ECLI:NL:RBNNE:2025:1030
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bij verzoek omzetting faillissement naar schuldsaneringsregeling
Verzoeker is op 18 februari 2025 failliet verklaard en heeft tegelijkertijd met het verzoek tot omzetting van zijn faillissement naar een schuldsaneringsregeling een voorlopige voorziening gevraagd op grond van artikel 287 lid 4 Faillissementswet Pro. De voorziening beoogde de toepassing van artikel 305 Fw Pro, waardoor de huurovereenkomst zou worden verlengd en ontruiming zou worden voorkomen.
De rechtbank overweegt dat de huurovereenkomst schriftelijk is opgezegd met een opzegtermijn van drie maanden, waardoor er geen sprake is van een spoedeisend belang. De situatie waarin de huurovereenkomst eindigt op 20 mei 2025 is niet dreigend genoeg om vooruit te lopen op de beslissing over het omzettingsverzoek. Bovendien zijn de lopende huurtermijnen niet tijdig betaald en kan de schuldsaneringsregeling niet garanderen dat ontruiming wordt voorkomen.
De rechtbank gaat aan de ontvankelijkheid van het verzoek voorbij en wijst het verzoek tot voorlopige voorziening af. Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal bij afzonderlijk vonnis worden behandeld.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.