ECLI:NL:RBNNE:2025:1520

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
2 april 2025
Publicatiedatum
24 april 2025
Zaaknummer
24-029140
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Verstek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 WWETGCArt. 6:4:5 SvArt. 46 lid 3 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzet tegen dwangbevel wegens overschrijding termijn

Veroordeelde heeft zich verzet tegen een dwangbevel dat was uitgevaardigd ter inning van een in Duitsland opgelegde geldboete vermeerderd met verhogingen en administratiekosten. Het dwangbevel werd op 8 september 2023 afgegeven en op 12 september 2023 betekend aan veroordeelde door achterlating in een gesloten envelop op zijn adres.

Het verzetschrift werd echter pas op 26 november 2024 ontvangen door de rechtbank, ruim na de wettelijk voorgeschreven termijn van twee weken na betekening. De rechtbank stelde vast dat het verzet daardoor niet tijdig was ingesteld.

Namens de Minister van Justitie en Veiligheid werd aangevoerd dat veroordeelde niet-ontvankelijk moest worden verklaard. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde veroordeelde niet-ontvankelijk in het verzet. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025 door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Nederland te Leeuwarden.

Veroordeelde wordt gewezen op de mogelijkheid tot cassatie binnen veertien dagen na betekening van deze beslissing, onder de voorwaarde van betaling van het verschuldigde bedrag als zekerheidsstelling.

Uitkomst: Veroordeelde is niet-ontvankelijk verklaard in het verzet wegens overschrijding van de wettelijke termijn van twee weken na betekening van het dwangbevel.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Leeuwarden
raadkamernummer : 24-029140
cjib- zaaknummer : 45052540002135643
beslissing van de meervoudige raadkamer van 2 april 2025 op het verzet ex artikel 15 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie, ingesteld door:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 1962, wonende op het adres [adres] , hierna te noemen: veroordeelde.

Procesverloop

Veroordeelde heeft zich bij verzetschrift verzet tegen het nemen van verhaal door afgifte van een dwangbevel inzake de door de
Zentrale Buβgeldstelle des Polizeipräsidiums Rheinpfalzte Speyer in Bondsrepubliek Duitsland, op 4 juli 2022 opgelegde geldboete, vermeerderd met de verhogingen wegens het niet voldoen van de geldboete en de administratiekosten. Het dwangbevel is op 8 september 2023 afgegeven voor een totaalbedrag van 515,81.
De behandeling van het verzetschrift heeft plaatsgevonden op 19 maart 2025.
Veroordeelde is niet verschenen. P. de Jager en H. Veldsema, beiden werkzaam bij het Centraal Justitieel Incassobureau (hierna: CJIB), waren namens de Minister van Justitie en Veiligheid aanwezig bij de behandeling.

Motivering

Veroordeelde heeft verzet ingesteld op grond van artikel 15 van Pro de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging geldelijke sancties en beslissingen tot confiscatie (hierna: WWETGC). Artikel 6:4:5, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) is van overeenkomstige toepassing verklaard.
De rechtbank stelt op basis van de stukken het volgende vast.
Het verzetschrift dient, conform artikel 6:4:5, derde lid Sv, te worden ingesteld bij deze rechtbank binnen twee weken na de betekening van het dwangbevel. Volgens het exploot is het dwangbevel op 12 september 2023 door de deurwaarder betekend, door middel van achterlating van het dwangbevel in een gesloten envelop op het toenmalige adres van veroordeelde, te weten [adres] . Dit is een geldige betekening conform artikel 46, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzetschrift is gedateerd op 25 oktober 2024 en is op 26 november 2024 via het CJIB bij de rechtbank binnengekomen.
Standpunt Minister van Veiligheid en Justitie
De medewerkers van het CJIB hebben namens de Minister ter terechtzitting aangevoerd dat veroordeelde niet-ontvankelijk is in het verzet, omdat het verzetschrift niet binnen twee weken na betekening van het dwangbevel is ingediend en daarom te laat is ingediend.
Oordeel rechtbank
De rechtbank stelt vast dat veroordeelde niet binnen twee weken na betekening van het dwangbevel verzet heeft ingesteld. De rechtbank zal daarom veroordeelde niet-ontvankelijk verklaren in het verzet.
Beslissing
De rechtbank verklaart veroordeelde niet-ontvankelijk in het verzet.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. K. Post en mr. G.C. Koelman, rechters, bijgestaan door G.T. Zandstra-Alkema, griffier en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2025.
Wanneer u het niet eens bent met deze beslissing kunt u binnen veertien dagen na betekening van deze beslissing cassatie instellen. Het instellen van cassatie doet u bij de rechtbank Noord-Nederland, locatie Leeuwarden.
De Hoge Raad neemt de zaak alleen in behandeling wanneer het aan de Staat verschuldigde bedrag, inclusief kosten, is betaald. Dit bedrag dient als zekerheidsstelling. Zie hiervoor artikel 6:4:5, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. Het gaat om een bedrag van
515,81. Dit bedrag moet binnen twee weken na het instellen van cassatie zijn betaald op rekeningnummer IBAN NL40INGB0705005143 van het CJIB in Leeuwarden, onder vermelding van het cjib-zaaknummer 45052540002135643.