerder was veroordeeld voor witwassen. De officier van justitie vorderde een bedrag van €83.010,06, terwijl de rechtbank het voordeel vaststelde op €20.391,00.
De schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel is gebaseerd op een uitgebreid financieel onderzoek van bankgegevens over de periode van maart 2018 tot juli 2023, waaruit bleek dat veroordeelde meer contant geld heeft uitgegeven dan hij via zijn bankrekeningen ontving. Daarnaast zijn relevante feiten en meldingen opgenomen, waaronder het bezit van een vuurwapen en diverse indicaties van betrokkenheid bij drugshandel.
De verdediging heeft de vordering afgewezen, mede gelet op het in hoofdzaak bepleite vrijspraakverweer. De rechtbank oordeelde echter dat het voordeel voortvloeit uit het gepleegde strafbare feit en legde veroordeelde de verplichting op tot betaling van €20.391 aan de staat. Tevens werd de maximale duur van de gijzeling vastgesteld op 407 dagen.
Deze uitspraak is gedaan door de meervoudige strafkamer en ondertekend door voorzitter J. Faber en rechters J. van Bruggen en C. Krijger.
Uitkomst: Veroordeelde moet €20.391 betalen aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.