Veroordeelde is bij onherroepelijk arrest veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht jaar, met een voorlopige datum van voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) op 13 maart 2024. Het Openbaar Ministerie verzocht om uitstel van de v.i. wegens ernstige misdragingen tijdens detentie, waaronder zeventien disciplinaire straffen, en een onvoldoende inperkbaar recidiverisico.
De reclassering adviseerde eveneens uitstel, omdat veroordeelde onvoldoende aan re-integratiedoelen heeft gewerkt, weinig positief gedrag heeft getoond en het recidiverisico hoog-gemiddeld tot hoog is. Veroordeelde en zijn advocaat stelden dat de disciplinaire straffen onvoldoende ernstig zijn voor uitstel en dat er sprake is van een positieve gedragsverandering.
De rechtbank oordeelt dat de oude regeling van toepassing is, aangezien het vonnis dateert van vóór 1 juli 2021. Gezien het herhaaldelijk gebruik van softdrugs en het aantreffen van contrabande, en de vele disciplinaire straffen, kwalificeert het gedrag als ernstige misdragingen. Het recidiverisico is hoog, en een gedegen plan van aanpak ontbreekt.
De rechtbank wijst het verzoek tot uitstel van de v.i. toe voor de duur van vier maanden, omdat zich in de afgelopen twee maanden geen incidenten hebben voorgedaan en veroordeelde een positieve gedragsverandering toont. Dit geeft hem de kans om zich verder te verbeteren en binnen afzienbare tijd alsnog voorwaardelijk in vrijheid te worden gesteld.