ECLI:NL:RBNNE:2024:944

Rechtbank Noord-Nederland

Datum uitspraak
19 maart 2024
Publicatiedatum
20 maart 2024
Zaaknummer
18-210347-23
Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel door afleiding door mobiele telefoon

Op 4 januari 2023 vond er een ernstig verkeersongeval plaats op de A6, waarbij de verdachte, bestuurder van een Fiat Ducato, met een snelheid van ongeveer 111 km/h op een stilstaande file botste. De file was ontstaan door een gekantelde vrachtwagen. De verdachte had een waarschuwingsbord en een tekstkar met de melding 'kans op file' genegeerd. Tijdens het rijden was hij bezig met zijn mobiele telefoon, wat leidde tot afleiding. Het ongeval resulteerde in zwaar lichamelijk letsel voor de bestuurster van een Peugeot 206, die hersenletsel en drie gebroken ribben opliep. De rechtbank oordeelde dat de verdachte zich zeer onvoorzichtig en onoplettend had gedragen, maar sprak hem vrij van roekeloosheid. De verdachte werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, een taakstraf van 120 uren en een rijontzegging van 12 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk. Daarnaast kreeg hij de bijzondere voorwaarden van een meldplicht en ambulante behandeling opgelegd.

Uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht
Locatie Leeuwarden
parketnummer 18/210347-23
Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 19 maart 2024 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1994 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 maart 2024.
Verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. H. de Jong, advocaat te Burgum. Het openbaar ministerie is ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. H.J. Mous.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 4 januari 2023, te of bij [plaats] , in elk geval in de gemeente de Fryske Marren, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (te weten een
bedrijfs/bestelauto, merk Fiat, type Ducato), voorzien van het kenteken [nummer] , daarmede rijdende over de weg, de [snelweg] (komende vanuit [plaats] en gaande in de
richting van [plaats] ), alwaar een (langzaam rijdende en/of stilstaande) file was ontstaan ((mede) tengevolge van een gekantelde vrachtwagen), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden.
door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,
- een motorrijtuig te besturen en ondertussen een mobiel telefoontoestel vast te houden en/of
ondertussen in dat motorrijtuig allerlei handelingen met een mobiel telefoontoestel te verrichten en/of daarop (voortdurend) berichten te verzenden en/of te ontvangen en/of
- een waarschuwingsbord waarop werd gewaarschuwd voor mogelijke filevorming en/of een
matrixbord/tekstkar met de tekst: kans op file (onopgemerkt) te passeren en/of in plaats van de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig te matigen/minderen, althans zodanig te regelen dat hij, verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was (vervolgens) met (nagenoeg) onverminderde snelheid (ongeveer 111 km/h) door te rijden en/of vervolgens af te rijden op een of meerdere zich op dat moment (onmiddellijk) vóór hem, verdachte, op die weg in die file bevindende motorrijtuigen,
waardoor, althans mede waardoor, er een aanrijding of botsing is ontstaan tussen dat door verdachte bestuurde motorrijtuig en die een of meer zich (onmiddellijk) vóór hem op die weg bevindende motorrijtuigen, waaronder het motorrijtuig ( van het merk Peugeot, type 206), voorzien van het kenteken [nummer] , waardoor de bestuurster van dat motorrijtuig, genaamd
[slachtoffer 1] , zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder meer) hersenletsel en/of drie gebroken ribben of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij of omstreeks 4 januari 2023, te of bij [plaats] , in elk geval in de gemeente de Fryske Marren, als bestuurder van een voertuig/motorrijtuig (te weten een bedrijfs/bestelauto, merk Fiat, type Ducato), voorzien van het kenteken [nummer] , daarmee rijdende op de weg, de [snelweg] , (komende vanuit [plaats] en gaande in de richting van [plaats] ), alwaar een (langzaam rijdende en/of stilstaande) file was ontstaan ((mede) tengevolge van een gekantelde vrachtwagen), zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- een motorrijtuig te besturen en ondertussen een mobiel telefoontoestel vast te houden en/of
ondertussen in dat motorrijtuig allerlei handelingen met een mobiel telefoontoestel te verrichten en/of daarop (voortdurend) berichten (met bijlagen) te verzenden en/of te ontvangen en/of
- een waarschuwingsbord waarop werd gewaarschuwd voor mogelijke filevorming en/of een
matrixbord/tekstkar met de tekst: kans op file (onopgemerkt) te passeren en/of in plaats van de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig te matigen/minderen, althans zodanig te regelen dat hij, verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was (vervolgens) met (nagenoeg) onverminderde snelheid (ongeveer 111 km/h) door te rijden en/of vervolgens af te rijden op een of meerdere zich op dat moment (onmiddellijk) vóór hem, verdachte, op die weg in die file bevindende motorrijtuigen,
waardoor, althans mede waardoor, er een aanrijding of botsing is ontstaan tussen dat door verdachte bestuurde motorrijtuig en die een of meer zich (onmiddellijk) vóór hem op die weg bevindende motorrijtuigen, waaronder het motorrijtuig (van het merk Peugeot, type 206),
voorzien van het kenteken [nummer] , waarin (onder meer) de bestuurster, [slachtoffer 1] was gezeten,
(mede) waardoor voornoemde bestuurster van dat motorrijtuig, zwaar lichamelijk letsel, te weten (onder meer) hersenletsel en/of drie gebroken ribben of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;
2.
