ECLI:NL:RBNNE:2025:1638
Rechtbank Noord-Nederland
- Verstek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse verbeurdverklaring
De rechtbank Noord-Nederland behandelde op 23 april 2025 het beroep van veroordeelde tegen de beslissing van de officier van justitie tot erkenning en tenuitvoerlegging van een Belgische verbeurdverklaring van €15.000 opgelegd in 2014.
De raadsman voerde aan dat de verbeurdverklaring was verjaard per 11 oktober 2024 en dat de verjaring ten onrechte opnieuw zou zijn begonnen zonder bewijsstukken. Tevens stelde hij dat de gedwongen verkoop van de woning, die mede-eigendom is van de echtgenoot, een ontoelaatbare inbreuk op het eigendomsrecht zou vormen. Ook werd aangevoerd dat veroordeelde niet in staat is de boete te voldoen en dat uitvoering na lange tijd onredelijk zou zijn.
De officier van justitie stelde dat de verjaringstermijn van tien jaar opnieuw is gaan lopen vanaf de opening van het strafuitvoeringsonderzoek op 11 oktober 2024, waardoor de termijn tot 2034 loopt. Betalingsonmacht vormt geen weigeringsgrond en de woning kan als verhaalsobject in termijnen worden aangesproken. De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel vereist dat de buitenlandse informatie als juist wordt aangenomen en dat de verjaringstermijn nog niet is verstreken.
De rechtbank concludeerde dat geen weigeringsgronden aanwezig zijn en dat het eigendomsrecht niet absoluut is, zeker binnen het huwelijk in gemeenschap van goederen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de erkenning en tenuitvoerlegging van de Belgische verbeurdverklaring wordt ongegrond verklaard.