ECLI:NL:RBNNE:2025:1803
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- A. Nieuwenhuis
- H.J. Schuth
- M.O. Thijsen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig bewijs van ontucht met minderjarig kleinkind
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 13 mei 2025 de zaak tegen verdachte, die werd beschuldigd van feitelijke aanranding en ontucht met zijn minderjarige kleindochter. Het openbaar ministerie vorderde veroordeling op basis van verklaringen van het slachtoffer en een ooggetuige, die spraken over ongewenste aanrakingen.
Tijdens de zitting werd duidelijk dat de verklaringen van het slachtoffer inconsistenties bevatten over de aard en locatie van de aanrakingen. Ook de verklaring van de ooggetuige was een de-auditu verklaring, waardoor deze weinig bewijswaarde had. Verdachte gaf aan dat hij het kind slechts op de onderrug had aangeraakt in een context van uitleg over het menselijk lichaam.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende wettig bewijs bevat om de ten laste gelegde feiten te bewijzen. Het kortstondig aanraken van de bil in de context van uitleg werd niet als ontuchtig beschouwd. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van voldoende wettig bewijs voor ontuchtige handelingen met zijn minderjarige kleindochter.