hij of omstreeks 4 januari 2023, te of bij [plaats] , in elk geval in de gemeente de Fryske Marren,als bestuurder van een voertuig/motorrijtuig (te weten een bedrijfs/bestelauto, merk Fiat, type Ducato), voorzien van het kenteken [nummer] , daarmee rijdende op de weg, de [snelweg] , (komende vanuit [plaats] en gaande in de richting van [plaats] ), alwaar een (langzaam rijdende en/of stilstaande) file was ontstaan ((mede) tengevolge van een gekantelde vrachtwagen), zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- een motorrijtuig te besturen en ondertussen een mobiel telefoontoestel vast te houden en/of
ondertussen in dat motorrijtuig allerlei handelingen met een mobiel telefoontoestel te verrichten en/of daarop (voortdurend) berichten (met bijlagen) te verzenden en/of te ontvangen en/of
- een waarschuwingsbord waarop werd gewaarschuwd voor mogelijke filevorming en/of een
matrixbord/tekstkar met de tekst: kans op file (onopgemerkt) te passeren en/of in plaats van de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig te matigen/minderen, althans zodanig te regelen dat hij, verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was (vervolgens) met (nagenoeg) onverminderde snelheid (ongeveer 111 km/h) door te rijden en/of vervolgens af te rijden op een of meerdere zich op dat moment (onmiddellijk) vóór hem, verdachte, op die weg in die file bevindende motorrijtuigen,
waardoor, althans mede waardoor, er een aanrijding of botsing is ontstaan tussen dat door verdachte bestuurde motorrijtuig en die een of meer zich (onmiddellijk) vóór hem op die weg
bevindende motorrijtuigen, waaronder (respectievelijk) het motorrijtuig ( van het merk Peugeot, type 206), voorzien van het kenteken [nummer] en/of het motorrijtuig (personenauto van het merk/type Nissan Note), voorzien van het kenteken [nummer] en/of het motorrijtuig (personenauto van het merk/type Renault Clio), voorzien van het kenteken [nummer] en/of het motorrijtuig (personenauto van het merk/type Peugeot 207SW), voorzien van het kenteken [nummer] ,
door welke verkeersgedraging(en) van verdachte levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) ander(en) (respectievelijk) de inzittende [slachtoffer 2] en/of bestuur(st)(d)er(s), te weten [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] van voornoemde motorijtuig(en) te duchten was;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij of omstreeks 4 januari 2023, te of bij [plaats] , in elk geval in de gemeente de Fryske Marren, als bestuurder van een voertuig/motorrijtuig (te weten een bedrijfs/bestelauto, merk Fiat, type Ducato), voorzien van het kenteken [nummer] , daarmee rijdende op de weg, de [snelweg] , (komende vanuit [plaats] en gaande in de richting van [plaats] ), alwaar een (langzaam rijdende en/of stilstaande) file was ontstaan ((mede) tengevolge van een gekantelde), zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden door
- een motorrijtuig te besturen en ondertussen een mobiel telefoontoestel vast te houden en/of
ondertussen in dat motorrijtuig allerlei handelingen met een mobiel telefoontoestel te verrichten en/of daarop (voortdurend) berichten (met bijlagen) te verzenden en/of te ontvangen en/of
- een waarschuwingsbord waarop werd gewaarschuwd voor mogelijke filevorming en/of een
matrixbord/tekstkar met de tekst: kans op file (onopgemerkt) te passeren en/of in plaats van de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig te matigen/minderen, althans zodanig te regelen dat hij, verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was (vervolgens) met (nagenoeg) onverminderde snelheid (ongeveer 111 km/h) door te rijden en/of vervolgens af te rijden op een of meerdere zich op dat moment (onmiddellijk) vóór hem, verdachte, op die weg in die file bevindende motorrijtuigen,
waaronder (respectievelijk) het motorrijtuig ( van het merk Peugeot, type 206), voorzien van het kenteken [nummer] en/of het motorrijtuig (personenauto van het merk/type Nissan Note), voorzien van het kenteken [nummer] en/of het motorrijtuig (personenauto van het merk/type Renault Clio), voorzien van het kenteken [nummer] en/of het motorrijtuig (personenauto van het merk/type Peugeot 207SW), voorzien van het kenteken [nummer] ,
waarin (respectievelijk) [slachtoffer 2] als inzittende en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] als bestuur(st)(d)ers van voornoemde motorrijtuigen waren gezeten,
door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.
Beoordeling van het bewijs
Standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft veroordeling gevorderd voor feit 1 primair en feit 2 primair. De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte zich roekeloos in de zin van artikel 5a van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) heeft gedragen en dat daarmee ook sprake is van roekeloosheid in de zin van artikel 6 van de WVW. Gezien de rijrichting van de verdachte was er op de vluchtstrook aan de rechterkant van de A6 een waarschuwingsbord geplaatst waarop aangegeven stond dat er kans op file was. Verdachte is dit waarschuwingsbord ongemerkt gepasseerd. Verdachte heeft met een snelheid van rond de 111 kilometer per uur gereden, terwijl de maximumsnelheid 100 kilometer per uur bedroeg. Daarnaast is uit het onderzoek duidelijk geworden dat verdachte zijn mobiele telefoon heeft gebruikt. In de auto is, na de aanrijding, geen houder voor de mobiele telefoon aangetroffen. Gelet hierop en gelet op de gebruikte afkorting indd in het WhatsApp-bericht is volgens de officier van justitie wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte zijn telefoon heeft vastgehouden en daarmee handelingen heeft verricht kort voor het ongeval. Verdachte heeft hiermee in ernstige mate verschillende verkeersregels overtreden. Bovendien is er in ieder geval sprake geweest van voorwaardelijk opzet omdat verdachte tijdens het rijden gebruik heeft gemaakt van zijn mobiele telefoon. Er is dus ook sprake van dubbel opzet op het schenden van de verkeersregels. Tot slot staat ook vast dat er sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij slachtoffer [slachtoffer 1] .
