ECLI:NL:RBNNE:2025:1836

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
15 mei 2025
Publicatiedatum
14 mei 2025
Zaaknummer
18-174920-24
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken van opzet op bezit van lachgas en medeplichtigheid

De rechtbank Noord-Nederland heeft verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde bezit van 669 flessen lachgas en medeplichtigheid daaraan in de periode van 14 tot en met 29 maart 2024 te Emmen. Verdachte werd ervan verdacht opzettelijk lachgas te hebben bereid, bewerkt, verkocht, vervoerd of aanwezig te hebben gehad.

Tijdens de zitting verklaarde verdachte dat hij bij de politie had aangegeven lachgas in te voeren omdat dat de verdenking was, maar de rechtbank kon niet vaststellen dat verdachte wist van het bezit van lachgasflessen in het voertuig of de garagebox. De korte aanwezigheid van verdachte in de garagebox en het ontbreken van andere aanwijzingen maakten dat opzet niet bewezen kon worden.

Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van zowel het grondfeit als de subsidiaire medeplichtigheid. Tevens werd het in beslag genomen geldbedrag van 1.010 euro aan verdachte teruggegeven omdat het verband met het feit ontbrak.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 15 mei 2025 na onderzoek ter terechtzitting op 1 mei 2025.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van bewijs voor opzet op bezit van lachgas en medeplichtigheid.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Assen
parketnummer 18/174920-24
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 mei 2025 in de zaak van het Openbaar Ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 01 mei 2025.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. M. Kuipers, advocaat te Arnhem. Het Openbaar Ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M. Kappeyne van de Coppello.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij in of omstreeks de periode van 14 maart 2024 tot en met 29 maart 2024 te Emmen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, 669 flessen distikstofmonoxide (lachgas), in elk geval een of meer hoeveelheden
distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
[medeverdachte] op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 maart 2024 tot en met 29 maart 2024 te Emmen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft bereid, bewerkt, verwerkt verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, 669 flessen distikstofmonoxide (lachgas), in elk geval een of meer hoeveelheden distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II tot en/of bij het plegen van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte in of omstreeks de periode van 14 maart 2024 tot en met 29 maart 2024 te Emmen, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door te helpen met het uitladen van de lachgasflessen in de loods;

Beoordeling van het bewijs

Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het ten laste gelegde.
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. De rechtbank overweegt hiertoe het volgende.
Uit het dossier blijkt dat verbalisanten een voertuig volgen dat, naar later blijkt, wordt bestuurd door medeverdachte [medeverdachte] . Op het moment dat het voertuig aankomt bij een garagebox zien de verbalisanten verdachte komen aanlopen. Na een kort gesprek tussen beiden betreden zowel de medeverdachte met het voertuig als verdachte de garagebox. Kort daarop betreden de verbalisanten de garagebox.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bij de politie heeft gezegd dat hij lachgas aan het invoeren was, omdat dat de verdenking betrof die hem door de politie werd voorgehouden. De rechtbank kan gelet op de korte periode dat verdachte zich in de garagebox heeft bevonden en gelet op het
ontbreken van enige andere aanknopingspunten, niet vaststellen dat verdachte wist dat er zich in het voertuig of de garagebox lachgasflessen bevonden en dus kan de rechtbank niet vaststellen dat verdachte deze opzettelijk aanwezig heeft gehad. Vanwege het ontbreken van opzet op het gronddelict zal de rechtbank verdachte eveneens vrijspreken van de subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid daaraan.

Beslag

De rechtbank is van oordeel dat het onder verdachte in beslag genomen en niet teruggeven geldbedrag van 1.010,00 aan verdachte dient te worden teruggeven, nu verdachte wordt vrijgesproken van het feit in verband waarmee het geldbedrag in beslag is genomen.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen geldbedrag:
- 1.010 EUR (omschrijving: PL0100-2024082500-1704606).
Dit vonnis is gewezen door mr. F. Sieders, voorzitter, mr. J. Faber en mr. M.T.M. Hennevelt, rechters, bijgestaan door mr. R. de Boer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 mei 2025.