Uitspraak
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Rechtbank Noord-Nederland
Eiser, eigenaar van een perceel met een timmermansbedrijf, vroeg toestemming voor het maken van een uitrit naar de provinciale weg N355. Het college verleende aanvankelijk toestemming, maar trok deze later in op basis van een gewijzigd standpunt van het college van gedeputeerde staten en een landelijke richtlijn van CROW.
De rechtbank oordeelt dat het college een verzwaarde motiveringsplicht had vanwege de eerdere inhoudelijke beoordeling en het rechtszekerheidsbeginsel. Het college heeft niet voldaan aan deze motiveringsplicht, omdat het intrekkingsbesluit onvoldoende toegespitst was op de specifieke situatie van eiser en vooral steunde op een summier en algemeen advies.
Verder is onvoldoende rekening gehouden met het belang van eiser, die een bedrijf aan huis heeft en voor wie de uitrit essentieel is. Het beroep van eiser wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast wordt het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de uitrittoestemming wordt vernietigd en het college dient opnieuw te beslissen.