Standpunt van de verdediging
De raadsman heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken van feit 1 en feit 2. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat er geen sprake is van roekeloosheid. Verdachte heeft de maximale snelheid slechts in zeer geringe mate overschreden. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat hij het WhatsApp- bericht aan zijn telefoon heeft gedicteerd en dat hij zijn telefoon in een houder had. Bovendien zaten er een aantal seconden tussen het moment van het versturen van het WhatsApp-bericht en de aanrijding.
Dat verdachte ten tijde van het ongeval met zijn telefoon bezig was of deze in zijn handen had, kan dus niet worden bewezen. Ook heeft de raadsman erop gewezen dat meerdere slachtoffers verklaren het hierboven vermelde waarschuwingsbord niet te hebben gezien. Verdachte heeft de verkeersegels niet of slechts in zeer geringe mate overtreden. Er is sprake geweest van een tijdelijke onoplettendheid. Dat is onvoldoende om (voorwaardelijke) opzet of schuld aan te nemen.
Oordeel van de rechtbank1
Bewijsmiddelen
Op 4 januari 2023 stond er een file op de A6, komende uit de richting van [plaats] en gaande richting [plaats] , vlak voorbij de afslag [plaats] . Deze file werd veroorzaakt door een gekantelde vrachtauto verderop diezelfde weg en rijrichting.2
Door Rijkswaterstaat is om 16:34 uur bij hectometerpaal 292,5 een actiewagen geplaatst met daarop de tekst Let op kans op file en daaronder een waarschuwingsbord J33.3
Verdachte reed in een bedrijfsauto van het merk Fiat, type Ducato, met het kenteken [nummer] (hierna: de Fiat).4 Verdachte heeft verklaard dat hij op 4 januari 2023 rond 16:30 uur is vertrokken van zijn werk in [plaats] richting [plaats] en dat hij de actiewagen en het waarschuwingsbord niet heeft gezien.5 Verdachte reed op het moment van plaatsen van de voornoemde actiewagen nog op het industrieterrein van [plaats] . Hierdoor kan worden gesteld dat verdachte de actiewagen met daarop de waarschuwing dus gepasseerd moet zijn.6
Om 16:49:32 uur komt via 112 de eerste melding binnen van de aanrijding op de A6 bij [plaats] .7 Naar het ongeval is onderzoek gedaan. Uit de verkeersongevallenanalyse blijkt dat het ongeval in de buurt van hectometerpaal 297,4 heeft plaatsgevonden. Dit betreft een recht weggedeelte. De rijbaan is door middel van een onderbroken streep verdeeld in twee rijstroken. De ter plaatse toegestane maximum snelheid betreft op dit tijdstip 100 kilometer per uur.8
Uit het onderzoek volgt voorts dat verdachte met de voorzijde van de Fiat is gebotst tegen de achterzijde van een personenauto merk Peugeot, type 206, met kenteken [nummer] .9 Deze auto werd bestuurd door [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] was als inzittende in deze auto aanwezig.10 Door de botsing roteerde de Peugeot 206 met de klok mee en botste vervolgens met de achterzijde tegen de achterzijde van een personenauto merk Nissan, type Note, met kenteken [nummer] .11 Dit voertuig werd bestuurd door de heer [slachtoffer 3] .12 De Nissan Note werd ook aangereden door de Fiat. De Fiat botste daarna tegen de achterzijde van een personenauto merk Renault, type Clio, met kenteken [nummer] .13 M.M.H. [slachtoffer 4] was de bestuurder van deze auto.14 Vervolgens botste de Fiat tegen de achterzijde van een personenauto merk Peugeot, type 207SW, met kenteken [nummer] , en bleef aan deze auto verhaakt.15Deze Peugeot werd door [slachtoffer 5] bestuurd.16 Volgens de verbalisanten is het ongeval niet te wijten aan technisch gebrek, maar moet worden gezocht in een rij- of beoordelingsfout van de bestuurder van de Fiat. De bestuurder van de Fiat heeft zijn voertuig niet tot stilstand kunnen brengen over de afstand waarover de weg vrij was en waarover de weg te overzien was.17
In de Fiat was een blackbox aanwezig waaruit gegevens zijn uitgelezen. Uit deze gegevens volgt dat verdachte gemiddeld 109 kilometer per uur heeft gereden tussen de oprit die hij heeft gebruikt om de A6 op te rijden en de plek van het ongeluk. Op de coördinaten nabij de botsing was de hoogst geregistreerde snelheid van het voertuig 111 kilometer per uur.18
Onder verdachte is een Samsung-telefoon in beslag genomen.19 De politie heeft onderzocht of deze telefoon werd gebruikt omstreeks het moment waarop het ongeval had plaatsgevonden. De politie zag vervolgens dat op 4 januari 2023 om 16:48:20 uur met deze telefoon het volgende Whatsapp-bericht was verstuurd:
