ECLI:NL:RBNNE:2025:1641
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging van Belgisch confiscatiebevel
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 april 2025 het beroep van een veroordeelde tegen de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een confiscatiebevel uit België van 8 september 2015. Het beroep was ingesteld op grond van artikel 39 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (WWETGC).
De raadsman voerde aan dat de veroordeelde niet bekend was met de Belgische procedure en dat het tijdsverloop van bijna 9 jaar tussen het vonnis en de tenuitvoerlegging strijdig zou zijn met een goede procesorde. Subsidiair werd verzocht om opschorting van de tenuitvoerlegging totdat onherroepelijkheid in België was aangetoond.
De officier van justitie stelde dat de veroordeelde persoonlijk aanwezig was geweest bij de Belgische zitting en geen hoger beroep had ingesteld. Er was geen sprake van executieverjaring volgens Belgisch recht, en het interstatelijk vertrouwensbeginsel verplicht tot het aannemen van de juistheid van de buitenlandse gegevens. De rechtbank oordeelde dat het beroep ongegrond is omdat de tenuitvoerlegging rechtmatig is en het tijdsverloop binnen de verjaringstermijn valt. Het verzoek tot opschorting werd afgewezen omdat het beroep geen schorsende werking heeft.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van het Belgische confiscatiebevel wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot opschorting afgewezen.