Ik denk dat het met opmerkingen straks vanzelf wel af zal nemen. Het zal voor hem waarschijnlijk ook een stukje frustratie in combinatie met verdriet zijn wat er op de meest makkelijke manier uit komt, namelijk richting jou. Misschien klinkt het heel lullig wat ik nu zeg maar ik bedoel het niet kut ofzo. Ik probeer het iets in te schatten. Maar mocht ik wel redelijk goed zitten met mijn denkwijze, dan zal het straks vanzelf af nemen met de opmerkingen enzo. Maar ook dat heeft tijd nodig, en probeer er niet te veel aan te hangen indd.20
Verdachte heeft verklaard dat hij dit bericht heeft verstuurd.21
Slachtoffer [slachtoffer 1] is door een traumahelikopter naar het ziekenhuis in Zwolle gebracht. Zij heeft verklaard dat zij door het ongeluk onder andere hersenletsel en drie gebroken ribben heeft opgelopen.22
De geneeskundige verklaring bevestigt dit en geeft daarbij aan een geschatte duur van genezing van één jaar.23
Feitelijke conclusies van de rechtbank
Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte vlak voor het ongeluk met zijn mobiele telefoon een WhatsApp- bericht heeft verstuurd. Door verdachte is naar voren gebracht dat hij dit bericht niet handmatig heeft getypt, maar heeft laten opstellen door middel van spraakdicteren. De rechtbank vindt deze verklaring van verdachte niet geloofwaardig en overweegt hiertoe als volgt. In het WhatsApp-bericht is de afkorting indd opgenomen. Door verdachte is ter zitting verklaard dat hij deze afkorting in het normale spraakgebruik niet gebruikt, maar het woord inderdaad voluit zegt. Daarnaast heeft verdachte verklaard dat zijn telefoon het woord inderdaad voluit schrijft, als hij het woord inderdaad voluit zegt. Gelet op deze verklaring van verdachte vindt de rechtbank het niet geloofwaardig dat verdachte bij het dicteren van het WhatsApp- bericht de afkorting indd zou hebben gebruikt. Daarnaast kan op basis van de verklaring van verdachte ook worden uitgesloten dat zijn telefoon indd heeft geschreven terwijl verdachte inderdaad zou hebben gezegd. Daar komt bij dat uit het dossier volgt dat om een punt en komma in het bericht te plaatsen verdachte de woorden punt en komma hardop heeft moeten uitspreken. Ook dit ligt niet voor de hand. Tot slot weegt de rechtbank mee dat verdachte over het WhatsApp-bericht wisselende verklaringen heeft afgelegd. In eerste instantie heeft verdachte bij de politie verklaard dat hij zijn mobiel niet tijdens het rijden heeft gebruikt. Nadat verdachte werd geconfronteerd met het WhatsApp-bericht heeft hij eerst verklaard dat hij zich het bericht niet kon herinneren, waarna hij vervolgens heeft verklaard dat hij het bericht via spraak heeft verstuurd. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat verdachte het WhatsApp- bericht handmatig heeft gemaakt door dit in te typen en dat hij dit vervolgens handmatig heeft verstuurd.
Uit het rapport van de verkeersongevallenanalyse volgt dat de verbalisanten geen telefoonhouder in de Fiat die verdachte bestuurde hebben aangetroffen. Verdachte heeft ter zitting gemotiveerd aangegeven dat er, anders dan door de politie is geverbaliseerd, wel degelijk een telefoonhouder in de bedrijfsauto aanwezig was en dat zijn telefoon daarin zat. Hij heeft aangegeven dat hij een telefoonhouder uit de Fiat heeft gehaald en deze in een nieuwe bus van zijn werkgever heeft geplaatst. Verdachte heeft ter terechtzitting een foto overgelegd van zijn nieuwe bus met daarop zichtbaar twee telefoonhouders.
Volgens verdachte waren deze telefoonhouders op dezelfde wijze in de Fiat gemonteerd. De rechtbank stelt vast dat het dossier geen fotos of ander bewijsmateriaal bevat waaruit kan worden afgeleid dat er geen telefoonhouder in de Fiat van verdachte aanwezig was. In het dossier zijn daarnaast geen bewijsmiddelen aanwezig op basis waarvan kan worden vastgesteld dat verdachte tijdens het rijden zijn telefoon heeft vastgehouden. Het onderzoek naar de telefoon van verdachte geeft hier ook geen uitsluitsel over. Gelet hierop is naar het oordeel van de rechtbank niet overtuigend bewezen dat verdachte zijn telefoon in zijn hand heeft gehad toen hij het bericht typte.
Dit neemt echter geenszins weg dat verdachte door handmatig het bericht te typen voor langere tijd afgeleid moet zijn geweest, ook als de telefoon steeds in een houder zou hebben gezeten. Het door verdachte handmatig verstuurde WhatsApp-bericht heeft namelijk meer dan 500 tekens. Gelet hierop kan het niet anders zijn dan dat verdachte zich voor een langere tijd heeft laten afleiden door zijn telefoon en heeft verdachte zijn aandacht niet of niet voortdurend op de weg voor hem gehouden. Anders dan door de verdediging bepleit is er dus geen sprake geweest van een tijdelijke onoplettendheid.
Uit de bewijsmiddelen volgt verder dat verdachte bij het rijden over de A6 een tekstkar die daar was geplaatst door Rijkswaterstaat niet heeft gezien. Verdachte heeft dus niet gelet op het verkeersteken dat hem waarschuwde voor een mogelijke file. Bovendien volgt uit de bewijsmiddelen dat verdachte ten tijde van het ongeval met een snelheid van ongeveer 111 kilometer per uur reed terwijl de maximumsnelheid op dat tijdstip 100 kilometer per uur was. Verdachte heeft zich dus niet aan de maximumsnelheid
gehouden. De rechtbank merkt op dat het niet waarnemen van het waarschuwingsbord en de te hoge snelheid goed passen bij het voor langere tijd niet houden van de aandacht bij de weg door het typen van het bericht en het hierdoor te laat opmerken van de file.
Juridische conclusies van de rechtbank ten aanzien van feit 1
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld welke juridische conclusies aan deze feitelijke vaststellingen zijn te verbinden.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij als bestuurder van een motorrijtuig zodanig heeft gereden dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend te rijden.
Voor een bewezenverklaring ter zake van artikel 6 WVW is vereist dat verdachte ten aanzien van het verkeersongeval schuld in de zin van artikel 6 WVW kan worden verweten. Schuld in juridische zin kan bestaan in verschillende gradaties. Dit loopt van aanmerkelijk onvoorzichtig tot roekeloos handelen.
Roekeloos geldt hierbij als de zwaarste vorm van schuld. Onvoorzichtig of onoplettend handelen op zichzelf is niet voldoende om tot een bewezenverklaring van schuld te komen.
Bij de beantwoording van de vraag in welke mate er sprake is van schuld gaat het om het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst ervan en de overige omstandigheden van het geval. Uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan niet worden afgeleid dat er sprake is van schuld.
Aangezien de officier van justitie roekeloosheid ten laste heeft gelegd en hiervoor ook veroordeling heeft gevorderd, zal de rechtbank eerst beoordelen of sprake is van roekeloosheid.
Roekeloosheid ex artikel 5a WVW
Met de Wet aanscherping strafrechtelijke aansprakelijkheid ernstige verkeersdelicten heeft de wetgever het begrip roekeloosheid nader ingevuld en zo het toepassingsbereik daarvan willen verbreden. Daartoe is in artikel 175 WVW, dat de strafbepaling van artikel 6 WVW bevat, aan het tweede lid toegevoegd dat van roekeloosheid in elk geval sprake is als het gedrag ook als overtreding van artikel 5a, eerste lid, WVW kan worden aangemerkt. De rechtbank zal dan ook eerst beoordelen of het gedrag van verdachte dat heeft geleid tot het ongeval voldoet aan de delictsomschrijving van het eerste lid van artikel 5a WVW. Is dat het geval, dan bestaat de schuld daarmee uit roekeloosheid.
Uit artikel 5a WVW volgt dat de rechtbank moet beoordelen of verdachte (a) verkeersregels heeft geschonden, (b) of hij dat in ernstige mate heeft gedaan, (c) of hij dat opzettelijk heeft gedaan en (d) of daarvoor gevaar te duchten was voor zwaar lichamelijk letsel of het leven van anderen.
( a)
Schending verkeersregels
In het eerste lid van artikel 5a WVW zijn onder a tot en met m verkeersgedragingen opgenomen die als grondslag voor een veroordeling ter zake van artikel 5a WVW aangemerkt zouden kunnen worden. De opsomming in artikel 5a WVW is niet limitatief.
Onder k is opgenomen tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vasthouden. Uit jurisprudentie volgt dat het enkel bedienen van een mobiele telefoon niet verboden is. Het moet gaan om het vasthouden van de telefoon.24 Zoals hierboven door de rechtbank is overwogen kan niet bewezen worden dat verdachte de telefoon daadwerkelijk heeft vastgehouden toen hij het bericht typte. Dit betekent dat de rechtbank wel bewezen vindt dat verdachte tijdens het rijden zijn mobiele telefoon heeft bediend, maar niet bewezen vindt dat hij zijn mobiele telefoon heeft vastgehouden. Daarmee valt deze gedraging dan ook niet onder lid één onder k van artikel 5a WVW.
De rechtbank stelt vast dat verdachte tijdens het rijden gedurende langere tijd handelingen met zijn telefoon heeft verricht, de maximumsnelheid heeft overschreden (artikel 5a lid 1 onder g WVW) en dat hij een verkeersteken, te weten een waarschuwingsbord (kans op file), heeft gepasseerd zonder dit waar te nemen. Verdachte heeft dus verkeersregels geschonden.
( b)
In ernstige mate
Uit de wetsgeschiedenis van artikel 5a WVW volgt dat dit artikel bedoeld is voor een beperkt aantal zaken. Het gaat hier om zaken waarin sprake is van zeer ernstige verkeersdelicten. 25 Met het verrichten van een of meer van de gedragingen zoals opgenomen in het artikel staat niet al vast dat opzettelijk in ernstige mate de verkeersregels zijn geschonden.26 Bij het schenden van een verkeersregel in ernstige mate kan volgens de memorie van toelichting worden gedacht aan het meerdere malen negeren van een rood kruis, het meerdere keren rijden door rood licht, voor een langere periode met een hoge snelheid rijden, continu over een vluchtstrook blijven rijden terwijl dat niet is toegestaan of een combinatie van gedragingen.27
Verdachte heeft tijdens het rijden gedurende langere tijd handelingen met zijn telefoon verricht, één waarschuwingsbord gemist en de maximum snelheid met 11 kilometer per uur overschreden. Deze gedragingen, ook in samenhang gezien, zijn naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig dat daarmee kan worden gesproken van een ernstige schending van de verkeersregels als bedoeld in artikel 5a WVW.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat niet is voldaan aan de delictsomschrijving van artikel 5a WVW. Gelet hierop kan niet door middel van de koppelbepaling van het tweede lid van artikel 175 WVW tot een bewezenverklaring van roekeloosheid worden gekomen.
Roekeloosheid ex artikelen 6 en 175 WVW
Nu niet is voldaan aan delictsomschrijving van artikel 5a WVW zal de rechtbank nog moeten beoordelen of wel is voldaan aan roekeloosheid zoals bedoeld in de artikelen 6 en 175 WVW. Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat sprake is van roekeloosheid als door een buitengewoon onvoorzichtige gedraging van de verdachte een zeer ernstig gevaar in het leven is geroepen en dat de verdachte zich daarvan bewust was, althans had moeten zijn.28 Mede gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de gedragingen van verdachte niet kunnen worden aangemerkt als buitengewoon onvoorzichtige gedragingen. Ook van roekeloosheid in de zin van artikelen 6 en 175 WVW is naar het oordeel van de rechtbank dus geen sprake. Gelet hierop zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het bestanddeel roekeloosheid.
Zeer of aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend
Aangezien er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake is van roekeloosheid, moet beoordeeld worden welke mate van schuld verdachte wel kan worden verweten.
De gedragingen en verkeersovertredingen van verdachte zijn naar hun aard en ernst zodanig dat de rechtbank van oordeel is dat verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend heeft gereden. De rechtbank stelt voorts vast dat het ongeval het gevolg is van het handelen van verdachte: door zijn onvoorzichtigheid en onoplettendheid heeft hij de file niet tijdig waargenomen en is het ongeval ontstaan.
Zwaar lichamelijk letsel
Voor de beantwoording van de vraag of sprake is van zwaar lichamelijk letsel kunnen de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en het uitzicht op (volledig) herstel als algemene gezichtspunten gelden.
Het slachtoffer heeft onder meer drie gebroken ribben en hersenletsel opgelopen. De geschatte genezingsduur is gesteld op één jaar. De rechtbank is van oordeel dat het letsel dient te worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 6 WVW.
De rechtbank acht gelet hierop bewezen dat als gevolg van de ernstige schuld van de verdachte aan het verkeersongeval bij het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is ontstaan.
Conclusie
De rechtbank is van oordeel dat het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend is bewezen.
Vrijspraak feit 2 primair
Aan verdachte is onder 2 primair verweten dat hij zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate worden geschonden en dat hierdoor levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was. Gelet op dat wat de rechtbank hiervoor heeft overwogen ten aanzien van artikel 5a WVW zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het onder 2 primair ten laste gelegde.
Bewijsoverweging feit 2 subsidiair
Aan verdachte is onder feit 2 subsidiair verweten dat hij zich zodanig heeft gedragen dat daarmee gevaar op de weg wordt veroorzaakt. De rechtbank acht op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen, en dat wat hierboven is overwogen ten aanzien van feit 1 primair, feit 2 subsidiair wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht feit 1 primair en feit 2 subsidiair wettig en overtuigend bewezen, met dien verstande dat:
1. primair
hij op 4 januari 2023, te [plaats] , als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig te weten een bedrijfsauto, merk Fiat, type Ducato, voorzien van het kenteken [nummer] , daarmede rijdende over de weg, de [snelweg] komende vanuit [plaats] en gaande in de richting van [plaats] , alwaar een file was ontstaan ten gevolge van een gekantelde vrachtwagen, zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, door zeer onvoorzichtig en onoplettend,
  • een motorrijtuig te besturen en ondertussen in dat motorrijtuig handelingen met een mobiel telefoontoestel te verrichten en daarop een bericht te verzenden en
  • een waarschuwingsbord waarop werd gewaarschuwd voor mogelijke filevorming en een tekstkar met de tekst: kans op file onopgemerkt te passeren en in plaats van de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig te matigen, althans zodanig te regelen dat hij, verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was, vervolgens met onverminderde snelheid ongeveer 111 km/h door te rijden en vervolgens af te rijden op meerdere zich op dat moment vóór hem, verdachte, op die weg in die file bevindende motorrijtuigen,
waardoor er een botsing is ontstaan tussen dat door verdachte bestuurde motorrijtuig en die meerdere zich vóór hem op die weg bevindende motorrijtuigen, waaronder het motorrijtuig van het merk Peugeot, type 206, voorzien van het kenteken [nummer] , waardoor de bestuurster van dat motorrijtuig, genaamd [slachtoffer 1] , zwaar lichamelijk letsel, te weten onder meer hersenletsel en drie gebroken ribben werd toegebracht;
2 subsidiair
hij op 4 januari 2023, te [plaats] , als bestuurder van een motorrijtuig te weten een bedrijfsauto, merk Fiat, type Ducato, voorzien van het kenteken [nummer] , daarmee rijdende op de weg, de [snelweg] , komende vanuit [plaats] en gaande in de richting van [plaats] , alwaar een file was ontstaan ten gevolge van een gekantelde vrachtwagen, zich zodanig heeft gedragen door
  • een motorrijtuig te besturen en ondertussen in dat motorrijtuig handelingen met een mobiel telefoontoestel te verrichten en daarop een bericht te verzenden en
  • een waarschuwingsbord waarop werd gewaarschuwd voor mogelijke filevorming en een
tekstkar met de tekst: kans op file onopgemerkt te passeren en in plaats van de snelheid van dat door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig te matigen, althans zodanig te regelen dat hij, verdachte, in staat was zijn motorrijtuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was vervolgens met onverminderde snelheid ongeveer 111 km/h door te rijden en vervolgens af te rijden op meerdere zich op dat moment vóór hem, verdachte, op die weg in die file bevindende motorrijtuigen,
waaronder het motorrijtuig van het merk Peugeot, type 206, voorzien van het kenteken [nummer] en het motorrijtuig personenauto van het merk/type Nissan Note, voorzien van het kenteken [nummer] , en het motorrijtuig personenauto van het merk/type Renault Clio, voorzien van het kenteken [nummer] en het motorrijtuig personenauto van het merk/type Peugeot 207SW, voorzien van het kenteken [nummer] , waarin respectievelijk [slachtoffer 2] als inzittende en [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4] en [slachtoffer 5] als bestuurders van voornoemde motorrijtuigen waren gezeten,
door welke gedragingen van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt.
Verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.
De rechtbank merkt op dat ter terechtzitting is gebleken dat door de officier van justitie is bedoeld om met feit 2 subsidiair artikel 5 WVW ten laste te leggen. Gelet hierop gaat de rechtbank ervan uit dat de zinsnede
zich opzettelijk zodanig heeft gedragen dat de verkeersregels in ernstige mate werden geschonden doorabusievelijk in de tenlastelegging is opgenomen.
Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:
primairovertreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht,
subsidiairovertreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet.
Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van feit 1 primair, waarbij hij uitgaat van roekeloosheid, en feit 2 primair wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden, een taakstraf voor de duur van 160 uren en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen (hierna: rijontzegging) voor de duur van 18 maanden. De officier heeft gevorderd om aan de voorwaardelijke gevangenisstraf de voorwaarden te verbinden die door de reclassering zijn geadviseerd.
Standpunt van de verdediging
Indien de rechtbank komt tot een veroordeling heeft de raadsman gepleit voor het opleggen van een taakstraf en een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. De raadsman heeft daarnaast gepleit om geen rijontzegging aan verdachte op te leggen, nu dat een jaar na dato geen doel meer treft en verdachte hierdoor zijn werk zal verliezen.
Oordeel van de rechtbank
Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek ter terechtzitting en de rapportage van Reclassering Nederland, het uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de verdediging.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Ernst van het feit
Verdachte heeft op 4 januari 2023 door zijn handelen een ernstig verkeersongeval veroorzaakt. Hoewel de rechtbank zich goed realiseert dat verdachte dit ongeval op geen enkele manier heeft gewenst, is dit ongeval wel het directe resultaat van zijn gedrag. Verdachte heeft zich laten afleiden door zijn mobiele
telefoon en heeft handmatig een WhatsApp-bericht met meer dan 500 tekens verstuurd. Ook heeft hij een tekstkar met een waarschuwingsbord en de tekst kans op file gemist. Daarnaast heeft hij niet de voor hem ontstane file opgemerkt. Hierdoor is hij zonder te remmen met ongeveer 111 kilometer per uur op een file ingereden en in botsing gekomen met vier personenautos. Ten gevolge hiervan is er naast grote materiële schade ook fysieke en mentale schade ontstaan. Uit de ter terechtzitting voorgelezen slachtofferverklaring volgt dat het ongeluk grote impact heeft gehad op slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Volgens de artsen zal slachtoffer [slachtoffer 1] nooit helemaal herstellen van de neurologische schade aan haar hersenen. Door concentratie- en vermoeidheidsklachten ondervindt zij veel beperkingen. Slachtoffer [slachtoffer 2] , de zoon van slachtoffer [slachtoffer 1] , heeft als gevolg van het ongeluk mentale klachten opgelopen en op school moeten afstromen van vwo naar havo.
Persoonlijke omstandigheden van de verdachte
Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van 7 februari 2024 volgt dat verdachte al vaker is veroordeeld voor Wegenverkeerswetfeiten. Zo is hij veroordeeld voor rijden onder invloed, het rijden met een ongeldig verklaard rijbewijs en het rijden zonder (aanhanger)rijbewijs.
Uit de rapportage van Reclassering Nederland van 8 februari 2024 volgt dat verdachte huisvesting en een baan heeft. Hij drinkt niet overmatig en heeft een ondersteunend sociaal netwerk. Het niet respecteren van (wettelijke) grenzen heeft meerdere keren geleid tot een veroordeling. Ook nu heeft verdachte onverantwoordelijke risicos genomen. Verdachte heeft na het ongeluk geen contact opgenomen met de slachtoffers vanwege angst voor de reactie van de slachtoffers en uit schaamte. Uit het reclasseringsrapport volgt dat verdachte het ongeluk zelf ook nog niet heeft verwerkt en de gevolgen lijkt weg te stoppen. De reclassering constateert daarnaast dat frustraties en verdriet over zijn scheiding nog zeer aan de oppervlakte liggen. De kans op herhaling wordt ingeschat op gemiddeld. Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met de volgende bijzondere voorwaarden: meldplicht bij de reclassering, ambulante behandeling en meewerken aan schuldhulpverlening indien deze in een vrijwillig kader ontoereikend blijkt te zijn. Ten aanzien van een rijontzegging merkt de reclassering op dat verdachte voor zijn werk naar verschillende locaties rijdt en zijn werk als buitenmonteur niet meer kan doen indien hij een rijontzegging krijgt opgelegd. Mocht de rijontzegging langer duren dan een paar maanden, dan weet zijn werkgever niet of zijn jaarcontract wordt verlengd.
Straf ten aanzien van feit 1 primair
Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank gekeken naar straffen die in vergelijkbare zaken eerder zijn opgelegd en is gelet op de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht. Hierin is voor een overtreding van artikel 6 WVW waarbij sprake is van ernstige schuld en zwaar lichamelijk letsel bij het slachtoffer, een taakstraf van 160 uren en een rijontzegging voor de duur van één jaar als uitgangspunt genomen. De rechtbank houdt er strafverzwarend rekening mee dat verdachte al eerder is veroordeeld voor wegenverkeerswetfeiten. In strafmatigende zin houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte voor zijn werk afhankelijk is van zijn rijbewijs.
Gelet op de aard en de ernst van het ongeluk en de hierboven genoemde omstandigheden acht de rechtbank ten aanzien van feit 1 primair een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand, een taakstraf van 120 uren en een rijontzegging van 12 maanden, waarvan 9 voorwaardelijk, passend en geboden. Om te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw strafbare feiten zal plegen, vindt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en ambulante behandeling noodzakelijk. Door een behandeling kan onderzocht worden waarom verdachte risicos in het verkeer neemt en of een psychische component daar aan ten grondslag ligt. Verdachte kan door behandeling meer inzicht krijgen in de risicos die hij heeft genomen en hij kan handvatten krijgen om
de kans op herhaling te verlagen. De rechtbank zal de geadviseerde bijzondere voorwaarde van het meewerken aan schulphulpverlening niet opleggen, omdat uit het reclasseringsrapport volgt dat de financiën van verdachte niet van invloed zijn geweest op het delict.
Straf ten aanzien van feit 2 subsidiair
Omdat het tweede feit een overtreding betreft zal de rechtbank daarvoor een aparte straf opleggen. De rechtbank acht ten aanzien van feit 2 subsidiair een taakstraf voor de duur van 40 uren passend en geboden.
De rechtbank komt hiermee (in totaal) tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Dit komt doordat de rechtbank bij feit 1 primair niet is uitgegaan van roekeloosheid en verdachte voor feit 2 primair heeft vrijgesproken.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 62 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5, 6, 175, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak gelden.

Uitspraak

De rechtbank

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair en 2 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.
Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 primair tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.
Bepaalt dat deze gevangenisstraf
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van of gedurende de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
drie jaren, de hierna te noemen voorwaarden niet heeft nageleefd.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Stelt als bijzondere voorwaarden:
dat de veroordeelde zich meldt op afspraken bij Reclassering Nederland, Zoutbranderij 1 te Leeuwarden, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt.
dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd, of zoveel korter als de reclassering nodig vindt, laat diagnosticeren en behandelen door de Forensische Poli van de GGZ, of een soortgelijke hulpverlener, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling.
Geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.
Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
  • ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
  • medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen.

een taakstraf voor de duur van 120 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 60 dagen zal worden toegepast.
ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen-bromfietsen daaronder begrepen- voor de tijd van 12 maanden.
Bepaalt dat van deze bijkomende straf
een gedeelte, groot 9 maandenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd, die hierbij wordt vastgesteld op
drie jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig
gemaakt.

Veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 subsidiair tot:

een taakstraf voor de duur van 40 uren.

Beveelt dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van 20 dagen zal worden toegepast.
Dit vonnis is gewezen door mr. L.S. Langius, voorzitter, mr. K. Bunk en mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. L.F. Beitsma, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 maart 2024.
1. Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpaginas, zijn dit paginas uit het dossier van Opsporing Team
Verkeer Politie Noord-Nederland met proces-verbaal nummer PL0100-2023090578, doorgenummerd 1 tot en met 125. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in wettelijke vorm, door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, opgemaakt proces-verbaal.
2 Pagina 53 en 89.
3 Pagina 106.
4 Pagina 84 en verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 maart 2024.
5 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 maart 2024.
6 Pagina 106.
7 Pagina 17 en 18.
8 Pagina 90.
9 Pagina 85 en 106.
10 Pagina 57.
11 Pagina 86 en 106.
12 Pagina 56.
13 Pagina 87 en 106.
14 Pagina 56.
15 Pagina 88 en 106.
16 Pagina 56 en 57.
17 Pagina 89.
18 Pagina 103.
19 Pagina 11 en 12.
20 Pagina 23.
21 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 maart 2024.
22 Pagina 32 en 33.
23 Een geneeskundige verklaring, op 27 april 2023 opgemaakt en ondertekend door Houben, opgenomen op
pagina 39.
24 Zie onder meer Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 7 maart 2018, ECLI:NL:GHARL:2018:2186.
25 Kamerstukken II 2018/2019, 35086, p. 10.
26 Kamerstukken II 2018/2019, 35086, p. 12.
27 Kamerstukken II 2018/2019, 35086, nr. 3, p. 11 en Kamerstukken II 2018/2019, 35086, nr. 6, p. 12.
28 Hoge Raad 15 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:959.